Filippenzen 3
Uitleg en bijbelverhaal voor basisschoolleeftijd (7-12 jaar)
Lees Filippenzen 3 in de HSVDe Uitleg
Paulus schrijft deze brief vanuit de gevangenis aan zijn vrienden in de stad Filippi. In hoofdstuk 3 wordt hij ineens fel. Hij waarschuwt voor mensen die zeggen: je hoort er pas echt bij God bij als je je aan álle joodse regels houdt, vooral de besnijdenis. Paulus noemt die mensen zelfs "honden". Dat is een hard woord. Hij is boos omdat ze de gemeente in de war brengen.
Dan doet Paulus iets opvallends. Hij gaat opscheppen, maar op een rare manier. Hij somt op wat hij allemaal vroeger had: hij was geboren in het juiste volk, in de juiste stam, hij hield zich precies aan de wet van Mozes, hij was zo vroom dat hij zelfs christenen vervolgde. Als iemand reden had om trots te zijn op zijn eigen geloofsprestaties, was hij het wel.
En toen schrijft hij iets verbazingwekkends: al die dingen waar hij ooit zo trots op was, beschouwt hij nu als "vuilnis". Het Griekse woord dat hij gebruikt, betekent letterlijk afval of zelfs nog iets ergers. Waarom? Omdat hij Jezus heeft leren kennen. En vergeleken met Jezus stelt al dat andere niets meer voor.
In het tweede deel van het hoofdstuk gebruikt Paulus het beeld van een hardloper. Hij vergeet wat achter hem ligt en strekt zich uit naar wat voor hem ligt. Hij rent naar de finish. Daar wacht Jezus, en daar wacht het leven met God voor altijd.
Wat betekent dit?
Paulus zegt eigenlijk: je kunt God niet imponeren. Je kunt niet zo braaf, zo netjes, of zo godsdienstig zijn dat God denkt: nou, die heeft het verdiend. Bij God hoor je niet door wat jij doet, maar door wat Jezus heeft gedaan. Dat noemen we genade: een geschenk dat je niet kunt verdienen.
Dat klinkt makkelijk, maar het is best moeilijk te aanvaarden. Wij willen graag iets bewijzen. We willen graag zelf de held zijn. Paulus zegt: laat dat los. Het echte leven begint pas als je Jezus kent.
De Rode Draad
Door de hele Bijbel heen zoekt God mensen op die niets te bieden hebben. Abraham was oud en kinderloos. David was de jongste, de vergeten zoon. Het volk Israël was klein en zwak. En toch koos God hen uit.
Jezus past precies in die lijn. Hij kwam niet voor mensen die al perfect waren. Hij kwam voor mensen die wisten dat ze Hem nodig hadden. Paulus had eerst gedacht: ik red het zelf wel met mijn keurige leven. Maar toen hij Jezus ontmoette, snapte hij dat God hem iets veel groters wilde geven dan wat hij zelf bij elkaar kon sprokkelen.
De finish waar Paulus naartoe rent, is dezelfde finish waar gelovigen vandaag nog naartoe rennen: bij Jezus zijn, voor altijd.
Voor Jou
Misschien denk je soms: God vindt mij vast leuker als ik mijn best doe. Of misschien juist het tegenovergestelde: ik doe het nooit goed genoeg, dus God zal wel teleurgesteld in mij zijn. Allebei klopt niet helemaal. God houdt van je omdat Hij God is, niet omdat jij goed of slecht bent.
Dat betekent niet dat het niet uitmaakt wat je doet. Paulus blééf zich uitstrekken, blééf rennen. Maar hij rende niet om bij God te kómen. Hij rende omdat hij al bij God hoorde.
Probeer deze week eens te merken wanneer je iets doet om indruk te maken op God, of op andere mensen. En vraag jezelf af: wat zou er veranderen als ik wist dat ik er al bij hoor?
Praat mee
Paulus noemt al zijn vroegere prestaties "vuilnis". Vind je dat overdreven, of snap je waarom hij dat zegt?
Wat is voor jou het moeilijkst om te geloven: dat God van je houdt zonder dat je iets hoeft te presteren, of dat je toch je best moet blijven doen?
Samen Bidden
Heer Jezus, dank U dat ik niet eerst goed genoeg hoef te zijn voor U. Dank U dat U mij kent en bij U wilt hebben. Help mij om niet te rennen om U te bereiken, maar om met U mee te rennen. Amen.
Vragen over Filippenzen 3
Korte antwoorden voor wie hier voor het eerst over leest.
Waar gaat Filippenzen 3 over?
Wat staat er in Filippenzen 3?
Wat leert Filippenzen 3 ons over God?
Wat kunnen kinderen leren uit Filippenzen 3?
Waarom is Filippenzen 3 een belangrijk bijbelverhaal?
Wat anderen ontdekten
Paulus schrijft: "vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is". Hij had reden om terug te kijken, naar prestaties én naar fouten. Maar hij weigert. Wat houdt jou vast? Soms is het niet je zonde die je verlamt, maar je verleden überhaupt. Strek je vandaag opnieuw uit.
Paulus durft te zeggen: "Wees met elkaar mijn navolgers." Best brutaal. Maar hij wijst niet naar zichzelf als perfect mens, hij wijst naar een leven dat Christus achterna gaat. De vraag aan jou is ongemakkelijk: wie loopt er eigenlijk met jou mee, en zou jij durven zeggen "doe mij maar na"? Niet omdat je het goed doet, maar omdat je richting klopt.
Voor een andere leeftijd?
Voor peuters (3-6 jaar) of tieners (12+) hebben we ook eigen versies.
Open in de kinderbijbel-tool