Jeremia 15
Lees Jeremia 15 in de HSVDe Tekst
God antwoordt op Jeremia's smeekbede voor het volk met een schokkend nee. Zelfs als Mozes en Samuel voor Mijn aangezicht zouden staan, zou Ik dit volk niet sparen. Wat volgt is een opsomming van komend onheil: zwaard, honger, ballingschap, verstrooiing. Jeremia klaagt daarna zijn eigen ellende bij God, de eenzaamheid van de profeet die niemand wil horen. God antwoordt met een belofte van bewaring, mits Jeremia zich bekeert van zijn bitterheid en blijft spreken.
De Kern
Jeremia staat in de tempelhof, of misschien op straat, en pleit. Hij heeft het al eerder gedaan, hij zal het opnieuw doen. Maar dit keer klapt de deur dicht. "Al stond Mozes voor Mijn aangezicht, of Samuel, dan nog zou Mijn ziel niet met dit volk zijn." Voel wat hier gebeurt. De twee grootste voorbidders uit Israëls geheugen worden bij naam genoemd, de mannen die eerder dood en verderf hebben afgewend, en God zegt: zelfs zij zouden Mij nu niet vermurwen. Dat is geen woede-uitbarsting, dat is een oordeel dat rijpt na eeuwen van geduld. Wat deze tekst laat zien: er is een moment waarop voorbede haar functie verliest omdat het hart van het volk zich definitief heeft gesloten. Genade is geen automaat.
De Rode Draad
De naam Mozes valt hier niet toevallig. Bij het gouden kalf ging Mozes tussen God en het volk staan, en God bond in. Samuel deed hetzelfde bij Mizpa. Beiden waren middelaars die het onmogelijke voor elkaar kregen. Nu zegt God: die weg is nu dicht. En juist hier wijst de tekst, zonder het te weten, vooruit. Want als zelfs Mozes en Samuel dit volk niet meer kunnen redden, wie dan wel? Het antwoord ligt niet in Jeremia 15 zelf; het antwoord komt eeuwen later, wanneer een grotere Middelaar niet vóór God gaat staan maar zich tússen God en de mens laat verpletteren. Hebreeën 7 noemt Hem de Middelaar die altijd leeft om te pleiten. In Jeremia 15 hoor je de leegte die die Middelaar moet vullen.
De Spiegel
We geloven graag dat gebed en berouw altijd nog kunnen. Straks. Later. Maar deze tekst zegt iets ongemakkelijks: het hart kan zich zo lang tegen God dichtdraaien dat de sleutel roest in het slot. Denk aan die collega die je al jaren dezelfde spiraal ziet lopen en die telkens zegt: ik weet het, ik moet veranderen. Denk aan jezelf en dat ene punt waar je al jaren mee schippert. Jeremia 15 laat niet toe dat we onze bekering blijven uitstellen alsof God een geduldige receptionist is. Tegelijk raakt Jeremia's klacht ook een andere snaar: wie trouw wil zijn aan God, betaalt daar een prijs voor. Eenzaamheid. Onbegrip. Het gevoel bedrogen te zijn door de roeping zelf. Ook dat is welkom in dit hoofdstuk.
De Hoofdpersoon
Jeremia barst halverwege los. "Wee mij, mijn moeder, dat u mij gebaard hebt." Hij vervloekt niet God, maar wel zijn eigen bestaan. Hij zit niet meer, hij ijsbeert. Hij verwijt God: U bent voor mij als een onbetrouwbare beek, water dat opdroogt juist wanneer ik dorst heb. Dat is grof taalgebruik richting de Almachtige. En het opvallende is: God straft Jeremia niet voor deze woorden. Hij corrigeert hem wel. "Als u zich bekeert, zal Ik u terug laten keren, u zult voor Mijn aangezicht staan." De profeet moet zelf ook door de bekeringspoort waar hij het volk toe roept. God maakt Jeremia opnieuw tot koperen muur, versterkt hem, belooft hem te redden uit de hand van de gewelddadigen. Geen zachte troost, wel echte trouw.
De Vraag
Hoe kan een God die zegt liefde te zijn, zeggen dat zelfs de grootste voorbidders Hem niet meer kunnen bewegen? Dit is niet weg te poetsen. Je kunt zeggen: dit is retorisch, een dramatisch beeld om urgentie op te wekken. Deels is dat waar. Maar de tekst weigert de scherpte eruit te halen. Wat hier onder zit, is dit: God neemt de menselijke keuze zo serieus dat Hij het volhardende nee ook laat staan. Liefde die geen nee accepteert is dwang, niet liefde. Toch blijft er een rauwe rand aan deze tekst die zich niet laat gladstrijken tot een verhaal over vrije wil. God is hier boos, gekwetst, en Hij kondigt oordeel aan zonder omhaal. Dat is niet comfortabel. Het moet niet comfortabel zijn.
Het Detail
"Bedrieglijke beek, wateren die niet betrouwbaar zijn." Dat is wat Jeremia God verwijt. In het Hebreeuws klinkt hier het beeld van een wadi, een woestijnbeek die in de regentijd bruist maar in de zomerhitte compleet droog ligt. Reizigers die op zo'n beek rekenden konden sterven van dorst. Jeremia zegt dus letterlijk tegen God: U bent een dodelijke teleurstelling. Wat je hier hoort is niet vrome berusting, het is de klacht van iemand die alles heeft ingezet en zich verraden voelt. Dat dit in de canon staat, betekent dat zulke woorden mogen. God vindt Jeremia's ruwheid blijkbaar minder erg dan zijn zwijgen zou zijn geweest.
Reflectie
Waar in mijn leven stel ik bekering uit alsof God oneindig geduldig zal blijven wachten?
Durf ik mijn eigen "bedrieglijke beek" tegen God uit te spreken, of houd ik het bij vrome zinnen die niets kosten?
Veelgestelde vragen over Jeremia 15
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Jeremia 15?
Waar gaat Jeremia 15 over?
Wat is de historische context van Jeremia 15?
Wat leert Jeremia 15 ons over Gods karakter?
Hoe is Jeremia 15 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Jeremia 15
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
Heer, ik dank U dat U een God bent die ziet wat er gebeurt en niet onverschillig blijft bij onrecht. U laat het kwaad niet ongestraft, en juist daarin vind ik rust. Dank U dat ik mijn pijn en mijn vragen bij een rechtvaardige God mag brengen.
God belooft Jeremia niet dat het makkelijk wordt. Hij zegt: "Zij zullen tegen u strijden, maar zij zullen u niet overwinnen." De tegenstand blijft, de pijn blijft. Maar God maakt hem tot een koperen muur. Soms is dat het enige antwoord op je gebed: niet minder strijd, maar meer ruggengraat.
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool