Filippenzen 1
Uitleg en bijbelverhaal voor basisschoolleeftijd (7-12 jaar)
Lees Filippenzen 1 in de HSVDe Uitleg
Paulus schrijft een brief. Niet vanuit zijn huis, niet vanuit een mooie tuin, maar vanuit de gevangenis. Hij zit vast omdat hij over Jezus heeft verteld. Je zou verwachten dat zo'n brief somber is, vol klagen. Maar het tegenovergestelde gebeurt. Paulus begint met dankzeggen. Hij denkt aan de gelovigen in Filippi, een stad ver weg, en hij zegt: elke keer als ik aan jullie denk, dank ik God.
Filippi was een stad waar Paulus jaren eerder de eerste christenen had ontmoet. Een vrouw, Lydia, die stoffen verkocht. Een gevangenbewaarder en zijn gezin. Een handjevol mensen die in Jezus gingen geloven. En nu, jaren later, is dat groepje uitgegroeid tot een echte gemeente. Paulus schrijft: ik ben er zeker van dat God, die in jullie een goed werk begonnen is, dat ook zal afmaken (vers 6).
Paulus vertelt eerlijk hoe het met hem gaat. Hij zit gevangen, maar daardoor horen juist de soldaten en de mensen in het paleis over Jezus. Sommige christenen zijn moediger geworden omdat zij Paulus zien volhouden. Andere christenen praten zelfs met verkeerde bedoelingen over Jezus, om Paulus jaloers te maken. En weet je wat Paulus zegt? Het maakt me niet uit. Als de naam van Jezus maar bekend wordt.
Aan het eind van het hoofdstuk zegt hij iets bijzonders: voor mij is het leven Christus en het sterven winst (vers 21). Hij weet niet of hij de gevangenis levend uit komt. En toch is hij niet bang.
Wat betekent dit?
Paulus laat zien dat blijdschap niet hetzelfde is als 'het gaat allemaal lekker'. Hij heeft het zwaar. Hij weet niet hoe het afloopt. Toch is hij vol vreugde. Dat komt niet omdat hij sterk is, maar omdat hij weet bij wie hij hoort.
En er zit nog iets onder. Paulus gelooft dat God iets is begonnen, en dat God het ook afmaakt. Dat is een belofte. God begint niet half aan iets. Als Hij in iemands leven aan het werk gaat, dan houdt Hij niet halverwege op.
De Rode Draad
In de Bijbel zie je steeds weer dat God dingen begint en afmaakt. Hij begon met het maken van de wereld en maakte het af. Hij begon met het volk Israël en bleef trouw, ook als zij Hem vergaten. Hij begon met Jezus naar de aarde te sturen, en Jezus maakte zijn werk af aan het kruis: "Het is volbracht."
En nu, zegt Paulus, doet God dat ook in mensen. Hij begint iets in jou, en Hij maakt het af. Niet omdat jij zo geweldig bent, maar omdat God trouw is. Dat is wat Paulus zo rustig maakt, zelfs in een cel. Hij weet: dit verhaal is niet van mij, het is van God. En God maakt het af.
Voor Jou
Misschien denk je weleens: ik geloof niet goed genoeg, ik bid niet vaak genoeg, ik snap er nog te weinig van. Paulus zou tegen je zeggen: dat hoeft ook niet allemaal in een keer. God is bezig. Hij is begonnen. Hij geeft niet op.
En als je iets moeilijks meemaakt, een ruzie thuis, een vriendschap die stuk gaat, iets waar je bang voor bent, dan mag je weten dat blij zijn niet betekent dat je doet alsof alles fijn is. Echte blijdschap kan er ook zijn als het moeilijk is. Niet omdat je het wegduwt, maar omdat Iemand groter dan jij vasthoudt.
Je mag deze week eens proberen om, net als Paulus, te beginnen met dankzeggen. Niet omdat alles leuk is, maar omdat God er is.
Praat mee
Paulus is blij terwijl hij in de gevangenis zit. Hoe kan dat eigenlijk? Wat denk jij?
Als God iets in jou begonnen is en het afmaakt, wat zou Hij dan in jouw leven aan het doen kunnen zijn?
Samen Bidden
Heer, dank U dat U niet halverwege stopt. Dank U dat U begonnen bent in ons leven en dat U trouw bent, ook als wij het even niet zien. Leer ons om blij te zijn zoals Paulus, niet omdat alles makkelijk is, maar omdat U bij ons bent. Amen.
Vragen over Filippenzen 1
Korte antwoorden voor wie hier voor het eerst over leest.
Waar gaat Filippenzen 1 over?
Wat staat er in Filippenzen 1?
Wat leert Filippenzen 1 ons over God?
Wat kunnen kinderen leren uit Filippenzen 1?
Waarom is Filippenzen 1 een belangrijk bijbelverhaal?
Wat anderen ontdekten
Paulus bidt of je vervuld mag worden met "vruchten van gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn, tot heerlijkheid en lof van God." Let op: die vruchten zijn dóór Hem, niet uit jou. Je hoeft niet harder te knijpen om vrucht te persen. Blijf verbonden, dan komt het. En de eer? Die gaat naar Boven, niet naar jouw cv.
Paulus zit in de gevangenis en hoort dat sommigen Christus prediken "uit afgunst en ruzie". Stel je voor: mensen gebruiken jouw opsluiting om zelf groter te worden. En toch breekt hij niet. Hij kijkt door de bedoelingen heen naar de Naam die klinkt. Hoe vaak laat ik me juist verlammen door de motieven van anderen?
Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus." Het lijkt een formule, maar Paulus schrijft dit vanuit een cel. Eerst genade, dan vrede. Die volgorde is niet toevallig. Pas als je werkelijk gelooft dat God je genadig is, kan je hart tot rust komen. Andersom werkt het zelden.
Paulus schrijft: "Want aan u is het uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden." Lijden als gegeven, als genade. Dat schuurt. We zien geloof graag als gift, lijden liever als pech. Toch noemt Paulus beide in één adem. Wat als jouw moeilijke weg geen vergissing is, maar deel van wat je gekregen hebt?
Voor een andere leeftijd?
Voor peuters (3-6 jaar) of tieners (12+) hebben we ook eigen versies.
Open in de kinderbijbel-tool