Trouwe liefde
Korte overdenkingen om bij stil te staan, bij bijbelteksten uit Ezra 3:11, Filippenzen 2:8, Leviticus 19:14 en Hosea 3:1.
En zij zongen in beurtzang bij het prijzen en bij het danken van de HEERE dat Hij goed is, dat Zijn goedertierenheid over Israël tot in eeuwigheid is. Heel het volk hief een groot gejuich aan bij het prijzen van de HEERE, omdat de fundering voor het huis van de HEERE gelegd was.
Ezra 3:11
Zeventig jaar lang had er puin gelegen op de tempelberg. Verbrande balken, omgevallen stenen, onkruid tussen de resten. Een hele generatie was opgegroeid zonder de tempel ooit te hebben gezien.
En dan, op een gewone dag, worden de eerste nieuwe stenen gelegd. Niet het dak, niet de muren, alleen de fundering. Je kunt er nog niet in bidden. Je kunt er nog niet in offeren. Maar het begin ligt er.
Het volk breekt uit in gejuich. De priesters pakken hun trompetten, de Levieten hun cimbalen. Over een paar stenen in het zand.
In het volgende hoofdstuk zal het werk stilgelegd worden door tegenstand. Het zal nog zestien jaar duren voor de tempel echt klaar is. Maar vandaag telt het begin.
Misschien sta jij vanmorgen voor iets wat je al lang voor je uitschuift. Een gesprek, een gewoonte, een gebed dat je niet meer bidt. Je ziet het hele bouwwerk voor je en je raakt verlamd.
Ezra laat zien: je hoeft vandaag niet het dak te leggen. Alleen de eerste steen. En daar mag je bij juichen, want God is goed en Zijn goedertierenheid blijft tot in eeuwigheid, ook over wat net begonnen is.
En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.
Filippenzen 2:8
Paulus schrijft dit aan de gemeente in Filippi. Er is daar gedoe. Twee vrouwen liggen overhoop, er wordt gekeken naar status, naar wie boven wie staat. En wat doet Paulus? Hij gaat niet bemiddelen. Hij zingt.
Midden in zijn brief citeert hij wat waarschijnlijk een vroege lofzang was. Een lied dat de gemeente kende. Over Jezus, die het gelijk-zijn aan God niet vasthield als een bezit, maar losliet. Die omlaag ging. Tot aan het kruis.
En dat lied zet Paulus daar neer als het antwoord op hun ruzie. Niet: los het op. Maar: kijk naar Hem.
Dat is iets anders dan een moraal. Paulus geeft geen opdracht om nederig te doen. Hij laat zien wie Jezus is, en zegt eigenlijk: dit is de lucht waarin jullie leven. Dit is de beweging waar jullie in meegenomen zijn.
Misschien zit jij vanmiddag ook in iets kleins. Een collega die je irriteert. Een plek waar je vindt dat je meer verdient. Een gelijk dat je wilt halen.
Paulus roept je niet tot de orde. Hij wijst naar Jezus, die het niet vastgreep. En vraagt: zou je daar even naar kunnen kijken, voor je de middag ingaat?
U mag een dove niet vervloeken en voor een blinde mag u geen struikelblok neerleggen, maar u moet uw God vrezen. Ik ben de HEERE.
Leviticus 19:14
Het is een vreemd gebod, als je er lang bij blijft staan.
Een dove hoort je vloek niet. Een blinde ziet niet wie het struikelblok heeft neergelegd. Je komt ermee weg. Niemand weet het, behalve jij. En God.
Daar gaat het precies om. Dit gebod beschermt mensen die zich niet kunnen verweren, die niet kunnen terugroepen, niet kunnen aanwijzen. Mensen zonder getuige. En juist daar zegt de HEERE: Ik zie het wel. Vrees Mij.
Israël leerde zo wie hun God was. Niet een god die alleen let op wat zichtbaar netjes is, op wat gezien wordt in de poort. Een God die opkomt voor wie niets terug kan doen. Die aan de kant staat van de weerloze, ook als niemand anders dat merkt.
En dan komt het dichtbij. Want wie is in jouw week de dove? De collega die niet hoort wat er over hem gezegd wordt. De klant aan de telefoon die jouw zucht niet opvangt. Het kind dat niet doorheeft dat de grap over hem gaat.
Struikelblokken leggen we vaker neer dan we denken. Vaak gewoon omdat het kan.
Vandaag mag je weten: Hij ziet mee. Niet als bedreiging, maar als uitnodiging om anders te worden dan wat makkelijk is.
Wie God vreest, hoeft niemand te laten vallen.
De HEERE zei tegen mij: Ga nog eens, bemin die vrouw die, door haar levensgezel bemind, toch overspel pleegt, zoals de HEERE de Israëlieten bemint, hoewel zij zich wenden tot andere goden.
Hosea 3:1
Hosea krijgt een opdracht die niemand hem benijdt. Zijn vrouw Gomer is weggelopen, een ander leven in. En God zegt: ga nog eens. Bemin haar opnieuw.
Het woord dat hier klinkt is geen gevoel, geen tweede kans uit medelijden. Het is een profetisch teken. Hosea moet met zijn eigen leven uitbeelden wat God doet met Israël. Een volk dat Hem verliet, achter andere goden aan. En toch gaat Hij hen opnieuw halen.
In het volgende vers lezen we dat Hosea haar koopt. Vijftien zilverstukken en een hoeveelheid gerst. Hij betaalt voor zijn eigen vrouw, omdat ze intussen van een ander is geworden. Zo diep gaat die liefde: ze haalt terug wat ze allang bezat.
Avond is een goed uur om dit tot je door te laten dringen. De dag ligt achter je, met alles wat erin omging. Misschien ook stukken waarvan je denkt: daar ben ik niet trots op.
God zegt tegen Hosea: ga nog eens. En datzelfde woord geldt vannacht over jou. Hij is je niet moe. Hij haalt je opnieuw.
Sluit je ogen in die wetenschap.
Bekijk de volledige tekst en context op debijbel.nl.
Bij elk vers in deze overdenkingen kun je een uitgebreide bijbeluitleg krijgen met context, achtergrond en toepassing.
Start een verdiepingKrijg een melding bij elke nieuwe overdenking.
iPhone vereist een extra stapje om meldingen te kunnen ontvangen. Dit duurt 20 seconden:
Je krijgt voortaan meldingen op je telefoon bij elk nieuw moment.
Probeer het later opnieuw.
Je hebt op dit apparaat eerder geen toestemming gegeven voor meldingen — of de browser onthoudt dat van een vorige keer. Volg deze stappen om het aan te zetten:
Elke ochtend een bijbelgedeelte met een korte overdenking in je inbox.
Je ontvangt eerst een bevestigingsmail.