Genesis 1:26
Lees Genesis 1:26 in de HSVDe Tekst
"Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen."
God overlegt, kondigt aan, en besluit. De mens wordt gemaakt in een categorie apart, gedragen door twee sleutelwoorden: beeld en heerschappij. Niet als één van de vele schepselen, maar als degene die op God gaat lijken en namens Hem regeert.
De Kern
Dit vers zegt iets riskants over God en iets duizelingwekkends over de mens. Over God: Hij spreekt in meervoud. Niet omdat Hij eenzaam is (Hij was al volmaakt), maar omdat er binnen God zelf overleg, gemeenschap, wij-zijn bestaat. Christenen hebben hierin later de contouren van de Drie-eenheid herkend, en niet zonder reden: pas als God in Zichzelf al relatie is, wordt begrijpelijk waarom Hij een schepsel maakt dat óók in relatie moet leven. Over de mens: hij is beeld. Geen kopie, geen god, maar afdruk, representatie, vertegenwoordiger. De mens draagt God rond op aarde. Dat is een waardigheid die geen enkele omstandigheid, geen ziekte, geen zonde, geen mislukking, kan wegnemen. Het is ook een opdracht die je niet kunt afschudden.
De Rode Draad
Het beeld raakt beschadigd in Genesis 3, maar wordt niet uitgewist. De hele Bijbel is vervolgens het verhaal van God die dat beeld herstelt. Kolossenzen 1 noemt Christus "het beeld van de onzichtbare God"; wat de mens had moeten zijn, is Hij volmaakt. En wie in Hem is, wordt "vernieuwd naar het beeld van Zijn Schepper" (Kolossenzen 3:10). Zie de lijn: geschapen als beeld, gebroken beeld, hersteld beeld in Christus, uiteindelijk verheerlijkt beeld. Ook de heerschappij loopt door. Adam kreeg de aarde, faalde, en verloor kroon en troon. De tweede Adam, Christus, ontvangt "alle macht in hemel en op aarde." Wat in Genesis 1:26 wordt aangekondigd, komt pas in Christus tot voltooiing. Genesis 1 is dus geen op zichzelf staand begin, maar de eerste noot van een lied dat pas bij de opstanding zijn refrein bereikt.
De Spiegel
Als je gelooft dat je Gods beeld bent, verandert er iets in hoe je in de spiegel kijkt en hoe je naar de kassière, de collega die je irriteert, of de daklozen bij het station kijkt. De waardigheid van de mens hangt niet aan prestatie, uiterlijk, IQ of nut. Dat schuurt met bijna alles wat onze cultuur je influistert. Maar het schuurt ook met hoe je jezelf soms bekijkt in je slechtste momenten. En de heerschappij dan? Die vraagt iets. Je bent geroepen om te regeren, niet om te consumeren. Over je tijd, je geld, je gezin, de stukje aarde dat aan jou is toevertrouwd, ook over je eigen impulsen. Beeld-zijn is geen statisch bezit; het is een levenswijze die je oefent of verwaarloost.
Het Profiel
De eerste hoorders leefden in een wereld waarin koningen zichzelf lieten afbeelden als beeld van de goden. Alleen de farao, de koning, de priester was "beeld van god." De gewone mens was arbeidskracht, hoogstens dienaar van de goden die de goden hun rust moesten bezorgen. Genesis 1:26 is in dat licht revolutionair. Niet één koning, maar iedere mens, man en vrouw, slaaf en vrije, is beeld van God. Voor Israël, dat net uit Egypte kwam waar het als vee behandeld was, moet dit als een aardbeving hebben geklonken. De God van hemel en aarde plaatst de gewone mens op de troon van de aarde. Alle latere spraak over gelijkwaardigheid en mensenrechten heeft hier zijn wortel, of men het beseft of niet.
Het Detail
"Laten Wij." Dat meervoud heeft eeuwen theologen beziggehouden. Sommigen zeggen: God spreekt met zijn hemelse hofhouding, de engelen. Maar engelen scheppen niet mee, en de mens is niet naar hun beeld gemaakt. Anderen: het is een majesteitsmeervoud, zoals koningen "Wij" zeggen. Mogelijk, maar Hebreeuws kent die vorm eigenlijk niet. De meest houdbare lezing binnen de hele Schrift is dat God hier spreekt vanuit een innerlijke gemeenschap. God overlegt met Zichzelf, en dat is niet monoloog maar dialoog. Als Johannes 1 later schrijft dat het Woord in het begin bij God was, en alles door dit Woord gemaakt is, dan vult dat het meervoud van Genesis 1:26 met inhoud. Er wordt overlegd door Vader, Zoon en Geest.
De Hoofdpersoon
Deze God is opmerkelijk. Hij hoeft niet te scheppen; Hij kiest ervoor. Hij hoeft niet te delen; Hij deelt heerschappij uit. Hij hoeft niet in overleg te gaan; toch klinkt "laten Wij." Er zit een gulheid in deze God die je niet verwacht bij oosterse godheden of Griekse hemelbewoners. Zij eisen. Deze God geeft weg. Hij maakt een schepsel dat op Hem lijkt, en riskeert daarmee alles, want een beeld kan zich omdraaien en Hem tarten. Wat later precies gebeurt. Toch drukt Hij door. Deze God is geen despoot maar Vader-in-wording, iemand die relatie zoekt, ook als die relatie Hem duur komt te staan. De hele Bijbel is de ontvouwing van hoe duur precies.
Reflectie
Waar in je leven behandel je jezelf of anderen alsof jullie minder zijn dan beeld van God, en wat zou er veranderen als je dat vandaag serieus nam?
Waar heb je de heerschappij die aan jou is toevertrouwd (tijd, verantwoordelijkheid, invloed) omgeruild voor consumptie of passiviteit, en wat vraagt God nu concreet van je terug?
Veelgestelde vragen over Genesis 1:26
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Genesis 1:26?
Waar gaat Genesis 1:26 over?
Wat is de historische context van Genesis 1:26?
Wat leert Genesis 1:26 ons over Gods karakter?
Hoe is Genesis 1:26 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Genesis 1
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed." Niet gewoon goed, maar zeer goed. God kijkt naar Zijn werk en geniet ervan. Doe jij dat ook wel eens? Even stilstaan aan het eind van een dag en kijken naar wat er was, zonder direct te oordelen of te verbeteren. Alleen maar zien. En het goed noemen.
Laat de aarde groen doen opkomen." God spreekt, en de aarde gaat meedoen. Hij plaatst het zaad in de plant zelf, zodat het leven zich blijft vermenigvuldigen. Wat God schept, geeft Hij vruchtbaarheid mee. Ook aan jou. Wat Hij in jou legt, is niet bedoeld om stil te blijven liggen, maar om vrucht te dragen.
Vader, U die het leven op aarde riep in al zijn vormen, dank U voor de dieren om ons heen, voor alles wat kruipt en loopt en ademt. Leer ons zorgvuldig omgaan met deze schepping, en help ons Uw hand erin te herkennen.
En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort. En God zag dat het goed was."
Let op dat eerste wat genoemd wordt: de grote zeedieren. Juist die enorme, ondoorgrondelijke wezens uit de diepte. God noemt het goed. Wat jij ontzagwekkend of zelfs angstaanjagend vindt, ligt in Zijn hand. Ook het wilde hoort bij Zijn schepping.
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool