Efeziërs 3
Uitleg en bijbelverhaal voor tieners (12 jaar en ouder)
Lees Efeziërs 3 in de HSVDe Uitleg
Paulus zit gevangen. Letterlijk. Ketenen, een Romeinse cel, en toch begint hij dit hoofdstuk niet met klagen, maar met een gebed dat hij halverwege onderbreekt om uit te leggen waar zijn hele leven om draait. Hij noemt het "het geheimenis." Eeuwenlang was er iets verborgen, zegt hij, en nu is het open gegooid: heidenen, dus alle niet-Joden, de buitenstaanders, horen er net zo bij. Niet als tweederangs leden, maar als mede-erfgenamen. Eén lichaam. Eén belofte.
Voor ons klinkt dat misschien gewoon. Voor Paulus' lezers was het revolutionair. De Joden hadden eeuwenlang gedacht dat zij Gods uitverkoren mensen waren, met de wet, de tempel, de beloften. En nu zegt Paulus: God breekt de muur af. Iedereen mag erbij, op basis van Christus, niet op basis van afkomst.
Paulus noemt zichzelf "de allerminste van alle heiligen." Dat is geen valse bescheidenheid. Hij heeft de kerk vervolgd, christenen laten oppakken. Dat hij nu degene is die dit goede nieuws aan de heidenen mag brengen, vindt hij belachelijk genadig.
Vanaf vers 14 pakt hij zijn gebed weer op. Hij knielt. En hij bidt iets ongelooflijks: dat zijn lezers innerlijk versterkt worden door Gods Geest, dat Christus in hun harten woont, en dat ze samen met alle gelovigen kunnen begrijpen hoe breed, lang, hoog en diep de liefde van Christus is. Een liefde die, voegt hij eraan toe, alle kennis te boven gaat. Je kunt het niet helemaal vatten, en toch mag je het kennen.
Hij eindigt met een uitroep, een soort doxologie: aan Hem die machtig is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, zij de heerlijkheid.
Wat betekent dit?
Twee dingen vallen op. Het eerste: God doet dingen die mensen niet hadden zien aankomen. Het geheimenis dat Paulus beschrijft was er altijd al, verborgen in Gods plan, maar nu pas zichtbaar. God werkt vaak zo. Wat eeuwenlang ondenkbaar leek, blijkt precies waar Hij naartoe werkte.
Het tweede: Paulus' grootste verlangen voor de mensen aan wie hij schrijft is niet dat ze succesvol worden, of zelfs dat ze betere christenen worden in de zin van beter presteren. Hij bidt dat ze de liefde van Christus leren kennen. Niet erover leren, maar kennen. Door en door. Tot in de breedte, lengte, hoogte en diepte. Hij stapelt de woorden op omdat één dimensie niet genoeg is.
Dat is opvallend, want Paulus had ook kunnen bidden om uithoudingsvermogen, om wijsheid, om vervolging te weerstaan. Hij bidt om kennis van liefde. Daar zit zijn theologie: alles begint daar.
De Rode Draad
Door de hele Bijbel loopt de vraag wie erbij hoort. God kiest Abraham, dan Israël, sluit verbonden, geeft beloften. En steeds is er die spanning: blijft het exclusief, of wordt het ooit voor iedereen?
De profeten lieten al doorschemeren dat de volken zouden komen. Jesaja zag het. Maar Paulus zegt: in Christus is het zover. Het kruis brak de muur af tussen Jood en heiden, tussen binnen en buiten. Wie bij Jezus hoort, hoort erbij. Punt.
En dat geheimenis, dat plan dat God van vóór de schepping in zich droeg, draait om Hem. Christus in jullie hart wonen door het geloof, schrijft Paulus. Dat is geen vroom plaatje. Dat is het hart van het evangelie: God die geen afstand houdt, maar in mensen komt wonen.
Voor Jou
Er is een vraag die de meeste mensen, bewust of onbewust, met zich meedragen: hoor ik erbij? Op school, in vriendengroepen, online, thuis. Het is een diep menselijke vraag, en de antwoorden die de wereld geeft zijn vaak gekoppeld aan voorwaarden. Je hoort erbij als je leuk genoeg bent, slim genoeg, mooi genoeg, grappig genoeg.
Paulus schrijft over een soort erbij horen dat niet werkt op voorwaarden. Mede-erfgenaam. Geen junior-account, geen proefperiode. Volwaardig.
De toepassing is niet dat je nu lekker zelfverzekerd door het leven moet stappen. De toepassing is misschien wel ongemakkelijker: durf je te geloven dat Gods liefde voor jou niet afhangt van je prestaties? Want als je ja zegt op die vraag, verandert er iets in hoe je naar mislukking kijkt, hoe je naar anderen kijkt, hoe je naar jezelf kijkt in de spiegel.
En nog iets. Paulus bidt dat je de liefde van Christus zou kennen, een liefde die kennis te boven gaat. Dat betekent dat je nooit klaar bent met ontdekken. Geloof is geen vakje dat je afvinkt op je veertiende. Het is een ruimte waar je dieper en dieper in kunt gaan, je leven lang.
Praat mee
Paulus bidt dat zijn lezers de liefde van Christus zouden 'kennen', niet alleen erover horen. Wat is voor jou het verschil tussen geloven dat God van je houdt en het echt weten?
Het idee dat je 'mede-erfgenaam' bent en er volledig bij hoort zonder voorwaarden, botst met hoe veel dingen in ons leven werken. Waar merk jij die spanning het sterkst?
Samen Bidden
God, U bidt grotere dingen voor mij dan ik voor mezelf zou durven vragen. Versterk mij van binnen door Uw Geest. Laat Christus wonen in mijn hart. En leer mij die liefde kennen die ik nooit helemaal kan vatten, maar waarin ik wel mag leven. Amen.
Vragen over Efeziërs 3
Korte antwoorden voor wie hier voor het eerst over leest.
Waar gaat Efeziërs 3 over?
Wat staat er in Efeziërs 3?
Wat leert Efeziërs 3 ons over God?
Wat kunnen tieners leren uit Efeziërs 3?
Waarom is Efeziërs 3 een belangrijk bijbelverhaal?
Wat anderen ontdekten
Paulus bidt dat je "ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is". Let op die woorden: met alle heiligen. Je vat de liefde van Christus niet in je eentje. Je hebt anderen nodig om te zien hoe wijd Hij is. Waar in jouw leven probeer je God te kennen zonder de kerk?
In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem." Lees dat woord nog eens: vrijmoedigheid. Niet schoorvoetend, niet met je hoed in je hand. Je mag binnenkomen bij God zoals je bent. Waarom bid je dan vaak alsof je Hem moet overtuigen je binnen te laten?
Paulus schrijft: "dat Hij mij door openbaring dit geheimenis bekendgemaakt heeft." Hij heeft het niet bedacht, niet uitgedacht in een studeerkamer. Het werd hem gegeven. Soms wil jij ook alles kloppend maken in je hoofd, terwijl God wacht tot je stil wordt en ontvangt wat Hij wil laten zien.
Paulus noemt zichzelf "de allerminste van alle heiligen". Dat is geen valse bescheidenheid. Hij weet wie hij was: een vervolger. En juist hem wordt de genade gegeven om de "onnaspeurlijke rijkdom van Christus" te verkondigen. Misschien is je verleden niet je diskwalificatie, maar precies de plek waar genade zichtbaar wordt.
Voor jongere kinderen?
Voor peuters (3-6 jaar) of de basisschoolleeftijd (7-12 jaar) hebben we ook eigen versies.
Open in de kinderbijbel-tool