2 Korinthe 9
Uitleg en bijbelverhaal voor basisschoolleeftijd (7-12 jaar)
Lees 2 Korinthe 9 in de HSVDe Uitleg
Paulus schrijft een brief aan de christenen in Korinthe. Hij is bezig met een groot project: hij verzamelt geld voor de arme christenen in Jeruzalem, die het zwaar hebben. De gemeentes in Macedonië hebben al meegedaan, en Paulus heeft tegen hen opgeschept over de Korinthiërs: "Die zijn vast al klaar, die geven graag." Nu komen er afgevaardigden naar Korinthe toe om de collecte op te halen, en Paulus wil niet voor schut staan. Hij hoopt dat ze hun belofte waarmaken.
Maar het gaat hem niet alleen om het geld. Paulus zegt iets opvallends: geven moet niet met tegenzin, en niet omdat het moet. "God heeft een blijmoedige gever lief." Een blijmoedige gever is iemand die het met vreugde doet, niet zuchtend. Paulus haalt er een spreuk bij: wie weinig zaait, oogst weinig. Wie veel zaait, oogst veel. Een boer die maar drie korrels zaait, krijgt geen volle akker terug.
Dan komt het mooie. Paulus belooft niet dat je rijk wordt als je geeft. Hij zegt: God is bij machte om je alles te geven wat je nodig hebt, zodat je weer kunt geven aan anderen. God laat de gever niet leeglopen. Hij vult je bij. En het eindigt allemaal in dankzegging aan God: de armen in Jeruzalem zullen God danken, de gemeentes raken aan elkaar verbonden, en iedereen kijkt omhoog naar de Gever van alle goede dingen. Paulus sluit het hoofdstuk af met een uitroep: "Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke Gave!" Die Gave, met hoofdletter, is Jezus.
Wat betekent dit?
Geven is in dit hoofdstuk veel meer dan munten in een collectezak doen. Het is een houding van het hart. Paulus zegt eigenlijk: hoe je geeft, laat zien wat je van God denkt. Als je gelooft dat God gul is, durf je zelf ook gul te zijn. Als je denkt dat God krenterig is, hou je alles stevig vast.
Het bijzondere is dat God niets nodig heeft. Hij vraagt niet om geld omdat Zijn schatkist leeg is. Hij vraagt erom omdat geven ons verandert. Een gierig hart wordt klein en bang. Een blijmoedig hart wordt ruim en vrij. God wil ons ruim en vrij maken.
De Rode Draad
Aan het einde van het hoofdstuk wijst Paulus naar Jezus, "de onuitsprekelijke Gave". Onuitsprekelijk betekent: je kunt het niet eens in woorden vangen. God gaf Zijn eigen Zoon. Hij hield niets achter. Hij gaf het kostbaarste wat Hij had.
Dat is de bron van alle christelijk geven. We geven niet om indruk te maken of om iets terug te verdienen bij God. We geven omdat God eerst gaf, en nog steeds geeft. Elke keer dat een christen iets weggeeft, lijkt hij een beetje op zijn Vader in de hemel. En daarmee hangt het verbond samen, de afspraak die God met Zijn volk heeft: Ik zorg voor jullie, en jullie mogen elkaar daarin meenemen.
Voor Jou
Misschien denk je: ik heb niet veel om weg te geven. Maar geven gaat over meer dan geld. Het gaat over je tijd, je aandacht, je spullen, je hulp. Wie het laatste koekje aan zijn zusje geeft zonder te zuchten, snapt iets van dit hoofdstuk. Wie zijn zakgeld deelt met een goed doel zonder daarover op te scheppen, ook.
Let eens op je eigen houding. Geef je iets weg en denk je daarna: had ik dat nou wel moeten doen? Dat is normaal. Maar vraag God of Hij je hart ruimer wil maken. Niet omdat het moet, maar omdat je iets wilt laten zien van Wie God is. Hij is geen krenterige God. Hij is overvloedig.
En vergeet het slot niet: God zorgt dat je niet leegloopt. Wie geeft, krijgt op een andere manier weer terug. Niet altijd in geld, soms in vreugde, soms in vriendschap, soms in iets dat je pas later begrijpt.
Praat mee
Wanneer vind jij het moeilijk om iets weg te geven, en waarom denk je dat dat zo is?
Wat denk je dat Paulus bedoelt met "een blijmoedige gever", en ken je iemand die zo is?
Samen Bidden
Vader, dank U voor Jezus, Uw onuitsprekelijke Gave. U gaf het mooiste wat U had. Maak ons hart ruim, zodat we durven delen zonder bang te zijn dat we tekortkomen. Help ons om blij te geven, niet zuchtend. En dank U dat U voor ons zorgt. Amen.
Vragen over 2 Korinthe 9
Korte antwoorden voor wie hier voor het eerst over leest.
Waar gaat 2 Korinthe 9 over?
Wat staat er in 2 Korinthe 9?
Wat leert 2 Korinthe 9 ons over God?
Wat kunnen kinderen leren uit 2 Korinthe 9?
Waarom is 2 Korinthe 9 een belangrijk bijbelverhaal?
Wat anderen ontdekten
Paulus schrijft: "Hij nu Die de zaaier zaad verschaft, moge ook brood tot voedsel schenken en uw zaaigoed doen toenemen en de vruchten van uw gerechtigheid vermeerderen." God geeft je niet alleen brood om op te eten, maar ook zaad om weg te geven. Wat heb jij vandaag in je hand dat bedoeld is om uit te delen?
En God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk."
Let op die woordjes: elke, alles, altijd, al, elk. Paulus stapelt ze op. Niet om je te overweldigen, maar om iets door te laten dringen: God geeft niet karig. Je geeft niet weg omdat je veel hebt, je geeft omdat Hij genoeg is.
Een blijmoedige gever heeft God lief." Let op de volgorde: niet de gulle, niet de grote, maar de blijmoedige. God kijkt eerst naar je hart, dan naar je hand. Geef je vanuit vreugde, of vanuit plicht? Soms is het eerlijker om iets niet te geven dan met tegenzin. God wil jou, niet je geld.
Paulus schrijft over gevers en ontvangers. De arme gemeente in Jeruzalem krijgt geld van de Korinthiërs, en wat doen ze terug? Ze bidden voor hen, "vol verlangen naar u, vanwege de allesovertreffende genade van God over u." Geld stroomt heen, liefde stroomt terug. Wanneer bad jij voor het laatst vol verlangen voor iemand die jou hielp?
Voor een andere leeftijd?
Voor peuters (3-6 jaar) of tieners (12+) hebben we ook eigen versies.
Open in de kinderbijbel-tool