Romeinen 13:7
Lees Romeinen 13:7 in de HSVDe Tekst
Paulus geeft een korte, bijna boekhoudkundige opsomming: geef ieder wat hem toekomt. Belasting aan wie belasting toekomt, tol aan wie tol toekomt, ontzag aan wie ontzag toekomt, eer aan wie eer toekomt. Het zijn vier woorden, vier categorieën, en samen vormen ze een soort kwitantie die de gelovige uitschrijft aan de wereld om zich heen.
De Kern
Onder die nuchtere opsomming schuilt iets opmerkelijks. Paulus spreekt over schuld. In het Grieks staat er letterlijk: geef terug wat je verschuldigd bent. De gelovige leeft niet als iemand die de wereld niets schuldig is omdat hij Christus toebehoort, maar juist als iemand die overal kleine schulden heeft uitstaan die afbetaald moeten worden. Dat is een verrassende beweging na hoofdstuk 12, waar Paulus net heeft gesproken over een leven in de Geest, over vijanden liefhebben, over niet conformeren aan deze wereld. Je zou verwachten dat hij zegt: jullie staan boven dit alles. In plaats daarvan zegt hij: betaal je rekeningen. De heiligheid van de gemeente blijkt niet uit het ontwijken van de gewone verplichtingen, maar uit het trouw vervullen ervan.
De Rode Draad
Er klinkt iets door uit de woorden van Jezus zelf, die over de munt met de beeltenis van de keizer zei: geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is. Paulus pakt die lijn op en trekt hem door naar het concrete gemeenteleven in Rome. Maar er zit ook een diepere laag. In heel de Schrift wordt de verhouding tussen God en mens beschreven als een verhouding van schuld die niet kan worden afbetaald, totdat Christus zelf de schuld delgt. Wie weet dat zijn grote schuld is voldaan, kan zonder kramp zijn kleine schulden voldoen. De rust om belasting te betalen, om ontzag te tonen, komt voort uit het besef dat de wezenlijke rekening al vereffend is aan het kruis.
De Spiegel
Hier wordt het ongemakkelijk concreet. Wat doe je met de belastingaangifte waarin je een hoekje kunt afsnijden? Met de leidinggevende die je weinig respect waard vindt? Met de overheid die beslissingen neemt waar je het hartgrondig mee oneens bent? Paulus laat geen ruimte voor de geestelijke truc waarin je je verplichtingen relativeert omdat je je hart toch bij God hebt. Hij dwingt je tot iets nuchterders: je hebt schulden, betaal ze. De tekst legt ook iets bloot over hoe selectief we eer kunnen geven, ruim aan wie ons bevalt, karig aan wie ons stoort. En over hoe makkelijk we ontzag verwarren met goedkeuring, alsof respect tonen pas mag als de ander het verdient in onze ogen.
Context
Rome, eind jaren vijftig. De gemeente bestaat uit een mengeling van Joden die na de verbanning door keizer Claudius zijn teruggekeerd, en heidenen die in hun afwezigheid het gemeenteleven hebben gedragen. De belastingdruk in het rijk is hoog, en in deze periode is er onrust rond de inning van tollen; er zijn klachten over corrupte ambtenaren. Tegelijk leeft onder sommige Joodse christenen het gevoel dat zij, als burgers van Gods koninkrijk, niet meer onder de keizer thuishoren. Een opstandige beweging is altijd een mogelijkheid, en de gevolgen zouden voor de jonge gemeente desastreus zijn. Paulus schrijft dus niet in een vacuum, maar in een politiek geladen klimaat waarin gewone woorden als belasting en ontzag explosief zijn.
Het Detail
Let op het laatste woord: eer. In het Grieks staat er timè, een woord dat zwaarder weegt dan ons gladde Nederlandse equivalent. Het wordt elders in het Nieuwe Testament gebruikt voor de eer die God toekomt, voor de waardigheid van het lichaam, voor de kostbaarheid van Christus. En nu gebruikt Paulus hetzelfde woord voor wat de gelovige aan medemensen verschuldigd is. Dat is geen toeval. Eer is in deze tekst geen sociale beleefdheid, maar de erkenning van het beelddragerschap. Wie eer onthoudt aan een ander mens, ontkent iets van wat God in die ander heeft gelegd. Dat maakt de oproep oneindig veel scherper dan een etiquetteles.
Het Profiel
De eerste hoorders waren mensen die wisten wat het was om verdacht te zijn. Joden in Rome droegen het stigma van een onrustige minderheid, christenen begonnen langzaam zichtbaar te worden als iets aparts. Wanneer Paulus zegt: geef ieder wat hem toekomt, dan horen zij niet alleen een ethische instructie, maar ook een overlevingsstrategie en een getuigenis tegelijk. Ze horen: laat je leven zo onberispelijk zijn in zijn gewone verplichtingen, dat niemand je kan beschuldigen van iets anders dan trouw aan Christus. Voor hen was deze tekst geen abstracte beschouwing over kerk en staat, maar een directe aanwijzing voor hoe te leven onder een overheid die hen morgen zou kunnen vermorzelen.
Reflectie
Welke kleine schuld, financieel, relationeel of in respect, heb ik onbetaald laten liggen omdat ik vond dat de ander het niet verdiende?
Wat zou er veranderen in mijn omgang met mensen die ik moeilijk vind, als ik hen eer zou geven niet om wie zij zijn, maar omdat ik die eer aan hen verschuldigd ben?
Veelgestelde vragen over Romeinen 13:7
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Romeinen 13:7?
Waar gaat Romeinen 13:7 over?
Wat is de historische context van Romeinen 13:7?
Wat leert Romeinen 13:7 ons over Gods karakter?
Hoe is Romeinen 13:7 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Romeinen 13
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
Daarom, wie zich tegen de overheid verzet, verzet zich tegen de instelling van God." Stevige woorden van Paulus, geschreven onder een keizer die geen vriend was van christenen. Toch geen oproep tot kruiperigheid. Maar wel een spiegel: hoeveel van mijn weerstand is principieel, en hoeveel is gewoon ergernis die ik vroom inkleed?
Paulus zegt dat je je moet onderwerpen aan de overheid, "niet alleen omwille van de straf, maar ook omwille van het geweten." Voel je dat verschil? Gehoorzamen uit angst is iets anders dan gehoorzamen omdat je weet wat goed is. God wil niet alleen je gedrag veranderen, maar ook van binnen iets rechtzetten. Waar leef jij nog uit angst, en niet uit overtuiging?
En dit te meer, omdat wij het beslissende tijdstip kennen, namelijk dat de tijd reeds is aangebroken dat wij uit de slaap ontwaken." Slapen voelt fijn. Je merkt niet dat de uren verglijden. Maar Paulus port je wakker: terwijl jij sluimert, komt de morgen dichterbij. Wat doe jij vandaag dat je straks zou willen dat je eerder begonnen was?
Paulus schrijft dit aan christenen in Rome, onder een keizer die later christenen zou vervolgen. Toch zegt hij: "Want de overheden zijn niet voor goede, maar voor slechte werken een schrik." Niet de overheid moet je vrezen als je het goede doet. De vraag die blijft hangen: leef ik zo onberispelijk dat ik niets te verbergen heb? Of pas ik me stil aan uit angst?
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool