De overmoed van uw hart heeft u bedrogen, u die woont in rotskloven, in uw hoge verblijfplaats, u die in uw hart zegt: Wie zal mij neerhalen ter aarde?"
Edom voelde zich onaantastbaar. Hoog in de rotsen, onbereikbaar voor vijanden. Maar precies daar, op die veilige plek, begon de leugen. Niet de vijand bedroog hen, hun eigen hart deed dat.
Waar zit jouw rotskloof? Die plek waar je denkt: hier kan niets mij raken. Soms is juist onze veiligheid het gevaarlijkst.