Bijbeluitleg

Jesaja 57

Lees Jesaja 57 in de HSV
Tekstgrootte:

De Tekst

Jesaja 57 begint met een verontrustende observatie: de rechtvaardige komt om, en niemand merkt het op, terwijl God hem juist wegneemt vóór het onheil. Daarna volgt een felle aanklacht tegen afgodendienst, ontucht onder de groene bomen, kinderoffers in de dalen, en een volk dat zich afmat op vele wegen zonder ooit te zeggen: het is hopeloos. De climax is verrassend genade: God woont bij de verbrijzelde en nederige van geest, schept vrede voor wie ver is en dichtbij, maar de goddelozen zijn als de opgezweepte zee die geen rust kent.

De Kern

Dit hoofdstuk laat twee bewegingen tegelijk zien: God die het oordeel voltrekt over een volk dat overspel pleegt met alles wat glinstert, en God die tegelijk buigt naar wie gebroken is. Het schokkende is niet dat God kwaad wordt om de afgoderij, maar dat Hij in vers 15 zegt te wonen in de hoge en heilige plaats én bij de verbrijzelde. Twee adressen, één God. De heiligheid van God is niet zijn afstand, maar juist wat Hem doet neerbuigen naar wie niets meer te bieden heeft. Wie zichzelf overeind houdt met eigen goden blijft buiten; wie kapot is krijgt Hem in huis.

De Rode Draad

Vers 19, "Vrede, vrede voor wie ver weg is en voor wie dichtbij is", wordt door Paulus in Efeze 2 letterlijk opgepakt als hij uitlegt wat Christus doet aan het kruis: heidenen die ver waren en Joden die dichtbij waren, samen tot één nieuw mens gemaakt. Jesaja spreekt hier profetisch al over een vrede die niet langer aan grens of afkomst gebonden is. En de belofte dat God woont bij de verbrijzelde krijgt in Christus zijn scherpste vorm: Hij is niet alleen de God die neerbuigt, Hij wordt zelf de verbrijzelde (Jesaja 53, één hoofdstuk terug). De weg naar Gods woonplaats loopt via een gebroken Messias, en daarom is er plek voor gebroken mensen.

De Spiegel

De vraag onder dit hoofdstuk is niet of jij een afgodenbeeld in huis hebt, maar waar jij jezelf afmat op vele wegen. Vers 10 is pijnlijk precies: "U bent moe geworden door uw lange reis, maar u zegt niet: het is hopeloos." Dat is het profiel van veel christenen die functioneren: uitgeput door het najagen van erkenning op het werk, van een gezin dat eindelijk goed loopt, van een lichaam dat wel meewerkt, van een bankrekening die zekerheid biedt, en die toch elke ochtend weer opstaan om het opnieuw te proberen. De genade van dit hoofdstuk begint pas wanneer je durft te zeggen: het is hopeloos. Zolang je nog kracht vindt in je hand (vers 10), blijft God op afstand. Zijn adres is verbrijzeling.

De Vraag

Vers 1 blijft ongemakkelijk: "de rechtvaardige komt om, en er is niemand die het ter harte neemt." God zou de rechtvaardige wegnemen vóór het kwaad. Dat klinkt troostrijk tot je het toepast op iemand die jong sterft, en anderen achterblijven met de vraag waarom juist die goede mens. De tekst geeft geen sluitend antwoord op het lijden van de rechtvaardige. Wat hij wel doet, is weigeren om vroege dood automatisch als straf te lezen, iets wat in het Oude Testament allerminst vanzelfsprekend was. Soms is heengaan bescherming, niet oordeel. Dat lost het verdriet niet op, maar het opent een deur die anders dicht bleef: dat God ook in het onbegrijpelijke vertrek van een geliefde niet afwezig hoeft te zijn.

De Hoofdpersoon

God verschijnt in dit hoofdstuk als iemand met twee gezichten die één gezicht zijn. Hij is de rechter die de afgoderij benoemt met een woede die niets verhult, tot en met het beeld van een overspelige vrouw die geschenken stuurt naar haar minnaars. En Hij is dezelfde die in vers 18 zegt: "Ik heb zijn wegen gezien, en Ik zal hem genezen." Geen therapeutische God die alles begrijpt, geen wraakzuchtige God die alles afrekent, maar een God wiens heiligheid en genade uit hetzelfde hart komen. Hij scheldt niet omdat Hij afwijst, Hij scheldt omdat Hij niet verdraagt dat zijn volk zich uitput op een leugen. De vertroosting van vers 18 komt pas na de aanklacht van vers 3. Andere volgorde werkt niet.

Het Detail

"Onder elke bladerrijke boom" (vers 5). Dat lijkt een detail, maar het is de handtekening van het Kanaänitische vruchtbaarheidsgeloof: onder groene bomen werd geofferd aan Baäl in de hoop op regen, oogst, kinderen. De ironie is dat het volk juist kinderen slachtte in de dalen om vruchtbaarheid af te dwingen. Wat we vereren, verslindt uiteindelijk wat we willen beschermen. Wie carrière tot god maakt, offert vaak het gezin dat hij ermee wilde onderhouden. Wie zekerheid tot god maakt, offert uiteindelijk de rust die hij zocht. De bladerrijke boom belooft leven en eist dood. Het kruis, één andere boom, keert die logica om: daar wordt het leven geofferd zodat wij mogen leven.

Reflectie

Waar mat jij jezelf af op een weg waarvan je niet durft te zeggen: het is hopeloos?

Wat betekent het voor jou dat Gods adres niet alleen de hoge en heilige plaats is, maar ook jouw verbrijzeling?

Deel deze uitleg

Help het evangelie verspreiden. Stuur deze uitleg naar iemand die erdoor bemoedigd kan worden.

WhatsApp Email Facebook X / Twitter

Veelgestelde vragen over Jesaja 57

Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.

Wat betekent Jesaja 57?
Jesaja 57 begint met een verontrustende observatie: de rechtvaardige komt om, en niemand merkt het op, terwijl God hem juist wegneemt vóór het onheil. Daarna volgt een felle aanklacht tegen afgodendienst, ontucht onder de groene bomen, kinderoffers in de dalen, en een volk dat zich afmat op vele wegen zonder ooit te zeggen: het is hopeloos.
Waar gaat Jesaja 57 over?
Dit hoofdstuk laat twee bewegingen tegelijk zien: God die het oordeel voltrekt over een volk dat overspel pleegt met alles wat glinstert, en God die tegelijk buigt naar wie gebroken is. Het schokkende is niet dat God kwaad wordt om de afgoderij, maar dat Hij in vers 15 zegt te wonen in de hoge en heilige plaats én bij de verbrijzelde.
Wat is de historische context van Jesaja 57?
Vers 19, "Vrede, vrede voor wie ver weg is en voor wie dichtbij is", wordt door Paulus in Efeze 2 letterlijk opgepakt als hij uitlegt wat Christus doet aan het kruis: heidenen die ver waren en Joden die dichtbij waren, samen tot één nieuw mens gemaakt. Jesaja spreekt hier profetisch al over een vrede die niet langer aan grens of afkomst gebonden is.
Wat leert Jesaja 57 ons over Gods karakter?
De vraag onder dit hoofdstuk is niet of jij een afgodenbeeld in huis hebt, maar waar jij jezelf afmat op vele wegen. Vers 10 is pijnlijk precies: "U bent moe geworden door uw lange reis, maar u zegt niet: het is hopeloos.
Hoe is Jesaja 57 vandaag nog relevant?
Vers 1 blijft ongemakkelijk: "de rechtvaardige komt om, en er is niemand die het ter harte neemt." God zou de rechtvaardige wegnemen vóór het kwaad. Dat klinkt troostrijk tot je het toepast op iemand die jong sterft, en anderen achterblijven met de vraag waarom juist die goede mens.

Wat de gemeenschap deelt bij Jesaja 57

Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.

Inzicht Redactie bij vers 15

God woont hoog en verheven, in de eeuwigheid. En toch, in dezelfde adem zegt Hij: bij de verbrijzelde en nederige van geest. Niet bij de sterke, niet bij wie het voor elkaar heeft. Juist daar waar jij denkt te ver heen te zijn, kiest Hij zijn adres. Je gebrokenheid schrikt Hem niet af. Ze trekt Hem aan.

Verken deze tekst op een ander niveau

Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.

Open in de studie-tool

Disclaimer: Doorgroeien.nl maakt gebruik van geautomatiseerde taalmodellen om bijbeluitleg te genereren. Hoewel we streven naar theologische zuiverheid, kan de software fouten maken. Gebruik deze tool als aanvulling op, niet als vervanging van, je eigen bijbelstudie en het gemeenschapsleven in de kerk.