Liefdevolle zorg
Korte overdenkingen om bij stil te staan, bij bijbelteksten uit Jona 4:6, Lukas 1:26-28, Markus 1:10-11 en 1 Korinthe 13:5.
En de HEERE God beschikte een wonderboom en liet hem boven Jona opschieten, zodat er schaduw boven zijn hoofd zou zijn, om hem te bevrijden van zijn kwelling. Jona was erg blij met de wonderboom.
Jona 4:6
Jona zit buiten de stad. Hij heeft gepreekt, Ninevé heeft zich bekeerd, en in plaats van blijdschap is er woede. Hij bouwt een hutje, gaat zitten, en wacht af wat er met de stad gebeurt. Of eigenlijk: hij hoopt nog steeds op vuur van boven.
En dan dit. God laat een plant opschieten. Schaduw voor een boze man. Jona is pas echt blij als het om hemzelf gaat, om een beetje koelte boven zijn hoofd.
Wat opvallend is: God discussieert niet eerst. Hij laat Jona niet eerst schuld belijden. Hij geeft gewoon schaduw. Pas daarna komt het gesprek, via een worm en een hete wind, over wat Jona werkelijk beweegt.
Misschien herken je iets van die hut. Je zit ergens buiten, mokkend, teleurgesteld dat iets anders liep dan jij wilde. En boven je hoofd groeit iets wat je niet verdiend hebt: een beetje rust, een nachtje slaap, een mens die vraagt hoe het gaat.
God is vanmorgen bezig met wonderbomen. Kleine schaduwen boven hoofden die het eigenlijk niet verdienen. Kijk er vandaag eens naar. Niet om jezelf te veroordelen om je boosheid, maar om te zien dat Hij nog steeds voor je zorgt terwijl Hij met je in gesprek wil.
In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, waarvan de naam Nazareth was, naar een maagd die ondertrouwd was met een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria. En toen de engel bij haar binnengekomen was, zei hij: Wees gegroet, begenadigde. De Heere is met u. U bent gezegend onder de vrouwen.
Lukas 1:26-28
Zesde maand. Een datum, zomaar neergezet. Elisabet is zes maanden zwanger, en nu gaat God verder.
Gabriël is de engel die eerder bij Daniël stond, bij de rivier, bij de tempel. Grote plekken, grote mannen. Nu stuurt God hem naar Nazareth. Een dorp zo klein dat het in het Oude Testament niet één keer wordt genoemd. Later zal Nathanaël vragen of daar iets goeds vandaan kan komen.
En in dat dorp, naar één meisje. Niet naar de priester in Jeruzalem. Niet naar de koning. Naar Maria.
Het keerpunt zit in dat adres. God doet iets wereldomvattends, en Hij begint het bij een naam die niemand kent, in een straat die niemand kent. Vanaf hier loopt de lijn naar Bethlehem, naar het kruis, naar jou.
Jij zit nu ergens tussen de middag. Een plek die ook niemand bijzonder vindt. Een bureau, een bus, een keuken.
Dat is precies het soort plek waar God graag binnenkomt. Niet omdat Hij geen beter adres kon vinden. Omdat Hij dit adres uitkoos.
Straks terug aan het werk. Maar wel met de wetenschap dat Gabriël ook naar Nazareth ging.
En meteen toen Hij uit het water opkwam, zag Hij de hemelen scheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemelen: U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.
Markus 1:10-11
Dertig jaar stilte. Dan loopt Jezus de Jordaan in, een rivier vol boetelingen die hun zonden belijden. Hij hoort daar niet. Hij heeft niets te belijden. En toch gaat Hij het water in, tussen de zondaars, voordat Hij ook maar één woord gepreekt heeft.
En dan scheurt de hemel.
Het Griekse woord dat Markus hier gebruikt, schizomenous, betekent openscheuren. Niet opengaan, zoals een deur. Scheuren, zoals een kleed. Datzelfde woord gebruikt Markus nog één keer: als Jezus sterft en het voorhangsel in de tempel scheurt, van boven naar beneden.
Twee keer scheurt er iets. Bij de rivier en bij het kruis. Alsof God wil zeggen: wat Ik hier open, gaat niet meer dicht.
En dan die stem. Nog voor Jezus iets gedaan heeft, nog voor de eerste genezing, de eerste gelijkenis, de eerste leerling. U bent Mijn geliefde Zoon.
Misschien sta jij vandaag ergens halverwege. Nog niet klaar met wat je begonnen bent, nog niet zeker of het wat wordt. De vraag die blijft hangen: durf je te geloven dat God spreekt voordat jij presteert? Dat de hemel al openstaat boven je werk van vanmiddag?
Zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad.
1 Korinthe 13:5
Paulus schrijft deze woorden niet aan een lieve, warme gemeente. Korinthe was verdeeld. Er waren ruzies over leiders, over het avondmaal, over wie de mooiste gaven had. Mensen hielden lijstjes bij van wat de ander verkeerd deed.
Midden in die situatie zegt Paulus: de liefde denkt geen kwaad. In het Grieks staat er een woord uit de boekhouding, logizetai. Het betekent: niet in de boeken schrijven. Niet noteren, niet optellen, niet bewaren voor later.
De liefde houdt geen administratie bij.
Misschien herken je het. Je komt thuis en in je hoofd staat nog een lijstje open. Wat die collega zei. Hoe het thuis ging vanmorgen. Dat ene zinnetje dat bleef hangen. Je telt het stilletjes op.
Vanavond mag je het boek dichtdoen. Niet omdat het niet gebeurd is, maar omdat God het bij jou weghaalt. Hij rekent jou het kwade ook niet toe. Zijn liefde houdt geen rekening met jouw lijst.
Leg de pen neer. Geef Hem de bladzijde van vandaag. Morgen is een leeg vel, en Hij schrijft mee.
Bekijk de volledige tekst en context op debijbel.nl.
Bij elk vers in deze overdenkingen kun je een uitgebreide bijbeluitleg krijgen met context, achtergrond en toepassing.
Start een verdiepingKrijg een melding bij elke nieuwe overdenking.
iPhone vereist een extra stapje om meldingen te kunnen ontvangen. Dit duurt 20 seconden:
Je krijgt voortaan meldingen op je telefoon bij elk nieuw moment.
Probeer het later opnieuw.
Je hebt op dit apparaat eerder geen toestemming gegeven voor meldingen — of de browser onthoudt dat van een vorige keer. Volg deze stappen om het aan te zetten:
Elke ochtend een bijbelgedeelte met een korte overdenking in je inbox.
Je ontvangt eerst een bevestigingsmail.