Lukas 16:23
Lees Lukas 16:23 in de HSVDe Tekst
"En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver, en Lazarus in zijn schoot." Eén vers, en toch een hele wereld. De rijke man, naamloos geworden in het dodenrijk, ziet wat hij tijdens zijn leven niet wilde zien: Lazarus, en daarachter Abraham. De afstand die hij zelf had ingesteld, blijkt nu zijn eeuwige werkelijkheid.
De Kern
Wat hier gebeurt, is geen smakeloze hellevisioen maar een onthulling van wie er werkelijk ziet. De rijke man "sloeg zijn ogen op." Tijdens zijn leven liep hij dagelijks langs een uitgehongerde man bij zijn poort en zag hem niet. Nu, voorbij de dood, ziet hij scherp. Lukas tekent een omkering die door zijn hele evangelie heen klinkt: de eersten worden de laatsten. De tekst zegt niet dat rijkdom op zichzelf veroordeelt, maar dat een leven van zelfverzadiging zonder zien, zonder ontferming, eindigt in een isolement dat eeuwig is. De pijn is niet alleen vuur; het is ook het besef.
De Rode Draad
Jezus vertelt dit verhaal, en dat is geen detail. Hij staat zelf op de drempel tussen leven en dood, op weg naar Jeruzalem. Wat de rijke man aan het eind van de gelijkenis vraagt, dat iemand uit de doden zou opstaan om zijn broers te waarschuwen, krijgt zijn ironische vervulling in Jezus zelf. Iemand stáát op uit de doden, en het bewijst Abrahams gelijk: wie niet naar Mozes en de profeten luistert, gelooft ook de Opgestane niet. Christus is de werkelijke Lazarus en meer dan Lazarus. Hij daalt af in de dood, niet om er gevangen te zitten, maar om de kloof die in dit vers gaapt te overbruggen. Aan het kruis hangt Hij tussen rijk en arm, ziend wie niemand ziet.
De Spiegel
Dit vers maakt iets ongemakkelijks zichtbaar: dat onze blindheid voor mensen vlakbij ons niet neutraal is. De rijke man was vermoedelijk geen monster. Hij was waarschijnlijk een net mens, geliefd in zijn kring, vrijgevig bij de juiste gelegenheden. Maar Lazarus lag aan zijn poort, en hij had hem leren wegfilteren. Vraag jezelf: wie ligt er aan jouw poort? Niet metaforisch, maar concreet. De collega die je systematisch niet groet. De buurman die je ontwijkt sinds zijn scheiding. De familie waar je geen contact mee onderhoudt omdat het te ingewikkeld is geworden. De tekst suggereert dat de hel begint met wegkijken dat gewoonte wordt, en eindigt met een blik die alles ziet, maar geen brug meer kan slaan.
De Intertekst
Lukas heeft dit vers zorgvuldig voorbereid. In hoofdstuk 6 zegt Jezus al: "Wee u, rijken, want u hebt uw troost al" (Lukas 6:24), en daarnaast: "Zalig bent u die nu honger hebt." De gelijkenis is geen nieuw idee, maar de uitvergroting van die zaligsprekingen en weeklachten. En denk aan Jakobus 2, waar de gemeente vermaand wordt omdat ze de arme veracht en de rijke voortrekt; precies de dynamiek die de rijke man levenslang in stand hield. Tegelijk klinkt op de achtergrond Jesaja 58, waar God zegt dat het vasten dat Hij wil bestaat uit "de hongerigen uw brood reiken." Het is dezelfde lijn: God herkent zich in wie ziet wat Hij ziet.
Context
Jezus vertelt deze gelijkenis tegen de Farizeeën, die Lukas een paar verzen eerder typeert als "geldzuchtig" (16:14). Ze hadden Hem net uitgelachen. In hun theologie was rijkdom een teken van Gods gunst, armoede vaak een teken van zonde of vloek. De rijke man in het verhaal leeft precies dat schema: hij gaat gekleed in purper en fijn linnen, eet dagelijks vorstelijk, en aan zijn poort ligt het bewijs dat God hem boven anderen heeft gezegend, althans in zijn lezing. Lazarus, met zijn zweren en zijn honden, was in hun ogen het tegendeel. Jezus draait dat schema niet alleen om; Hij laat zien dat het hele schema vals was. De geliefde van God lag aan de poort.
De Hoofdpersoon
De rijke man is, ondanks zijn naamloosheid, scherp getekend. Hij is in het dodenrijk nog steeds dezelfde man. Hij vraagt of Lazarus hém kan komen verkoelen, alsof Lazarus nog steeds zijn loopjongen is. Hij denkt aan zijn broers, niet aan zijn schuld. Zijn ellende heeft hem niet veranderd, alleen ontmaskerd. En toch, juist hier wordt Christus zichtbaar als contrast. Waar de rijke man in zijn leven niet afdaalde naar de poort, daalt Christus af tot in de dood zelf. Waar de rijke man Lazarus gebruikt zelfs in het dodenrijk, geeft Christus zichzelf. De gelijkenis is geen verhaal over een verre ander; het is een spiegel die alleen door genade tot bekering kan leiden voor de dood ons schema bevriest.
Reflectie
Wie ligt er concreet aan mijn poort, en hoe heb ik geleerd hem of haar niet meer te zien?
Als de Opgestane Christus zelf voor mij staat, geloof ik Hem dan genoeg om vandaag anders te kijken dan gisteren?
Veelgestelde vragen over Lukas 16:23
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Lukas 16:23?
Waar gaat Lukas 16:23 over?
Wat is de historische context van Lukas 16:23?
Wat leert Lukas 16:23 ons over Gods karakter?
Hoe is Lukas 16:23 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Lukas 16
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
Jezus zegt: "De Wet en de Profeten zijn er tot Johannes. Vanaf die tijd wordt het Koninkrijk van God verkondigd." Er is iets nieuws begonnen, en het vraagt beweging. "Ieder doet zichzelf geweld aan om erin te komen." Geen slappe interesse dus. Hoe hongerig ben jij nog naar dat Koninkrijk, of ben je gewend geraakt aan het idee ervan?
Heer, soms ben ik slim in kleine dingen en vergeet ik wat echt telt. Help mij eerlijk te zijn in mijn omgang met geld en bezit, en wijs te leven met het oog op wat blijft. Maak mij betrouwbaar, ook als niemand het ziet.
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool