Jeremia 31:34
Lees Jeremia 31:34 in de HSVDe Tekst
"Niemand zal meer zijn naaste of zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken." Een belofte over kennis van God die niet meer aangedragen hoeft te worden, en over zonde die uit Gods geheugen verdwijnt.
Context
Stel je Jeruzalem voor in de laatste jaren voor de val. De muren zijn nog overeind, maar iedereen weet dat het schip zinkt. Babylonische legers hebben al eerder aan de poort gestaan; de eerste ballingen zijn al weggevoerd, koning Jojachin zit gevangen in Babel. In de stad ruikt het naar angst en naar de rook van offers die weinig meer betekenen. De tempeldienst draait door, priesters onderwijzen de wet, maar Jeremia weet: dit gaat instorten. Zijn hoorders zijn mensen die hun wereld zien afbrokkelen, die zich afvragen of Gods verbond het overleeft als tempel en troon vallen. In dat klimaat, waarin cynisme voor de hand ligt, spreekt hij deze woorden over een nieuw verbond.
De Kern
Twee dingen worden hier beloofd, en ze horen onlosmakelijk bij elkaar. Ten eerste: kennis van God wordt directer, inwendig, niet meer afhankelijk van tussenpersonen die je bij de mouw trekken met "je moet God leren kennen". Ten tweede, en dit is de grond onder het eerste: vergeving die zo grondig is dat God zegt niet meer aan de zonde te denken. Dat is geen goddelijk geheugenverlies, alsof God iets vergeet. Het is een bewuste keuze om de zonde niet meer op te rekenen, niet meer als factor te laten meewegen. Alleen op die basis kan een mens God werkelijk kennen. Zonder vergeving blijft alle godskennis beladen met angst en zelfverdediging.
De Rode Draad
Jeremia's belofte hangt in de lucht totdat Jezus in de nacht voor zijn dood de beker opneemt en zegt: "Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed." Daar wordt de vergeving concreet, geankerd in een sterven. En de Hebreeënbrief neemt Jeremia 31 letterlijk over om te laten zien dat het oude offersysteem juist bewees dat de zonde bleef terugkeren, jaar na jaar, dier na dier. Christus' offer is anders: eenmalig, definitief, zodat God ook werkelijk "niet meer denkt" aan de zonde. De belofte die Jeremia in een instortende stad uitsprak, blijkt eeuwen later het hart te raken van wat aan het kruis gebeurt.
De Spiegel
Voel je hoe deze tekst je onderuit haalt op een punt waar je het misschien niet verwacht? Wij leven met een God die alles onthoudt, denken we. Elke verkeerde reactie tegen je kind, elke keer dat je loog over waarom je te laat was, elke gedachte waarvan je hoopt dat niemand ze ooit ziet. De belofte hier is niet dat God een oogje toeknijpt. Het is dat Hij, wanneer de vergeving door Christus binnenkomt, actief besluit die dingen niet meer tegen je te laten spreken. En het tweede deel: je hoeft God niet meer te leren kennen zoals je Frans leert op de middelbare school. Kennen betekent hier: verbonden zijn, vertrouwd raken. De vraag is niet of je genoeg weet, maar of je Hem toelaat.
De Intertekst
Ezechiël, tijdgenoot van Jeremia in ballingschap, spreekt bijna gelijktijdig over een hart van vlees dat het hart van steen vervangt (Ezechiël 36). Dezelfde belofte, andere beelden. En Psalm 103 zingt al vooruit: "Zo ver het oosten is van het westen, zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan." Dat is het taalregister waar Jeremia uit put. Het is geen nieuwe uitvinding, maar een belofte die eindelijk grond onder de voeten krijgt.
De Vraag
Als God zegt de zonde niet meer te gedenken, waarom worstelt de gelovige er dan zo mee? Waarom blijft schuld terugkeren, midden in de nacht, midden in de kerkbank? De eerlijke kant hiervan: Gods niet-gedenken is niet automatisch ons niet-gedenken. Wij dragen ons geheugen mee, ons geweten, onze schaamte. De belofte is dat aan Gods kant de rekening is gesloten. Wat wij daarmee doen, blijft een oefening. Vergeving ontvangen is soms moeilijker dan haar te geven. Hier houdt de tekst op met verklaren en begint het geloof.
Reflectie
Waar in jouw leven leef je nog alsof God de rekening bijhoudt, terwijl Hij zegt haar te hebben gesloten?
Wat betekent het voor jou om God te "kennen" zonder de omweg van meer informatie, meer boeken, meer preken? Wat blijft er dan over?
Veelgestelde vragen over Jeremia 31:34
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Jeremia 31:34?
Waar gaat Jeremia 31:34 over?
Wat is de historische context van Jeremia 31:34?
Wat leert Jeremia 31:34 ons over Gods karakter?
Hoe is Jeremia 31:34 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Jeremia 31
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
Heer, wij juichen om wie U bent. U bent de God die redt, die zijn volk niet loslaat, hoe klein of gebroken ook. Leer ons U te bezingen, ook in dagen waarin blijdschap ver weg lijkt. Bewaar in ons de hoop dat U herstelt wat verloren ging.
Heer, wat ben ik U dankbaar dat U mij aanspreekt op mijn eigen zonde en niet op die van mijn ouders of voorouders. Dank U dat U mij ziet als uniek persoon en dat ik bij U opnieuw mag beginnen, vrij van last die niet van mij is.
God zegt: "Zoals Ik over hen gewaakt heb om hen weg te rukken en af te breken, zo zal Ik over hen waken om te bouwen en te planten." Dezelfde God die afbrak, bouwt op. Soms denk je dat afbraak het einde is. Maar Zijn waken stopt niet bij de puinhoop. Hij bouwt met dezelfde aandacht weer op.
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool