Geloof en vertrouwen
Korte overdenkingen om bij stil te staan, bij bijbelteksten uit Lukas 5:11, Genesis 15:6, Job 2:8 en 2 Koningen 5:3.
En nadat zij de schepen aan land gebracht hadden, verlieten zij alles en volgden Hem.
Lukas 5:11
Netten waren voor Simon en zijn broer geen bijzaak. Ze waren met de hand geknoopt, meestal van linnen, en na elke nacht op het meer moesten ze gespoeld, gedroogd en verstopt worden om te voorkomen dat ze rotten. Een visser zonder net was geen visser meer. Zijn net was zijn vak, zijn brood, zijn bezit.
En juist die netten laten ze liggen. Niet netjes opgehangen, niet aan iemand overgedragen. Gewoon, op de oever.
Het vreemde is: dit gebeurt vlak nadat Jezus hun boot heeft laten overlopen van de vis. Ze hebben net de grootste vangst van hun leven binnengehaald. Op het moment dat het vak eindelijk oplevert, laten ze het vak los.
Vandaag is het zaterdag. Misschien een dag zonder haast, misschien juist een dag waarop je merkt hoe vol je handen zijn met van alles wat je vasthoudt. Werk dat meereist in je hoofd. Zorgen die je 's nachts uit het water haalt en 's morgens weer uitspreidt.
De netten van Simon lagen er nog toen hij wegliep. Ze werden niet minder waard, maar ze waren niet meer het eerste. Wat zou jij vandaag een dag mogen laten liggen, om achter Hem aan te gaan?
En hij geloofde in de HEERE, en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.
Genesis 15:6
Even tussendoor. Het woord dat hier vertaald wordt met gerechtigheid is in het Hebreeuws tsedaka. Wij horen bij gerechtigheid vaak iets juridisch, een rechter met een hamer. Tsedaka is anders. Het woord tekent iets wat scheef stond en weer recht gezet wordt. Een relatie die hersteld wordt. Een weegschaal die weer in balans komt. Een gemeenschap die weer klopt.
Daarom kon Amos schreeuwen dat tsedaka moet stromen als een beek. Het is geen stilstaand principe, het is beweging. Het zet dingen recht die krom liggen.
En dan hier bij Abram. Hij gelooft, en God rekent het hem tot tsedaka. Niet: hij heeft de juiste papieren. Wel: tussen Abram en God staat het nu recht. Wat scheef stond, staat weer op zijn plek.
Onze vertaling zegt gerechtigheid, en dat is niet fout. Maar het draagt niet mee dat het over herstel gaat. Over dingen die weer kloppen.
Je hebt vandaag misschien vrij, en toch zijn er dingen die scheef staan. In een gesprek van gisteren. In hoe je naar iemand kijkt. God is een God die dingen rechtzet. Vraag Hem waar dat vandaag mag beginnen. Klein mag.
En hij nam voor zichzelf een potscherf om zich daarmee te krabben, en hij zat midden in de as.
Job 2:8
Job zit in de as. Zijn kinderen dood, zijn lichaam één zweer, een potscherf in Zijn hand om zich open te krabben. Hij zit daar. Meer niet.
Rouw in zak en as was geen show. Het ruwe haren kleed schuurde op de blote huid, de as maakte je zwart en vies. Je ging op de mesthoop zitten, buiten het dorp, waar het stonk. Je maakte van buiten zichtbaar wat van binnen kapot was. Je zei met je lichaam: ik ben stof, ik heb niets meer, ik kan niets meer.
En precies dat mocht. Niemand jaagde je op om weer normaal te doen. De gemeenschap zag de zak, zag de as, en wist: deze mens is nu daar. Geen troostwoorden nog, geen oplossingen. Zeven dagen zwegen Jobs vrienden met hem, op de grond.
In Ninevé deed de koning hetzelfde. Hij stapte van zijn troon, trok een zak aan, ging in de as zitten. De machtigste man werd de kleinste. God zag het en zag hen.
Wij hebben dat gebruik niet meer. Maar de vraag blijft: gun jij jezelf, gunnen wij elkaar, het zitten in de as? Of moet het verdriet altijd meteen weer opgeruimd?
Soms is stil zitten in het vuil het eerlijkste gebed.
Zij zei tegen haar meesteres: Och, was mijn heer maar bij de profeet die in Samaria is, dan zou die hem van zijn melaatsheid verlossen.
2 Koningen 5:3
Ze had alle reden om te zwijgen. Weggehaald uit haar land door een strooptocht, terechtgekomen in het huis van de generaal die daar mede verantwoordelijk voor was. En juist zijn vrouw moest ze bedienen.
Haar naam kennen we niet. Haar leeftijd niet. Alleen dit ene zinnetje, gesproken in een keuken of een slaapvertrek, ergens in Damascus. Een klein meisje dat medelijden krijgt met de man die haar leven overhoop haalde.
Ze had kunnen denken: laat hem maar wegrotten aan die melaatsheid. In plaats daarvan wijst ze naar Samaria, naar haar God, naar de profeet die ze van thuis kende. Zo begint het wonder van Naäman. Niet bij de koning, niet bij Elisa, maar bij haar.
Het is zaterdagavond. Misschien kijk je terug op een dag waarin je op kleine plekken stond. Een gesprek aan tafel, een boodschap gedaan, iemand geholpen die het niet vroeg. Werk dat niemand zag.
Dit meisje leert je iets: God gebruikt de plek waar je bent, ook als je die plek niet gekozen hebt. Eén zin op de juiste plaats kan een leven veranderen.
Geef de dag terug aan Hem. Wat klein leek, telde misschien meer dan je dacht.
Bekijk de volledige tekst en context op debijbel.nl.
Bij elk vers in deze overdenkingen kun je een uitgebreide bijbeluitleg krijgen met context, achtergrond en toepassing.
Start een verdiepingKrijg een melding bij elke nieuwe overdenking.
iPhone vereist een extra stapje om meldingen te kunnen ontvangen. Dit duurt 20 seconden:
Je krijgt voortaan meldingen op je telefoon bij elk nieuw moment.
Probeer het later opnieuw.
Je hebt op dit apparaat eerder geen toestemming gegeven voor meldingen — of de browser onthoudt dat van een vorige keer. Volg deze stappen om het aan te zetten:
Elke ochtend een bijbelgedeelte met een korte overdenking in je inbox.
Je ontvangt eerst een bevestigingsmail.