Romeinen 11:7
Lees Romeinen 11:7 in de HSVDe Tekst
Paulus trekt een harde conclusie: wat Israël zo verbeten zocht, heeft het niet gekregen. Alleen de uitverkorenen hebben het verkregen, de overigen zijn verhard. Tussen zoeken en vinden ligt blijkbaar een afgrond die je niet met inspanning overbrugt. En die verharding is geen ongeluk, maar staat in de tekst alsof het iets is dat hen overkómt en tegelijk iets dat ze zelf zijn geworden.
De Kern
Hier botsen twee dingen tegen elkaar die we liever uit elkaar houden: intens religieus zoeken én er totaal naast zitten. Israël zocht gerechtigheid (zie het vorige hoofdstuk), maar zocht haar uit werken, niet uit geloof. Het probleem was niet luiheid, niet onverschilligheid, niet gebrek aan ijver. Het probleem was de richting. Je kunt met heel je hart de verkeerde kant op rennen. Dat is een verontrustende gedachte, want het betekent dat oprechtheid en toewijding op zichzelf nog geen garantie zijn dat je bij God uitkomt. Genade is geen beloning voor wie het hardst gelopen heeft. Zij wordt verkregen, niet verdiend, en dat woord verkregen heeft in het Grieks de kleur van iets ontvangen, niet iets bereiken.
De Rode Draad
Deze tekst staat midden in Paulus' worsteling met de vraag: hoe kan het dat het volk van de belofte de Messias miste? Het antwoord wijst naar Christus zelf als de steen waarover gestruikeld wordt (Romeinen 9:32-33). Wie op werken bouwt, struikelt over een gekruisigde Heer; die past niet in het systeem van prestatie en verdienste. De rode draad loopt door heel de Schrift: van Kaïn die zijn eigen offer wil brengen, via de farizeeën die hun rechtvaardigheid uitstallen, tot aan ons. Telkens diezelfde breuklijn tussen wie zichzelf wil maken en wie zich laat ontvangen. Christus is het scharnier waar die twee wegen uit elkaar gaan.
De Spiegel
Dit is een tekst die je geestelijke ijver tegen het licht houdt, en dat doet pijn. Want we kennen het: de collega die zich kapot werkt om eindelijk gezien te worden, en jij doet hetzelfde in je geloof zonder het zo te noemen. De stille rekening die je bijhoudt over hoeveel je leest, bidt, geeft, dient. De ergernis als iemand die het er met de pet naar gooit toch vrede lijkt te hebben. De vermoeidheid na jaren kerkenwerk, zonder dat je durft toe te geven dat je hoopte er iets mee te verdienen. Deze tekst vraagt of je nog gelooft dat genade gratis is, of dat je inmiddels een eigen prijslijstje hebt opgesteld. En zij vraagt iets scherpers: ben je bereid om alles wat je hebt opgebouwd, je geestelijke cv, je staat van dienst, als waardeloos te zien voor het ontvangen van Christus? Dat is geen retorische vraag. Dat schuurt aan je zelfbeeld, aan je huwelijk soms (wie de meest geestelijke is), aan je oordeel over anderen.
Context
Paulus schrijft aan een gemeente in Rome waar Joden en heidenen samen één lichaam moeten vormen, en die mix is gespannen. De Joden waren onder keizer Claudius verbannen geweest en kwamen nu terug in een gemeente die intussen flink heidens van samenstelling was geworden. De vraag onder de heidense christenen begon te broeien: zijn wij nu het echte volk van God? Heeft God Israël afgeschreven? In dat klimaat schrijft Paulus deze hoofdstukken 9 tot 11. Zijn antwoord is geen sentiment, maar een nuchtere analyse van wat er gebeurd is, gevolgd door een waarschuwing aan de heidenen om niet hoogmoedig te worden. De verharding van Israël is niet hun definitieve oordeel, en zeker geen reden voor christelijke superioriteit.
De Hoofdpersoon
God is hier de eigenlijke handelende. Niet zichtbaar in de tekst staat Hij erachter: Hij verkiest, Hij verhardt, Hij geeft of onthoudt. Dat klinkt ons hard in de oren, en Paulus weet dat. Maar zijn punt is niet wreedheid; zijn punt is dat redding van begin tot eind Gods werk is, anders is het geen redding maar een ruil. De God die hier handelt is dezelfde die in vers 32 zegt dat Hij hen allen in ongehoorzaamheid besloten heeft om Zich over allen te ontfermen. Dat is geen God die spelletjes speelt met mensenlevens. Dat is een God die de menselijke pretentie afbreekt om iedereen, zonder uitzondering, op de bodem van genade te laten landen.
Het Profiel
De eerste lezers, met name de heidense christenen, hoorden hier een rem op hun beginnende minachting voor Joodse buren en familieleden. De Joodse hoorders hoorden iets anders: een pijnlijke maar eerlijke diagnose van waarom hun volk de Messias niet herkende, gevolgd door de belofte dat God hen niet heeft losgelaten. Beide groepen werden gedwongen om hun positie te heroverwegen. Wij missen vaak dat dit een tekst is over volken en geschiedenis, niet primair een individuele les. Het persoonlijke zit erin verpakt, maar de schaal is groter: God werkt met groepen, generaties, eeuwen. Dat tempert onze haast.
Reflectie
Waar in jouw leven zoek je iets bij God dat je eigenlijk wilt verdienen in plaats van ontvangen?
Welke stille minachting koester je voor mensen die er geestelijk minder hard voor lijken te werken dan jij, en wat zegt die minachting over wat je zelf gelooft over genade?
Veelgestelde vragen over Romeinen 11:7
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Romeinen 11:7?
Waar gaat Romeinen 11:7 over?
Wat is de historische context van Romeinen 11:7?
Wat leert Romeinen 11:7 ons over Gods karakter?
Hoe is Romeinen 11:7 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Romeinen 11
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
Paulus zegt over Israël: "Zijn zij soms gestruikeld met de bedoeling dat zij vallen zouden? Volstrekt niet!" Struikelen is niet hetzelfde als vallen. Er is verschil tussen wankelen en het einde. Misschien geldt dat ook voor jouw geloof nu. Je struikelt, maar God laat je niet vallen. Hij werkt zelfs door je struikelen heen.
Paulus herinnert de gelovigen uit de heidenen eraan: "Zoals ook u immers voorheen God ongehoorzaam was, maar nu ontferming verkregen hebt door hun ongehoorzaamheid." Je staat hier niet omdat je zocht, maar omdat Iemand Zich over jou ontfermde toen je nog niet vroeg. Dat maakt zachter naar wie nu nog buiten lijkt te staan.
Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?" Paulus stelt deze vraag na hoofdstukken worstelen met Israël en de heidenen. Hij eindigt niet met een verklaring, maar met aanbidding. Misschien mag jij vandaag ook stoppen met begrijpen en beginnen met buigen. Niet alles hoeft te kloppen in jouw hoofd voordat God betrouwbaar is.
Vader, dank U dat U mij hebt ingeënt op de stam waar ik van nature niet bij hoorde. Het is genade, puur genade. Help mij om nooit hoogmoedig te worden, maar nederig te blijven staan in het besef dat ik leef van Uw barmhartigheid.
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool