Wie was Lazarus? - De vriend die Jezus opwekte
Inleiding
Er ligt een man in een graf. Vier dagen al. De steen is ervoor gerold, de rouwklaagsters hebben hun werk gedaan, de familie zit in de as. En dan komt Jezus aan, te laat volgens iedereen die het kan weten, en huilt zelf bij het graf voordat Hij roept: "Lazarus, kom naar buiten." Wat gebeurt daar eigenlijk? En wie was die Lazarus, die vriend van Jezus wiens naam voor altijd verbonden is aan het meest adembenemende wonder in de evangelien? Op deze pagina ontdek je niet alleen wie Lazarus van Bethanie was, maar waarom juist hij, een stille man zonder een enkel geregistreerd woord in de Bijbel, zo'n centrale plek inneemt in het hart van Jezus en in Gods reddingsplan.
De invalshoek van deze uitleg
Veel uitleg over Lazarus focust op het wonder: de opwekking als bewijs van Jezus' goddelijke macht. Deze pagina kiest een andere invalshoek. Lazarus is in de evangelien bijna altijd zwijgend aanwezig. Hij spreekt geen enkel woord, hij preekt niet, hij schrijft geen brief. Zijn hele getuigenis is dat hij leeft terwijl hij dood zou moeten zijn. En juist daarom is Lazarus een icoon van wat een christen fundamenteel is: niet iemand die veel presteert voor God, maar iemand die door Christus uit de dood is geroepen en wiens enkele bestaan reeds getuigenis is. Lazarus is de stille prediker.
Wat zegt de Bijbel over Lazarus?
De Lazarus die we hier behandelen is Lazarus van Bethanie, de broer van Marta en Maria. Hij moet onderscheiden worden van de bedelaar Lazarus uit de gelijkenis in Lukas 16, een literair personage dat niets met de historische Lazarus te maken heeft. Over Lazarus van Bethanie lezen we vrijwel uitsluitend bij Johannes, in hoofdstuk 11 en 12 van zijn evangelie. Hij woonde in Bethanie, een klein dorp op ongeveer drie kilometer van Jeruzalem, aan de oostelijke helling van de Olijfberg.
Johannes introduceert hem met opmerkelijke tederheid: "Er was nu iemand ziek, Lazarus, uit Bethanie, uit het dorp van Maria en haar zuster Martha. Maria nu was het die de Heere gezalfd heeft met mirre en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haar; haar broer Lazarus was ziek. Zijn zusters dan stuurden Hem de boodschap: Heere, zie, hij die U liefhebt, is ziek" (Johannes 11:1-3). Let op de formulering. De zussen zeggen niet "degene die U liefheeft", maar "degene die U liefhebt". Lazarus wordt niet voorgesteld door wat hij voor Jezus doet, maar door wat Jezus voor hem voelt. Dat is bepalend voor wie Lazarus is in de Schrift.
Vers vijf voegt daar iets aan toe wat we niet mogen overslaan: "Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief." Dit is het enige expliciete trio van genoemde personen in de evangelien van wie staat dat Jezus hen persoonlijk liefhad. Het huis in Bethanie was blijkbaar een plek waar Jezus thuis mocht komen. Geen tempel, geen synagoge, maar een gewoon huis met gewone bewoners, waar de Zoon van God kon rusten.
Dan komt het hart van het verhaal. Jezus wacht expres twee dagen voordat Hij op weg gaat. Als Hij aankomt, is Lazarus al vier dagen dood. In de Joodse traditie geloofde men dat de ziel nog drie dagen boven het lichaam zweefde; na vier dagen was er geen enkele hoop meer. Jezus wil geen reanimatie, Hij wil een opstanding. En dan spreekt Hij de woorden die het hele evangelie samenvatten: "Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?" (Johannes 11:25-26).
Dit is geen troostpraatje bij een graf. Dit is een claim die alleen God kan maken. Jezus zegt niet "Ik breng de opstanding" maar "Ik ben de Opstanding". Het leven zelf staat in persoon tegenover de dood. En de vraag die Hij Marta stelt, is de vraag die Hij elke lezer stelt: gelooft u dat?
De rode draad door de Bijbel
Lazarus staat niet op zichzelf. Zijn verhaal is de climax van een thema dat door de hele Schrift loopt: God is de God die doden levend maakt. Al in Genesis zien we hoe God uit stof leven roept, hoe Hij Sara's dode schoot opent, hoe Hij Jozef uit de put van de dood haalt en op de troon van Egypte zet. Door de hele geschiedenis van Israel heen hoor je dit refrein. Elia wekt de zoon van de weduwe van Zarfath op. Elisa wekt de zoon van de Sunamitische op. En in het bijzonder in Ezechiel 37 staat die aangrijpende visioen van het dal met dorre doodsbeenderen, waarover God zegt: "Zie, Ik zal de geest in u brengen en u zult tot leven komen."
Het Oude Testament schreeuwt om een definitieve oplossing voor de dood. Elke opwekking is slechts tijdelijk; iedereen die werd opgewekt, moest later alsnog sterven. Ook Lazarus zal uiteindelijk opnieuw sterven. Zijn opwekking is nog niet de opstanding, het is een voorproefje, een teken dat erop wijst.
Want in het Nieuwe Testament barst het thema open. Jezus zelf sterft en staat op, en Zijn opstanding is van een totaal andere orde. Hij staat op in een verheerlijkt lichaam dat nooit meer kan sterven. Lazarus wordt teruggeroepen in zijn oude leven; Jezus betreedt een nieuw leven. Paulus trekt die lijn door in 1 Korinthe 15: Christus is de eersteling, en wij volgen. Wat bij Lazarus gebeurde als teken, zal bij alle gelovigen gebeuren als werkelijkheid.
En hier wordt onze invalshoek scherp. Lazarus hoeft daarvoor niets te doen. Hij ligt daar, dood, machteloos, stinkend volgens Marta. Hij presteert niets, hij gelooft op dat moment niets, hij roept niet zelf om hulp. Het is Jezus die roept. Dat is het patroon van heel Gods verlossing: "Toen wij nog zondaars waren, is Christus voor ons gestorven" (Romeinen 5:8). Lazarus is in zijn graf het portret van elke mens die ooit tot leven kwam. Niet degene die opklom tot God, maar degene die geroepen werd door God.
De dode kiest niet zijn eigen opstanding.
Zo wordt Lazarus een levend scharnier tussen Oud en Nieuw. Hij staat met zijn ene voet in alle oudtestamentische opwekkingen, en met zijn andere voet wijst hij naar de definitieve opstanding die in Christus is geopenbaard.
De kern van zijn leven
Er zijn drie momenten die het leven van Lazarus definieren, en elk van die drie draagt de invalshoek van deze pagina.
Het eerste moment is zijn ziekte en dood. We weten niet waaraan hij leed, noch hoe oud hij was. Wat we wel weten is dat zijn ziekte Jezus niet verraste. Toen Jezus het bericht ontving, zei Hij: "Deze ziekte is niet tot de dood, maar is er met het oog op de heerlijkheid van God" (Johannes 11:4). En toch stierf Lazarus wel degelijk. Hier zit een pijnlijke les: het feit dat Jezus niet onmiddellijk ingrijpt, betekent niet dat Hij niet aan het werk is. De vertraging is onderdeel van het wonder, niet een obstakel ervoor. Lazarus moest echt dood, zodat Jezus echt kon opwekken. Elk graf dat God aanraakt, moet eerst gesloten zijn.
Het tweede moment is natuurlijk de opwekking zelf. Johannes beschrijft het met minimale woorden en maximale impact: "En nadat Hij dit gezegd had, riep Hij met een luide stem: Lazarus, kom naar buiten! En de gestorvene kwam naar buiten, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn gezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zei tegen hen: Maak hem los en laat hem weggaan" (Johannes 11:43-44). Augustinus heeft opgemerkt dat Jezus Lazarus bij name moest roepen, want als Hij alleen "Kom naar buiten!" had geroepen, zouden alle doden uit alle graven zijn opgestaan. De roep is persoonlijk. God roept geen massa, Hij roept een naam.
Dat Lazarus eruit kwam "gebonden aan handen en voeten" is bijna komisch en diep theologisch tegelijk. Hij leeft, maar hij kan nog niet lopen. Hij moet nog bevrijd worden van zijn grafkleding. En dat werk draagt Jezus over aan de omstanders: "Maak hem los." Dat is het beeld van gemeente zijn. Christus wekt de doden, maar de kerk mag helpen om de banden van het oude leven af te doen.
Het derde moment is Lazarus aan tafel. In Johannes 12:1-2 lezen we: "Jezus dan kwam zes dagen voor het Pascha in Bethanie, waar Lazarus was, die gestorven was maar die Hij uit de doden opgewekt had. Zij nu bereidden daar een maaltijd voor Hem, en Martha bediende; en Lazarus was een van hen die met Hem aanlagen." Dit is misschien wel het meest ontroerende moment. Geen preek, geen getuigenis, geen heldendaad. Lazarus zit gewoon aan tafel met Jezus. En zijn aanwezigheid alleen is al revolutionair. Juist omdat hij daar is, komen mensen in beweging. Juist omdat hij ademt, worden mensen gelovig.
Wat we van Lazarus leren
De eerste geestelijke les is dat liefde van Christus geen bescherming tegen lijden is. Lazarus was Jezus' vriend, Jezus had hem lief, en toch werd hij ziek en stierf hij. Veel moderne christenen leven met de stille aanname dat als God echt van ons houdt, Hij ons zal behoeden voor pijn. De geschiedenis van Lazarus zegt het tegenovergestelde. Juist zij die Jezus liefheeft, worden soms door diepe dalen geleid, niet ondanks maar zelfs omwille van die liefde, omdat God in dat dal iets wil doen dat alleen daar kan gebeuren. De heerlijkheid van God wordt niet zichtbaar in de omzeiling van het graf, maar in de overwinning erover.
De tweede les is dat je getuigenis niet zit in je woorden maar in je bestaan. Lazarus spreekt niet. Hij schrijft niets. En toch lezen we in Johannes 12:9-11: "Een grote menigte dan van de Joden kwam te weten dat Hij daar was; en zij kwamen niet alleen vanwege Jezus, maar ook om Lazarus te zien, die Hij uit de doden opgewekt had. En de overpriesters beraadslaagden om ook Lazarus te doden, omdat vanwege hem veel van de Joden weggingen en in Jezus geloofden." Lazarus hoeft niets te zeggen. Zijn gewone leven, zijn dagelijks ademen, zijn aan tafel zitten, dat is het getuigenis. Mensen komen tot geloof door hem te zien. Dit is enorm bevrijdend voor elke christen die vindt dat hij of zij niet welbespraakt genoeg is. Jouw opstandingsleven is zelf een preek.
De derde les is dat opstanding ook gevaar betekent. De overpriesters willen Lazarus doden. Een opgewekte Lazarus is een probleem voor een systeem dat op dood draait. Als jij in Christus leeft, zul je merken dat niet iedereen daar blij mee is. Je enkele aanwezigheid stelt vragen bij levens die God buiten de deur willen houden. Een opgewekt leven is nooit neutraal. Het trekt mensen naar Christus of wekt weerstand op, maar het laat niemand onverschillig.
Je adem kan iemands bekering zijn.
De Spiegel
Hier moet ik je iets vragen. Herken jij jezelf in Lazarus? Niet in de held, niet in de prediker, niet in de apostel, maar in de dode die geroepen moest worden. Want dat is wat je was, en dat is wat je in zekere zin blijft. Elke keer dat je bidt, elke keer dat je naar de kerk gaat, elke keer dat je een vonkje van verlangen naar God voelt, is dat omdat Jezus jouw naam heeft geroepen uit een graf waarin je lag.
Misschien denk je nu: maar ik leef toch? Ik heb een baan, een gezin, ik red me prima. Dat is precies het gevaarlijke. Je kunt biologisch leven en geestelijk in een graf liggen. Je kunt op maandagochtend naar je werk gaan en op zondag in de kerk zitten, en nog steeds niet gehoord hebben dat jouw naam genoemd wordt. De oproep van Lazarus is de oproep aan iedereen: kom naar buiten.
En als je wel leeft, dan is er een tweede spiegel. Loop je nog in je grafkleren? Lazarus kwam eruit, gebonden aan handen en voeten. Hij leefde, maar hij was nog gewikkeld in wat bij het graf hoort. Veel christenen zijn zo. Opgewekt, maar nog steeds gewikkeld in oude angsten, oude verslavingen, oude leugens over wie ze zijn. De doeken van je oude leven moeten eraf. Soms heb je daar broeders en zusters bij nodig die van Jezus opdracht krijgen: "Maak hem los en laat hem weggaan." Durf je dat toe te laten?
En de derde vraag: wat zouden mensen om je heen zien als jij geleefd zou leven als een opgewekte? Niet luider, niet vromer, niet drukker voor God. Gewoon aan tafel. Gewoon ademend. Gewoon aanwezig in een wereld die vol graven is. Jouw stille leven kan iemands opstanding zijn.
Voor kinderen uitgelegd
Lazarus was een goede vriend van Jezus. Hij woonde samen met zijn twee zussen Marta en Maria in een dorpje dat Bethanie heette. Op een dag werd Lazarus heel ziek. Zijn zussen stuurden snel iemand naar Jezus om te vragen of Hij wilde komen. Maar Jezus kwam niet meteen. En toen gebeurde het ergste: Lazarus ging dood. Zijn familie was heel verdrietig en legde hem in een grot met een grote steen ervoor.
Vier dagen later kwam Jezus eindelijk. Hij huilde zelf toen Hij het graf zag. En toen deed Hij iets wat niemand ooit had durven denken. Hij ging voor het graf staan en riep heel hard: "Lazarus, kom naar buiten!" En weet je wat er gebeurde? Lazarus kwam gewoon naar buiten gelopen! Hij was weer levend. Jezus liet zien dat Hij sterker is dan de dood.
Dit verhaal leert kinderen iets heel groots: Jezus heeft de laatste macht, zelfs over het ergste wat er bestaat. Op Doorgroeien.nl vind je speciaal gemaakte kinderuitleg over Lazarus voor peuters en kleuters van drie tot zes jaar, voor basisschoolkinderen van zeven tot twaalf jaar, en voor tieners vanaf twaalf jaar. Elke versie is geschreven in taal en met beelden die passen bij die leeftijd, zodat ieder kind dit wonder op zijn eigen niveau kan begrijpen en bewaren.
Veelgestelde vragen
Wie was Lazarus in de Bijbel precies?
Lazarus was een man uit het dorp Bethanie, vlakbij Jeruzalem, en de broer van Marta en Maria. Hij was een persoonlijke vriend van Jezus en wordt beschreven in Johannes 11 en 12. Toen hij ziek werd en stierf, wekte Jezus hem na vier dagen op uit het graf. Dit maakt hem tot een van de meest bekende figuren in het Nieuwe Testament, hoewel de Bijbel geen enkel woord van hem letterlijk citeert. Zijn hele betekenis ligt in wat Jezus aan hem deed en in wat zijn opstanding bewijst over wie Jezus is.
Is Lazarus van Bethanie dezelfde als de bedelaar Lazarus?
Nee, dat zijn twee verschillende personen. De bedelaar Lazarus komt alleen voor in de gelijkenis van Jezus in Lukas 16, en is een literair personage in een verhaal dat Jezus vertelt om iets over rijkdom en het hiernamaals te leren. Lazarus van Bethanie, de broer van Marta en Maria, is een historisch persoon die werkelijk heeft geleefd en door Jezus is opgewekt. Dat beide dezelfde naam dragen is toeval; Lazarus is een Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Eleazar, wat "God helpt" betekent, en was een gangbare naam in die tijd.
Waarom wachtte Jezus twee dagen voordat Hij naar Lazarus ging?
Jezus wachtte expres zodat Lazarus echt zou sterven en volgens Joods gebruik ondubbelzinnig dood zou zijn. Na vier dagen in het graf was er volgens de toenmalige opvatting geen enkele mogelijkheid meer tot herstel. Door die vertraging liet Jezus zien dat Hij geen genezer was die net op tijd kwam, maar de Opstanding en het Leven zelf. Als Hij eerder was gekomen en Lazarus had genezen, zou het een wonder zijn geweest. Nu werd het een teken van wie Hij ten diepste is. De vertraging was dus geen gebrek aan liefde, maar juist de weg naar een dieper openbaring.
Wat betekenen de woorden "Ik ben de Opstanding en het Leven"?
Met deze woorden uit Johannes 11:25 claimt Jezus iets wat alleen God kan claimen. Hij zegt niet dat Hij iets over de opstanding weet of de opstanding kan brengen, maar dat Hij zelf de Opstanding is. Dat betekent dat eeuwig leven niet een cadeau is dat Hij uitdeelt, maar een Persoon aan wie je verbonden wordt. Wie met Christus verbonden is, deelt in Zijn opstanding. De lichamelijke dood blijft een realiteit, maar is niet meer het einde. Het is als een slaap waaruit Christus op de laatste dag Zijn mensen zal wekken, zoals Hij Lazarus wekte.
Waarom huilde Jezus bij het graf van Lazarus als Hij wist dat Hij hem zou opwekken?
Dit is een van de meest ontroerende momenten in de evangelien. Jezus wist dat Hij Lazarus zou opwekken en toch werd Hij diep bewogen en huilde. Dat laat zien dat Jezus de werkelijkheid van verdriet, verlies en dood niet relativeert. De dood is een vijand, geen natuurlijke doorgang. Hij huilt met Marta en Maria mee, deelt hun pijn, en toont dat Hij echt mens is geworden met echte emoties. Tegelijk is Zijn verontwaardiging mogelijk ook gericht tegen de dood zelf, de laatste vijand die Hij op het punt staat te verslaan.
Waar ligt Bethanie en bestaat het nog?
Bethanie lag ongeveer drie kilometer ten oosten van Jeruzalem, aan de oostelijke helling van de Olijfberg, op de weg naar Jericho. De plaats bestaat vandaag nog en heet in het Arabisch Al-Eizariya, wat letterlijk "plaats van Lazarus" betekent. Er is daar nog steeds een traditioneel graf dat wordt aangewezen als het graf van Lazarus, en pelgrims kunnen er een smalle trap afdalen naar een grafkamer. Of dat werkelijk het historische graf is, is niet met zekerheid vast te stellen, maar de locatie van het dorp zelf is onbetwist.
Wat gebeurde er met Lazarus na zijn opwekking?
De Bijbel vertelt alleen dat hij daarna aan tafel zat met Jezus, zes dagen voor het Pascha, en dat de overpriesters hem wilden doden omdat velen door hem in Jezus gingen geloven. Daarna zwijgt de Schrift over zijn verdere leven. Volgens oude kerkelijke tradities zou Lazarus later naar Cyprus zijn gereisd en daar bisschop van Kition zijn geworden, waar hij nog dertig jaar leefde voordat hij voor de tweede keer stierf. Een andere traditie plaatst hem in Zuid-Frankrijk. Deze overleveringen zijn historisch moeilijk te verifieren en behoren niet tot het Bijbelse getuigenis.
Waarom wilden de overpriesters Lazarus doden?
Omdat zijn levende aanwezigheid onweerlegbaar bewijs was van Jezus' macht. Johannes 12:11 zegt dat vanwege Lazarus veel Joden weggingen en in Jezus gingen geloven. Je kunt een preek weerleggen, maar een opgestane man niet. Lazarus was een wandelende provocatie voor het religieuze systeem dat Jezus wilde elimineren. Zolang hij ademde, bleef de vraag "Wie is deze Jezus?" dringend. Door hem te doden hoopten de overpriesters het bewijsmateriaal uit de weg te ruimen. Dit laat op pijnlijke wijze zien dat ongeloof niet uit gebrek aan bewijs voortkomt, maar uit onwil om te buigen.
Wat is het verschil tussen de opwekking van Lazarus en de opstanding van Jezus?
De opwekking van Lazarus was een terugkeer naar het oude leven; hij kreeg zijn vorige lichaam terug en zou later opnieuw sterven. De opstanding van Jezus was fundamenteel anders. Jezus stond op in een verheerlijkt lichaam dat niet meer kan sterven, dat door gesloten deuren kon gaan maar ook gegeten en aangeraakt kon worden. Lazarus is een teken; Jezus is de werkelijkheid. Lazarus wijst vooruit naar wat op de jongste dag met alle gelovigen gebeurt: niet een reanimatie, maar een nieuw opstandingslichaam dat voor eeuwig blijft. Lazarus was de voorbode, Christus is de eersteling.
Hoe weet ik dat dit verhaal echt gebeurd is?
Het verhaal van Lazarus staat beschreven in het evangelie van Johannes, een ooggetuige die zelf aanwezig was. Johannes schrijft met opvallende details: namen, afstanden, tijdsaanduidingen, emoties, woordelijke gesprekken. Dit zijn geen kenmerken van een verzonnen legende maar van een feitelijk verslag. Bovendien noemt hij Lazarus met naam en woonplaats, iets wat in de eerste eeuw gemakkelijk te controleren viel. De vroege kerk heeft dit verhaal altijd als historisch ontvangen. Uiteindelijk is geloven dat dit echt gebeurd is onderdeel van geloven in wie Jezus is: Hij die zei dat Hij de Opstanding en het Leven is, bewees het hier zichtbaar.
Wat kan ik vandaag leren van Lazarus voor mijn eigen leven?
Lazarus leert je dat jouw leven in Christus niet begint bij jouw prestatie maar bij Zijn roep. Je bent niet geroepen om indruk te maken op God, maar om te leven vanuit het feit dat je door Hem uit de dood bent geroepen. Daarnaast laat Lazarus zien dat je getuigenis vaak niet in je woorden maar in je bestaan ligt; je gewone leven als opgewekte is zelf een boodschap. En tenslotte leert hij dat vertraging in gebed geen afwijzing is. Soms wacht God tot alle hoop is uitgeput, zodat Zijn werk niet verward kan worden met toeval.
Tot slot
Lazarus is de stille prediker. Hij preekt met zijn adem. Hij getuigt door aan tafel te zitten. Zijn hele theologie is dat hij leeft terwijl hij dood was. En juist daarom is hij zo'n sprekend beeld van elke christen. Je bent niet gered omdat je sterk was, slim was, of op het juiste moment de juiste beslissing nam. Je bent gered omdat Jezus jouw naam riep in een graf waar niemand anders meer binnen kwam. Dat is het hart van het evangelie, en dat is het hart van wie Lazarus was.
Als deze pagina iets bij je heeft losgemaakt, blijf dan niet staan bij Lazarus zelf. Hij zou de eerste zijn om je door te wijzen naar de Stem die hem riep. Lees Johannes 11 nog eens langzaam en helemaal, biddend, en vraag jezelf bij elke zin: wat zegt dit over Jezus? En vervolgens: hoor ik Hem mijn naam roepen? Want wie Lazarus werkelijk begrijpt, hoort uiteindelijk niet alleen het verhaal van een vriend van Jezus, maar zijn eigen roeping uit zijn eigen graf.