Efeziërs 6
Uitleg en bijbelverhaal voor tieners (12 jaar en ouder)
Lees Efeziërs 6 in de HSVDe Uitleg
Efeziërs 6 begint met relaties die dichtbij komen: kinderen en ouders, slaven en meesters. Paulus schrijft kort en direct. Kinderen, gehoorzaam je ouders in de Heere, want dat is juist. Eer je vader en moeder, dat is het eerste gebod met een belofte. Ouders, en hij spreekt specifiek de vaders aan, maak je kinderen niet boos, maar voed ze op in het onderwijs en de vermaning van de Heere.
Daarna gaat het over slaven en meesters. We moeten dat eerlijk onder ogen zien: Paulus schaft de slavernij hier niet af, hij geeft instructies binnen een systeem dat hij niet kan opheffen. Maar wat hij wel doet is opmerkelijk: hij behandelt slaven als volwaardige gelovigen die rechtstreeks voor Christus werken, en hij waarschuwt meesters dat zij óók een Heer hebben in de hemel die geen onderscheid maakt. Daarmee zaait hij iets dat het hele systeem uiteindelijk ondergraaft.
Vanaf vers 10 komt het bekendste deel: de wapenrusting van God. Paulus zegt: word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. Bekleed je met de hele wapenrusting van God, want we worstelen niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis. Dan volgt de uitrusting: de gordel van waarheid, het borstharnas van gerechtigheid, schoenen van bereidheid voor het evangelie van de vrede, het schild van het geloof waarmee je de brandende pijlen van de boze kunt uitblussen, de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is het Woord van God. En dan, bijna terloops maar cruciaal: bid altijd met alle gebed.
De brief eindigt met Paulus die zichzelf "gezant in ketenen" noemt. Hij schrijft dit vanuit gevangenschap.
Wat betekent dit?
Paulus tekent geloof niet als een gevoel of een mening. Hij tekent het als een gevecht. Niet tegen mensen, ook niet tegen degenen die jou irriteren of pijn doen, maar tegen iets dat groter en duisterder is. Dat is ongemakkelijk om te zeggen in een tijd waarin we het kwaad vaak psychologiseren of wegverklaren. Paulus is daar nuchter over: er is een werkelijkheid achter de werkelijkheid, en wie dat negeert, vecht ongewapend.
Tegelijk is opvallend wat de wapenrusting niet is. Geen zwaard om mensen mee neer te slaan. De enige aanvalswapens zijn waarheid, gerechtigheid, geloof, het Woord en gebed. Het is bijna defensief. Je houdt stand. Je blijft staan. Dat is de overwinning waar Paulus over schrijft, niet anderen verslaan, maar zelf niet omvallen.
En dan het detail dat veel mensen overslaan: deze wapenrusting is van God. Het is niet iets wat jij produceert door harder je best te doen of meer te bidden. Het is iets wat je aantrekt, zoals je 's ochtends je kleren aantrekt. Je krijgt het.
De Rode Draad
De wapenrusting in Efeziërs 6 is geen nieuw idee van Paulus. In Jesaja 59 wordt beschreven hoe Gód zelf deze uitrusting draagt als Hij komt redden: gerechtigheid als borstharnas, de helm van het heil op Zijn hoofd. En in Jesaja 11 staat dat de Messias gerechtigheid als gordel om Zijn middel zal hebben.
Met andere woorden: de wapenrusting die jij mag dragen, is de wapenrusting van Christus zelf. Hij heeft de strijd al gevoerd. Aan het kruis heeft Hij, zegt Paulus in Kolossenzen 2, de machten en overheden openlijk te schande gemaakt. Jij vecht niet om de overwinning te behalen, je vecht vanuit een overwinning die al behaald is. Standhouden, daar gaat het om.
Voor Jou
Eerlijk: voor de meeste jongeren is "de duivel" een wat ongemakkelijk onderwerp. Te middeleeuws, te dramatisch. Maar denk eens na over wat jou werkelijk afleidt van wie je wilt zijn. De stem die zegt dat je niet genoeg bent, hoeveel je ook presteert. De gewoonte waar je vanaf wilt maar steeds in terugvalt. De cynische binnenkant die elk geloof of elke hoop belachelijk maakt voordat het wortel kan schieten. De vergelijking met anderen die je leegzuigt elke keer als je je telefoon openpakt.
Dat is geen neutrale ruis. Paulus zou zeggen: dat zijn de brandende pijlen. En het antwoord is niet harder vechten, maar je bekleden. Met waarheid, dus weten wie God zegt dat je bent, ook als je gevoel iets anders schreeuwt. Met geloof, een schild dat je optilt juist op de momenten dat het niet vanzelf gaat. Met het Woord, dat je kent doordat je het leest, niet alleen op zondag.
En blijf bidden. Niet als magische formule, maar als ademhaling. Paulus eindigt zijn lijst niet voor niets met gebed.
Praat mee
Paulus zegt dat de strijd niet tegen vlees en bloed gaat. Welke "pijlen" worden er volgens jou op jouw generatie afgevuurd, en waar merk je dat zelf het meest?
Welk onderdeel van de wapenrusting heb jij het hardst nodig op dit moment in je leven, en waarom dat onderdeel?
Samen Bidden
Heer, U weet dat ik soms moe word van het standhouden. Geef me Uw waarheid als ik in leugens geloof over mezelf. Geef me geloof als ik alleen maar twijfel voel. Leer me bidden, ook als ik niet weet wat ik moet zeggen. En herinner me eraan dat de strijd al gewonnen is, door U. Amen.
Vragen over Efeziërs 6
Korte antwoorden voor wie hier voor het eerst over leest.
Waar gaat Efeziërs 6 over?
Wat staat er in Efeziërs 6?
Wat leert Efeziërs 6 ons over God?
Wat kunnen tieners leren uit Efeziërs 6?
Waarom is Efeziërs 6 een belangrijk bijbelverhaal?
Wat anderen ontdekten
opdat het u goed gaat en u lang leeft op de aarde." Een belofte gekoppeld aan het eren van je vader en moeder. Ook als die relatie ingewikkeld is. Eren is niet hetzelfde als goedkeuren of alles pikken. Het is erkennen dat God jou via hen leven gaf. Waar knelt dat bij jou vandaag?
Paulus schrijft dit aan slaven. Aan mensen die vaak nooit erkenning kregen voor hun werk, wiens dagen onzichtbaar bleven. En juist tegen hen zegt hij: "wetende dat wat ieder goeds gedaan zal hebben, hij dat van de Heere terug zal ontvangen."
Misschien voelt jouw trouw ook onopgemerkt. Die stille dienst, dat geduldige liefhebben zonder applaus. God ziet het. Niets valt buiten Zijn boekhouding.
Paulus zegt: "Wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed." Hoe vaak richt jij je pijlen op die collega, die partner, dat familielid? Je vecht tegen de verkeerde. Achter de irritatie zit iets groters. Misschien maakt dat je zachter naar mensen, en waakzamer in gebed.
Dien met bereidwilligheid de Heere en niet de mensen." Paulus schrijft dit aan slaven, aan mensen die dag in dag uit werk deden waar ze niet voor kozen. En juist tegen hen zegt hij: jouw echte Baas ziet je. Dat saaie mailtje, die zieke ouder die je verzorgt, die collega die nooit dankt. Voor wie doe je het eigenlijk?
Voor jongere kinderen?
Voor peuters (3-6 jaar) of de basisschoolleeftijd (7-12 jaar) hebben we ook eigen versies.
Open in de kinderbijbel-tool