Romeinen 3:11
Lees Romeinen 3:11 in de HSVDe Tekst
"Er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt." Paulus citeert hier uit de Psalmen, en hij doet het in een aaneenschakeling van bijbelteksten die samen één hamerend oordeel vormen. De mens, zo stelt hij, is niet alleen onwetend over God, hij zoekt Hem ook niet uit zichzelf. Het is een dubbele vaststelling: het verstand staat stil, en de wil keert zich af.
De Kern
Hier raakt Paulus iets dat onder de huid kruipt. We zijn gewend te denken dat de mens van nature naar God zoekt, dat er ergens diep van binnen een verlangen brandt dat alleen God kan stillen. Augustinus' beroemde "ons hart is onrustig" lijkt dat te bevestigen. Maar Paulus zegt iets pijnlijkers: dat verlangen, voor zover het er is, is niet ons werk. Wie God zoekt, is altijd al gevonden. De tekst ontneemt ons elke aanspraak op spiritueel initiatief. Er is geen religieuze prestatie, geen zoektocht waar wij ons op kunnen beroemen. Het zoeken zelf is genade die ons voor is.
De Rode Draad
Paulus haalt deze woorden uit Psalm 14 en Psalm 53, waar David klaagt over de dwazen die zeggen dat er geen God is. Maar in Romeinen wordt die klacht uitgebreid: het gaat niet meer over enkelen, het gaat over allen, Jood en Griek. En precies omdat niemand zoekt, moet er Iemand zijn die komt zoeken. Daar ligt de brug naar Christus, die in Lukas 19 over Zichzelf zegt dat Hij gekomen is "om te zoeken en zalig te maken wat verloren is." De volgorde van het evangelie wordt hier blootgelegd: niet wij vinden Hem, Hij vindt ons. Het hele reddingsplan rust op dat ene gegeven, dat God de Zoekende is en wij de gezochten.
De Spiegel
Dit doet iets met je religieuze zelfbeeld. Want stilletjes denken we vaak dat ons geloof toch ook een prestatie is, dat we onszelf hebben opengesteld, dat we de stap hebben gezet. We vergelijken ons met mensen die "nog niet zover zijn." En juist daar legt deze tekst een vinger. Wat als jouw zoeken niet jouw verdienste is, maar een geschenk dat je niet eens herkent? Wat als die ochtenden waarop je geen zin had in gebed, waarop je vermoeid en cynisch was, dichter bij de waarheid lagen dan je geestelijke hoogtepunten? Deze tekst maakt ons stil. Hij ontneemt ons het recht om neer te kijken op wie niet gelooft, want we hadden zelf in die rij gestaan als God niet was begonnen.
Context
Paulus schrijft aan een gemeente in Rome waar Joden en heidenen samen één lichaam moeten vormen, maar waar onderhuids een rangorde dreigt. De Joden hebben de wet, de besnijdenis, de geschiedenis met God. De heidenen komen er nieuw bij. In hoofdstuk 1 heeft Paulus de heidenen onder het oordeel geplaatst, in hoofdstuk 2 de Joden. En in hoofdstuk 3 trekt hij de conclusie: allemaal staan ze met lege handen. Dit vers is onderdeel van die grote gelijkmaker. Het was niet bedoeld als algemene mensenkennis, maar als een specifiek argument tegen religieus zelfbewustzijn, tegen elke groep die meent een streepje voor te hebben omdat ze toch in elk geval zoekers zijn.
De Intertekst
De echo van Psalm 14 is duidelijk, maar luister ook naar Jesaja 65:1, waar God zegt: "Ik ben gezocht door hen die naar Mij niet vroegen, Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten." Diezelfde omkering. God is niet de passieve gezochte van religieuze inspanning, Hij is de actieve Zoeker die zich laat vinden door wie Hem niet eens op de radar had. En in Johannes 6:44 zegt Jezus: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader hem trekt." Drie teksten die samen één boodschap dragen: het initiatief is altijd boven, nooit beneden. Wij worden bewogen voordat wij bewegen.
Het Profiel
Voor de Joodse hoorder in Rome was dit een schokkende lezing van zijn eigen Psalmen. Hij kende Psalm 14 als een aanklacht tegen de heidenen, tegen de goddelozen daarbuiten. Paulus draait dat om en plaatst de psalm als spiegel voor de gelovige zelf. De heidense hoorder, die misschien had gehoopt eindelijk een plek te vinden in de geschiedenis van Israël, krijgt evenmin een streepje voor: ook hij zocht niet. Beide groepen worden teruggebracht tot dezelfde stilte, dezelfde leegte voor God. En precies in die gedeelde armoede ontstaat ruimte voor het evangelie dat in vers 21 begint: "Maar nu is, buiten de wet om, gerechtigheid van God geopenbaard."
Reflectie
Wat zou er veranderen in je gebed als je gelooft dat elk verlangen naar God al een antwoord op Hem is, en niet een vraag aan Hem?
Waar betrap je jezelf erop dat je je geloof ziet als prestatie, en hoe zou deze tekst je daarvan kunnen bevrijden?
Veelgestelde vragen over Romeinen 3:11
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Romeinen 3:11?
Waar gaat Romeinen 3:11 over?
Wat is de historische context van Romeinen 3:11?
Wat leert Romeinen 3:11 ons over Gods karakter?
Hoe is Romeinen 3:11 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Romeinen 3
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
Vader, behoed mij voor de gedachte dat het kwaad goede vruchten zou kunnen dragen. Leer mij om eerlijk te zijn in wat ik doe en denk, ook als de weg moeilijker lijkt. Laat mijn leven oprecht zijn voor U.
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool