Gods zorg zichtbaar
Korte overdenkingen om bij stil te staan, bij bijbelteksten uit Johannes 6:9, Genesis 18:17, Lukas 1:68-70 en Genesis 18:17-18.
Hier is een jongetje dat vijf gerstebroden en twee visjes heeft, maar wat betekenen die onder zovelen?
Johannes 6:9
Het is Andreas die het zegt. Hij heeft rondgekeken in die enorme menigte, vijfduizend mannen, en hij heeft iets gevonden. Een jongetje met een tasje. Vijf platte broden van gerst, het goedkope graan van de armen, en twee kleine gezouten visjes, waarschijnlijk uit het meer.
Andreas brengt het bij Jezus. En tegelijk relativeert hij zijn eigen vondst: wat betekenen die onder zovelen? Je hoort hem bijna verontschuldigend praten. Het is zo weinig.
Maar Jezus vraagt niet om meer. Hij vraagt om wat er is. Hij neemt de broden, dankt, en deelt uit. En iedereen eet tot verzadiging. Er blijven twaalf manden over, meer dan waarmee begonnen werd.
De menigte ziet een wonder en wil Hem koning maken. Maar het teken wijst verder. De dag erna zal Jezus zeggen: Ik ben het Brood des levens. Het ging niet om de broden. Het ging om Hem die ze brak.
Vandaag is het de dag des Heeren. Je komt misschien met weinig. Een vermoeid hart, een klein geloof, een halve aandacht. Breng het. Hij vraagt niet of het genoeg is. Hij vraagt of je het geeft. En in Zijn handen wordt klein genoeg voor velen.
En de HEERE zei: Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?
Genesis 18:17
De HEERE staat op het punt weg te gaan bij de tent van Abraham. Sodom ligt beneden in het dal. Het oordeel is besloten. En dan, in Zichzelf, stelt de HEERE een vraag: zal Ik dit voor Abraham verbergen?
Merk op hoe Hij het niet met Abraham bespreekt of hij het mag weten. Hij overlegt met Zichzelf. Hij weegt of Hij Zijn plan zal delen met deze mens die buiten Zijn tent staat.
En Hij besluit: nee, Ik verberg het niet. Want Abraham is geroepen, en Ik heb hem gekend. Daarom hoort hij wat God gaat doen, voordat het gebeurt.
Wat volgt is bijzonder. Abraham krijgt het niet te horen om stil toe te kijken. Hij gaat pleiten. Vijftig rechtvaardigen, veertig, tien. God deelt Zijn plan en Abraham mag ertussen gaan staan.
Vandaag is het zondag. Je hoort het Woord, misschien zojuist, misschien straks. Besef wat daar gebeurt: God verbergt Zijn gedachten niet voor jou. Hij laat je weten wie Hij is en wat Hij doet.
En Hij vraagt niet dat je zwijgt. Hij vraagt, net als bij Abraham, of je ertussen komt staan. Voor mensen om je heen. Voor een stad. Pleitend.
Geloofd zij de Heere, de God van Israël, want Hij heeft naar Zijn volk omgezien en heeft verlossing teweeggebracht. En heeft een hoorn van zaligheid voor ons opgericht in het huis van David, Zijn knecht, zoals Hij gesproken had bij monde van Zijn heilige profeten, die er door de eeuwen heen geweest zijn.
Lukas 1:68-70
Negen maanden stilte. Zacharias had niet geloofd wat de engel bij het reukofferaltaar had gezegd, en zijn mond werd gesloten. Negen maanden luisteren zonder te kunnen antwoorden. Negen maanden de buik van zijn vrouw zien groeien zonder er iets over te kunnen zeggen.
En dan, bij de besnijdenis van zijn zoon, schrijft hij op een tafeltje: Johannes is zijn naam. Op dat moment opent God zijn mond. Het eerste wat eruit komt is geen klacht over het zwijgen. Het is lofzang.
Merk op waar Zacharias begint. Niet bij zijn eigen wonder, niet bij Elisabet, niet eens bij zijn zoon. Hij begint bij Israël. Bij de belofte aan David. Bij de profeten door de eeuwen heen. Pas later in het lied komt zijn kind in beeld, en dan nog als wegbereider voor een Ander.
Stil zijn had hem iets geleerd. Zijn eigen verhaal was ingevoegd in een veel groter verhaal, dat eeuwen eerder begonnen was.
Misschien is dat wat zwijgen soms doet. Het haalt je stem uit het middelpunt en zet je terug op de plek waar je hoort. Een stem tussen vele stemmen, in een lied dat al zong voordat jij er was.
Waar begint jouw lofzang vandaag?
En de HEERE zei: Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen, aangezien Abraham zeker tot een groot en machtig volk zal worden, en alle volken van de aarde in hem gezegend zullen worden?
Genesis 18:17-18
De dag loopt ten einde. Drie mannen zijn bij Abraham geweest onder de eiken van Mamre. Ze hebben gegeten, ze hebben Sara een zoon beloofd, en nu staan ze op om verder te gaan, richting Sodom.
En dan, half hardop, stelt de HEERE Zichzelf een vraag. Niet aan Abraham, maar over hem. Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?
Let op wat hier gebeurt. God weegt of Hij Zijn plan zal delen met een mens. Niet omdat Abraham recht heeft op die kennis, maar omdat hij vriend geworden is. Omdat er een weg is gegroeid tussen Hem en deze man, waarlangs dingen besproken kunnen worden.
En het antwoord op de vraag is: nee, Ik zal het niet verbergen. Vervolgens komt het hele gesprek over Sodom, waarin Abraham pleit en afdingt en opnieuw pleit.
Het begint dus bij een vraag die God aan Zichzelf stelt. Mag deze mens meeweten?
Vanavond, aan het einde van de dag des Heeren, mag je weten dat je door Christus binnen die kring getrokken bent. Niet een knecht die orders krijgt, maar iemand aan wie Hij Zijn hart laat zien, in Zijn Woord, in de preek van vanmorgen, in de stilte nu.
Draag wat je gehoord hebt. Hij heeft het je niet verborgen.
Bekijk de volledige tekst en context op debijbel.nl.
Bij elk vers in deze overdenkingen kun je een uitgebreide bijbeluitleg krijgen met context, achtergrond en toepassing.
Start een verdiepingKrijg een melding bij elke nieuwe overdenking.
iPhone vereist een extra stapje om meldingen te kunnen ontvangen. Dit duurt 20 seconden:
Je krijgt voortaan meldingen op je telefoon bij elk nieuw moment.
Probeer het later opnieuw.
Je hebt op dit apparaat eerder geen toestemming gegeven voor meldingen — of de browser onthoudt dat van een vorige keer. Volg deze stappen om het aan te zetten:
Elke ochtend een bijbelgedeelte met een korte overdenking in je inbox.
Je ontvangt eerst een bevestigingsmail.