Ontmoetingen onderweg
Korte overdenkingen om bij stil te staan, bij bijbelteksten uit Markus 10:17-18, Psalm 137:1-2, Lukas 10:33 en Handelingen 18:2-3.
En toen Hij naar buiten ging om op weg te gaan, snelde er iemand naar Hem toe, viel voor Hem op de knieën en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? En Jezus zei tegen hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed behalve Eén, namelijk God.
Markus 10:17-18
Een man komt aangerend. Hij valt op zijn knieën, nog voordat Jezus goed en wel op weg is. Hij heeft haast, en hij heeft een vraag die hem brandt: hoe krijg ik het eeuwige leven in handen?
En hij begint met een compliment. Goede Meester.
Jezus laat die aanhef niet voorbijgaan. Hij stopt erbij. Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed behalve Eén, namelijk God.
Dat klinkt bijna als een afwijzing, maar het is iets anders. Jezus houdt de man een spiegel voor. Weet je wat je zegt als je dat woord gebruikt? Goed, echt goed, is een woord dat alleen bij God past. Als je Mij zo noemt, besef dan Wie er dan voor je staat.
De man wilde snel door naar zijn vraag. Jezus vertraagt hem. Voordat je nadenkt over wat jij moet doen, denk eerst na over Wie Ik ben.
Misschien begin jij deze vrijdag ook met haast. Met een lijstje, een zorg, een vraag die eerst beantwoord moet. Laat Jezus je vandaag even stilzetten bij die ene vraag van Hem. Niet: wat moet ik doen. Maar: Wie is Hij voor mij? Als je dat weet, verandert de rest van je dag van kleur.
Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij als wij aan Sion dachten. Wij hadden onze harpen gehangen aan de wilgen die daarbinnen zijn.
Psalm 137:1-2
Even de werkdag onderbreken bij een lied dat niet gezongen werd.
Psalm 137 is geschreven in ballingschap. Het volk zit aan de rivieren van Babel, ver van huis, ver van de tempel. De bewakers vragen om een vrolijk lied uit Sion. Maar de harpen hangen in de wilgen. Stil. Niemand speelt.
Dat is bijzonder voor een psalm: hij begint met muziek die zwijgt. De dichter kan niet zingen op bevel. Niet omdat hij God vergeten is, juist omdat hij Hem niet vergeten wil. 'Hoe zouden wij een lied van de HEERE zingen in een vreemd land?'
Misschien herken je iets. Een dag waarop het niet lukt om opgewekt te doen. Werk dat door moet, terwijl van binnen iets stilgezet is. Een verlies, een zorg, een heimwee waar je geen woorden voor hebt.
De psalm leert iets eerlijks: je mag je harp ophangen. Je hoeft niet te zingen wanneer er geen zingen in je is. God vraagt geen opgeplakte vreugde.
Tegelijk: de harpen hangen aan de wilgen, niet in de rivier. Ze zijn niet weggegooid. Ze wachten.
Ga straks weer aan het werk. En weet dat ook het zwijgen voor God een gebed mag zijn.
Maar een Samaritaan die op reis was, kwam in zijn buurt, en toen hij hem zag, was hij met innerlijke ontferming bewogen.
Lukas 10:33
De weg van Jeruzalem naar Jericho daalt bijna duizend meter in zo'n dertig kilometer. Rotsige kloven, scherpe bochten, plekken waar rovers zich konden verschuilen. Iedereen kende die weg als gevaarlijk. Je ging er niet alleen heen als het niet moest.
De priester en de Leviet hadden reden om door te lopen. Als die man dood was, werden zij onrein door aanraking, en dan konden ze hun dienst niet doen. Hun wet gaf hun een nette uitweg. Vroom, verdedigbaar, voorbij.
Dan komt de Samaritaan. Een vreemde, iemand uit het verkeerde volk, iemand die hier eigenlijk niet thuishoort. En juist hij stopt. Hij heeft geen tempeldienst te verliezen, hij heeft alleen ogen die kijken.
Jezus vertelt dit aan een wetgeleerde die wilde weten wie zijn naaste was. Een vraag om de kring klein te houden. Jezus draait de vraag om: wie werd een naaste van de gewonde man?
Daar schuurt het, ook vandaag nog. Niet: wie verdient mijn hulp. Maar: voor wie wil ik stoppen op mijn weg naar beneden? Welk slachtoffer ligt er aan jouw route, deze vrijdag, dat je al drie keer gepasseerd bent met een vrome reden?
De tekst wacht op een antwoord dat je met je voeten geeft.
En hij trof er een zekere Jood aan van wie de naam Aquila was, afkomstig uit Pontus, die kort tevoren uit Italië gekomen was, samen met Priscilla, zijn vrouw. En omdat hij hetzelfde beroep uitoefende, bleef hij bij hen en werkte er; want zij waren tentenmakers van beroep.
Handelingen 18:2-3
De avond valt, en in Korinthe gaat ergens een deur open. Paulus klopt aan bij een echtpaar dat hij nooit eerder gezien heeft. Priscilla en Aquila, net gevlucht uit Rome, keizer Claudius had de Joden de stad uitgezet. Alles kwijt, opnieuw beginnen in een vreemde haven.
En dan dit: ze delen hun huis, hun werktafel, hun avondmaaltijden. Tentenmakers samen. Overdag naalden en leer, 's avonds gesprekken over Jezus.
Het mooie is dat Lukas Priscilla meestal eerst noemt, iets ongewoons in die tijd. Zij was geen schaduw achter haar man. Later leggen ze samen aan de geleerde Apollos de weg van God nauwkeuriger uit. Gewoon, aan tafel.
Hun bediening heeft geen podium. Geen preekstoel, geen titel. Een huis, een beroep, een open deur. Daar wordt de kerk gebouwd, in Korinthe, in Efeze, in Rome.
Misschien denk jij vanavond: wat heb ik nu eigenlijk gegeven vandaag. Een gesprek met een collega, een maaltijd, een luisterend oor. Het lijkt zo weinig. Maar bij God staat ook jouw werktafel ergens opgeschreven.
Leg je naalden neer. Hij ziet wat jouw handen deden.
Bekijk de volledige tekst en context op debijbel.nl.
Bij elk vers in deze overdenkingen kun je een uitgebreide bijbeluitleg krijgen met context, achtergrond en toepassing.
Start een verdiepingKrijg een melding bij elke nieuwe overdenking.
iPhone vereist een extra stapje om meldingen te kunnen ontvangen. Dit duurt 20 seconden:
Je krijgt voortaan meldingen op je telefoon bij elk nieuw moment.
Probeer het later opnieuw.
Je hebt op dit apparaat eerder geen toestemming gegeven voor meldingen — of de browser onthoudt dat van een vorige keer. Volg deze stappen om het aan te zetten:
Elke ochtend een bijbelgedeelte met een korte overdenking in je inbox.
Je ontvangt eerst een bevestigingsmail.