Efeziërs 4
Uitleg en bijbelverhaal voor tieners (12 jaar en ouder)
Lees Efeziërs 4 in de HSVDe Uitleg
Paulus zit gevangen in Rome als hij dit hoofdstuk schrijft. Hij is letterlijk geketend, en juist vanuit die situatie roept hij de gemeente in Efeze op om iets te zijn wat ze nog niet vanzelf zijn: één. "Ik roep u er dan toe op, ik, de gevangene in de Heere, dat u wandelt op een wijze die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is" (vers 1).
Hij begint met houdingen: nederigheid, zachtmoedigheid, geduld, elkaar verdragen in liefde. Dat is geen poëtische opsomming. Dat zijn de exacte spierbewegingen die nodig zijn om eenheid in stand te houden. Want eenheid bestaat al, schrijft Paulus, je hoeft haar niet te maken. Eén lichaam, één Geest, één hoop, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader (verzen 4 tot 6). Zeven keer 'één'. Het is alsof hij een spijker erin slaat tot hij niet meer dieper kan.
Daarna, vanaf vers 7, gaat het over verschillen. Christus heeft genadegaven uitgedeeld. Hij is afgedaald en opgevaren, en heeft mensen gegeven aan zijn kerk: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars. Niet als sterren, maar als toerusters. Hun werk is om gewone gelovigen klaar te stomen voor het werk dat zij zelf moeten doen, totdat we samen volwassen worden, "tot de maat van de grootte van de volheid van Christus" (vers 13).
Volwassen worden, schrijft Paulus, betekent niet meer heen en weer geslingerd worden door elke wind van leer of door mensen die je willen manipuleren. Het betekent: de waarheid spreken in liefde, en groeien naar Christus toe.
Vanaf vers 17 wordt het concreet, bijna ongemakkelijk. Hij beschrijft hoe heidenen leven: verduisterd verstand, verhard hart, ongevoelig geworden, overgegeven aan losbandigheid. En dan dat scherpe contrast: "Maar u hebt Christus zo niet leren kennen" (vers 20). Hij gebruikt het beeld van kleding. De oude mens uitdoen, de nieuwe mens aandoen. Liegen eruit, waarheid erin. Boos zijn mag, maar laat de zon niet ondergaan over je woede. Stelen eruit, werken en delen erin. Vuile taal eruit, woorden die opbouwen erin. En het hoofdstuk eindigt met: bedroef de Heilige Geest van God niet, want door Hem bent u verzegeld.
Wat betekent dit?
Paulus zegt eigenlijk twee dingen tegelijk die wij vaak tegen elkaar uitspelen. Hij zegt: je bent al iemand in Christus. En hij zegt: ga nu ook zo leven. Geen van beide kanten mag wegvallen. Als je alleen het eerste vasthoudt, wordt geloof een soort innerlijke verzekering zonder gevolgen. Als je alleen het tweede vasthoudt, wordt het een uitputtende prestatie waarin je nooit goed genoeg bent.
De kerk is volgens Paulus een lichaam. Dat is geen romantisch plaatje. Een lichaam betekent dat het je iets doet als een ander pijn heeft. Dat je niet kunt zeggen: dit deel heb ik niet nodig. Dat je elkaars eigenaardigheden moet verdragen omdat je aan elkaar vastzit.
En tegelijk roept hij op tot waarheid. Niet de waarheid als wapen, maar waarheid in liefde. Dat is een combinatie die zeldzaam is. De meeste mensen kiezen voor één van beide: eerlijk maar hard, of vriendelijk maar oppervlakkig. Paulus wil allebei tegelijk.
De Rode Draad
Het hart van dit hoofdstuk klopt in vers 13: "totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus." Het doel van alles wat Paulus beschrijft, alle gaven, alle inspanning, alle verandering van gedrag, is Christus zelf. Hij is de norm. Hij is het hoofd waar het lichaam naartoe groeit (vers 15).
Christus is afgedaald en opgevaren (verzen 9 en 10). Dat is het hele evangelie in twee bewegingen. Hij ging naar het diepste punt waar mensen kunnen zijn, en steeg op tot boven alle hemelen, om alles te vervullen. En vanuit die plek deelt Hij uit. Wat jij hebt aan gaven, aan inzicht, aan plek in zijn lichaam, is buit die Hij heeft uitgedeeld na zijn overwinning.
Voor Jou
Er is iets wat dit hoofdstuk doet met de gedachte dat geloof vooral persoonlijk is, iets tussen jou en God op je kamer. Paulus zou daarmee niets kunnen. Voor hem is geloven onlosmakelijk verbonden met een lichaam, met mensen die je niet zelf hebt uitgekozen, met een gemeente waar je je soms aan ergert.
Dat schuurt. Want het is makkelijker om je geloof in je hoofd te hebben dan om het in een groep mensen uit te houden. Het is makkelijker om influencers te volgen dan om te luisteren naar de saaie ouderling. Het is makkelijker om weg te gaan dan om de waarheid in liefde te spreken tegen iemand met wie het moeilijk is.
En kijk eens naar dat lijstje in de laatste verzen. Liegen, woede die blijft hangen, stelen, woorden die afbreken. Niemand boven de dertien is daar onschuldig in. Paulus zegt niet: doe je best. Hij zegt: doe het uit, alsof het kleding is. En trek iets anders aan. Dat is geen zelfverbetering, dat is identiteit. Je bent al een nieuwe mens. Begin je zo te kleden.
Praat mee
Paulus zegt dat eenheid al bestaat en bewaard moet worden. Waar in jouw kerk of gemeente kost dat bewaren je echt iets, en ben je bereid die prijs te betalen?
Welk kledingstuk uit de oude mens hangt nog steeds in jouw kast omdat het lekker zit? Wat houdt je tegen om het uit te trekken?
Samen Bidden
Heer Jezus, U bent afgedaald en opgevaren, en U deelt uit aan mensen zoals ik. Leer mij wat het is om volwassen te worden in U. Geef mij geduld met de mensen om mij heen, en moed om de waarheid te spreken zonder hard te worden. Laat mij de Heilige Geest niet bedroeven, maar ruimte geven. Amen.
Vragen over Efeziërs 4
Korte antwoorden voor wie hier voor het eerst over leest.
Waar gaat Efeziërs 4 over?
Wat staat er in Efeziërs 4?
Wat leert Efeziërs 4 ons over God?
Wat kunnen tieners leren uit Efeziërs 4?
Waarom is Efeziërs 4 een belangrijk bijbelverhaal?
Wat anderen ontdekten
Één Heere, één geloof, één doop." Drie keer dat kleine woordje één. Paulus schrijft dit terwijl de gemeente in Efeze bestaat uit Joden en heidenen, achtergronden die botsen. En toch: één Heere.
Waarom valt het ons dan zo zwaar om één te zijn met die broeder of zuster die net anders denkt? Misschien omdat we onze eigen kring belangrijker maken dan die ene Heere die ons samenbindt.
En dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken." Vernieuwing begint niet bij je gedrag, maar bij hoe je denkt. Welke gedachte draai je vandaag al voor de tiende keer af? Over jezelf, over die ander, over God? Precies daar wil de Geest binnenkomen. Niet om je harder je best te laten doen, maar om je denken zelf op te frissen.
Paulus zegt het met klem: "dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken." Let op dat woord: zinloosheid. Niet hun gedrag noemt hij eerst, maar hun denken. Wat vult jouw hoofd door de dag? Want daar begint je wandel, lang voor je voeten in beweging komen.
In alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen."
Verdragen. Niet wegpoetsen, niet oplossen, niet uitpraten tot iedereen tevreden is. Gewoon dragen. Paulus weet blijkbaar dat eenheid in de kerk niet ontstaat omdat we elkaar leuk vinden, maar omdat we kiezen elkaar te blijven dragen. Wie draag jij vandaag, ook al kost het je iets?
Voor jongere kinderen?
Voor peuters (3-6 jaar) of de basisschoolleeftijd (7-12 jaar) hebben we ook eigen versies.
Open in de kinderbijbel-tool