Bijbeluitleg

Mattheüs 1:5

Lees Mattheüs 1:5 in de HSV
Tekstgrootte:

De Tekst

Mattheüs noemt in zijn geslachtsregister twee vrouwen op rij die niet uit Israël kwamen. Salmon verwekte Boaz bij Rachab, en Boaz verwekte Obed bij Ruth. Obed werd de vader van Isaï, en Isaï van koning David. Zo loopt de lijn van de Messias dwars door een voormalige hoer uit Jericho en een weduwe uit Moab.

De Kern

Lees het hardop en je struikelt. In een geslachtsregister, bedoeld om bloedlijn en zuiverheid vast te leggen, zet Mattheüs demonstratief twee buitenlandse vrouwen neer. Rachab, die haar brood verdiende in een stadsmuur die God zou doen vallen. Ruth, uit het volk dat Israël niet mocht toelaten tot de gemeente des Heren tot in het tiende geslacht. Mattheüs had ze kunnen weglaten. Vrouwen hoorden niet in zo'n lijst, laat staan deze vrouwen. Maar hij schrijft ze erbij alsof hij zegt: let op, hier wordt iets zichtbaar van hoe deze Koning werkt. Niet door bloed te beschermen, maar door buitenstaanders binnen te halen. De Messias wordt geboren uit een stamboom die zelf al evangelie is.

De Rode Draad

Rachab stond op de muur toen Jericho ging vallen. Ze bond het rode koord voor haar raam en werd gered terwijl haar hele stad omkwam. Ruth lag aan de voeten van Boaz op de dorsvloer en vroeg hem om zijn mantel over haar uit te spreiden, de taal van bescherming en losser. Beide vrouwen worden gered door een man die hen opneemt en dekt. En uit beide lijnen komt David, en uit David de Zoon van David, die zijn mantel zou uitspreiden over de hele wereld, Jood en heiden. Mattheüs begint zijn evangelie niet toevallig zo. De heidenvrouwen in vers 5 zijn de magiërs in hoofdstuk 2 en de hoofdman onder het kruis al in de kiem.

De Spiegel

Je kent waarschijnlijk het gevoel dat je iets in je verleden draagt wat je liever niet meeneemt de kerk in. Een scheiding, een abortus, jaren die je verprutst hebt, een familie waarvan je hoopt dat niemand ernaar vraagt. En je hoort dan de boodschap dat God je vergeeft, maar diep van binnen denk je: ja, maar echt gebruikt worden, dat is voor anderen. Mattheüs 1:5 doet iets anders dan vergeven. Hij neemt Rachab op in de officiële papieren. Haar naam staat zwart op wit in de stamboom van de Koning. God vergeeft niet alleen je verleden, Hij vlecht het in. De vrouw uit het bordeel wordt overgrootmoeder van David. Wat jij wegstopt, zet Hij in zijn geslachtsregister.

Het Profiel

De eerste lezers van Mattheüs waren waarschijnlijk Joden die Jezus als Messias beleden, en die zich in een pijnlijke overgangssituatie bevonden. In hun gemeenten kwamen steeds meer heidenen binnen. Mochten die er echt bij? Zonder besnijdenis, zonder voedselwetten, zonder stamboom? De spanning was voelbaar. En dan opent Mattheüs zijn evangelie met een stamboom, precies het document waarmee je in die cultuur bewees dat je ergens bij hoorde. Maar hij schrijft Rachab en Ruth erin. Voor een Joodse lezer was dat een schok en een opluchting tegelijk. De Messias zelf had heidens bloed. Wie dus heidenen uit zijn gemeente wilde weren, moest eerst de Christus zelf uitgummen. Mattheüs maakt het hun onmogelijk.

De Vraag

Waarom laat God zijn Zoon geboren worden uit een lijn met een hoer en een Moabitische erin? Waarom niet een schone lei? Je zou kunnen zeggen: om zijn genade te laten zien. Dat klopt, maar het is te snel. De diepere schuring is deze: God schaamt zich blijkbaar niet voor dingen waar wij ons wel voor zouden schamen. Hij vindt het niet nodig om zijn Zoon in een nette stamboom te plaatsen. Dat zet onze eerzucht om een respectabel geloofsleven in een vreemd licht. Wij willen graag een opgepoetste getuigenis, een presentabele familie, een nette biografie. God lijkt daar aantoonbaar minder mee bezig dan wij. Dat kan opluchten, maar het kan ook ontregelen.

Context

Mattheüs schrijft vermoedelijk tussen 60 en 80 na Christus, aan een gemeente met een Joodse kern en een groeiende stroom heidenen. In zijn tijd waren geslachtsregisters serieus bezit. Priesters bewaarden ze in de tempel, families bewaarden ze thuis. Wie geen stamboom kon aantonen, verloor zijn plek. Rachab leefde rond 1400 voor Christus, Ruth rond 1100. Tussen hen en David zit nauwelijks een generatie, wat historisch gezien krap is, maar Mattheüs' punt is theologisch, niet chronologisch. Hij selecteert. En in zijn selectie plaatst hij twee heidenvrouwen op de drempel van het koningschap. Boaz, de zoon van een hoer, trouwt een Moabitische. Hun kleinzoon wordt koning. Zo begint het verhaal dat uitloopt op Bethlehem.

Reflectie

Welk stuk van jouw verleden zou je het liefst uit je stamboom knippen, en wat zou het betekenen als God het er juist in laat staan?

Wie zijn in jouw gemeente of leven de Rachabs en Ruths, de mensen die er volgens de regels eigenlijk niet bij zouden horen, en hoe ga jij met hen om?

Deel deze uitleg

Help het evangelie verspreiden. Stuur deze uitleg naar iemand die erdoor bemoedigd kan worden.

WhatsApp Email Facebook X / Twitter

Veelgestelde vragen over Mattheüs 1:5

Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.

Wat betekent Mattheüs 1:5?
Mattheüs noemt in zijn geslachtsregister twee vrouwen op rij die niet uit Israël kwamen. Salmon verwekte Boaz bij Rachab, en Boaz verwekte Obed bij Ruth. Obed werd de vader van Isaï, en Isaï van koning David. Zo loopt de lijn van de Messias dwars door een voormalige hoer uit Jericho en een weduwe uit Moab.
Waar gaat Mattheüs 1:5 over?
Rachab stond op de muur toen Jericho ging vallen. Ze bond het rode koord voor haar raam en werd gered terwijl haar hele stad omkwam. Ruth lag aan de voeten van Boaz op de dorsvloer en vroeg hem om zijn mantel over haar uit te spreiden, de taal van bescherming en losser. Beide vrouwen worden gered door een man die hen opneemt en dekt.
Wat is de historische context van Mattheüs 1:5?
De eerste lezers van Mattheüs waren waarschijnlijk Joden die Jezus als Messias beleden, en die zich in een pijnlijke overgangssituatie bevonden. In hun gemeenten kwamen steeds meer heidenen binnen. Mochten die er echt bij? Zonder besnijdenis, zonder voedselwetten, zonder stamboom?
Wat leert Mattheüs 1:5 ons over Gods karakter?
Mattheüs schrijft vermoedelijk tussen 60 en 80 na Christus, aan een gemeente met een Joodse kern en een groeiende stroom heidenen. In zijn tijd waren geslachtsregisters serieus bezit. Priesters bewaarden ze in de tempel, families bewaarden ze thuis. Wie geen stamboom kon aantonen, verloor zijn plek.
Hoe is Mattheüs 1:5 vandaag nog relevant?
Wie zijn in jouw gemeente of leven de Rachabs en Ruths, de mensen die er volgens de regels eigenlijk niet bij zouden horen, en hoe ga jij met hen om?

Wat de gemeenschap deelt bij Mattheüs 1

Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.

Inzicht Redactie bij vers 13

Zerubbabel, Abiud, Eljakim. Namen die je overslaat als je het geslachtsregister leest. Toch staan ze er. God vergeet de stille generaties niet, de mensen zonder verhaal, zonder podium. Misschien voel jij je ook zo'n tussenschakel. Weet dan: in Gods register staat je naam voluit.

Inzicht Redactie bij vers 2

Abraham verwekte Izak, Izak verwekte Jakob, en Jakob verwekte Juda en zijn broers. Opvallend: Juda wordt genoemd, niet Jozef de favoriete zoon. Juda, die zijn broer wilde verkopen. Toch loopt de lijn van de Messias door hem. God kiest geen vlekkeloze stamboom. Hij werkt door gebroken levens heen, ook die van jou.

Inzicht Redactie bij vers 20

Jozef heeft al besloten. Hij wil Maria heimelijk verlaten, netjes, zonder schandaal. En juist op dat moment komt de engel: "Wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen." God onderbreekt zijn weloverwogen plan. Soms is het moedigste geloof niet beginnen, maar je net genomen besluit durven loslaten.

Verken deze tekst op een ander niveau

Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.

Open in de studie-tool

Disclaimer: Doorgroeien.nl maakt gebruik van geautomatiseerde taalmodellen om bijbeluitleg te genereren. Hoewel we streven naar theologische zuiverheid, kan de software fouten maken. Gebruik deze tool als aanvulling op, niet als vervanging van, je eigen bijbelstudie en het gemeenschapsleven in de kerk.