Romeinen 3:22
Lees Romeinen 3:22 in de HSVDe Tekst
Paulus schrijft dat er nu een gerechtigheid van God openbaar is geworden, buiten de wet om, en dat deze gerechtigheid komt door het geloof in Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven. Want, zo voegt hij toe, er is geen onderscheid.
De Kern
Stel je Paulus voor, dicterend in een kamer in Korinthe, ijsberend misschien, terwijl zijn secretaris Tertius de woorden neerkrast. Hij heeft net drie hoofdstukken lang de mensheid onder één noemer geschoven: allen hebben gezondigd, jood en heiden, vrome en losbandige. En dan, precies op het moment dat de bodem onder de lezer wegvalt, komt dat kleine woordje: nu. Nuni de. Nu is er iets openbaar geworden. Niet verdiend, niet uitgevonden, niet opgebouwd door menselijke inspanning. Openbaar geworden, alsof er een gordijn opzij is geschoven en er een gerechtigheid staat die van Gods kant komt, niet van onze kant. En de deur ernaartoe heet geloof in Jezus Christus.
De Rode Draad
Hoor je de echo? Eeuwenlang klonken de profeten dat er iets nieuws zou komen. Jeremia sprak van een verbond dat God in het hart zou schrijven. Jesaja zag een dienaar die de gerechtigheid van velen zou dragen. Habakuk fluisterde dat de rechtvaardige door zijn geloof zou leven, een tekst die Paulus in dit hoofdstuk al eerder heeft aangehaald. Al die draden komen hier samen in één zin. De gerechtigheid die de wet aanwees maar niet kon geven, staat nu op eigen benen door Christus. En het meest verrassende: die gerechtigheid is niet voorbehouden aan het volk met de besnijdenis. Ze is voor allen. Het verhaal dat begon met Abraham, aan wie God een zegen voor alle volken beloofde, krijgt hier zijn scharnier.
De Spiegel
Er is geen onderscheid. Vier woorden die dwars door onze rangorden snijden. Je kent ze wel, die onbewuste lijstjes: de vrouw in de kerkbank die alles goed doet, de collega die vloekt, jouw eigen achtergrond die je stilletjes beter of slechter maakt dan een ander. Deze tekst haalt die lijstjes van tafel. Maar hij doet meer. Hij ontmantelt ook je stille pogingen om jezelf presentabel te maken voor God. Het extra Bijbelgedeelte 's avonds, het geld dat je gaf, het gebed dat je bad terwijl je moe was. Nuttig, misschien, maar geen valuta bij God. Wat schuurt hier? Dat je niets meebrengt. En wat troost: dat een ander, die je stilletjes veroordeelde, ook niets meebrengt. Jullie staan naast elkaar, met lege handen, voor dezelfde geopende deur.
Context
Rome, jaren vijftig. Een gemeente die Paulus niet zelf gesticht heeft, maar waar hij binnenkort hoopt te komen. De samenstelling is gemengd en gespannen: Joodse gelovigen die net terug zijn na de verbanning onder Claudius, en heidenchristenen die in de tussentijd de leiding hadden overgenomen. Onder de oppervlakte broeit de vraag wie er nu eigenlijk bijhoort en op welke voorwaarden. Moeten heidenen zich aanpassen aan Joodse gebruiken? Zijn Joodse gelovigen tweederangs geworden? Paulus schrijft geen abstract traktaat. Hij schrijft in een kruitvat. En midden in dat kruitvat legt hij deze zin neer, als een steen die alle voorrangswegen naar God tegelijk afsluit. Er is één weg, en die loopt via geloof, en die staat open voor iedereen die komt.
Het Profiel
Voor de Joodse hoorder was dit ontwrichtend. Eeuwenlang had gerechtigheid een adres gehad: Torah, tempel, besnijdenis, verbond. Nu zegt Paulus dat de gerechtigheid buiten de wet om openbaar is geworden. Niet tegen de wet in, benadrukt hij, de wet en de profeten getuigen ervan, maar wel los van de wet als toegangsweg. Voor de heidense hoorder klonk het bevrijdend en onwennig tegelijk. Ze werden niet als tweederangs behandeld, ze hoefden geen jood te worden om er volledig bij te horen. Maar tegelijk werden ze in een verhaal getrokken dat veel groter was dan zijzelf: het verhaal van Israël, van Abraham, van de profeten. Beiden, jood en heiden, moesten leren dat ze de deur binnenkwamen via dezelfde smalle poort: het geloof in de Messias.
De Intertekst
Paulus komt hier terug op wat hij in Romeinen 1:17 al aankondigde: in het evangelie wordt de gerechtigheid van God geopenbaard, uit geloof tot geloof. Wat daar programmatisch stond, wordt hier ingevuld. En achter beide teksten staat Habakuk 2:4, dat oude profetenwoord dat God niet zoekt naar mensen die het geregeld hebben, maar naar mensen die vertrouwen. Even scherp is het contrast met Filippenzen 3, waar Paulus zijn eigen indrukwekkende cv als schade beschouwt, om Christus te winnen en gevonden te worden in Hem, niet met zijn eigen gerechtigheid uit de wet, maar met de gerechtigheid door het geloof in Christus. Dezelfde theologie, maar daar persoonlijk, hier universeel.
Reflectie
Welk lijstje van eigen prestaties of vrome gewoontes gebruik je stiekem om jezelf gerust te stellen voor God, en wat gebeurt er als je dat lijstje leeglaat?
Wie is voor jou de laatste die je naast jezelf zou zetten bij die geopende deur, en wat zegt Paulus' "er is geen onderscheid" tegen die reflex?
Veelgestelde vragen over Romeinen 3:22
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Romeinen 3:22?
Waar gaat Romeinen 3:22 over?
Wat is de historische context van Romeinen 3:22?
Wat leert Romeinen 3:22 ons over Gods karakter?
Hoe is Romeinen 3:22 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Romeinen 3
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
Vader, wanneer ik om me heen kijk en zoveel ongeloof zie, ook soms in mijn eigen hart, houd mij dan vast aan wie U bent. Uw trouw hangt niet af van mijn geloof. U blijft betrouwbaar, wat er ook gebeurt. Dank U dat ik daarop mag rusten.
Wat heeft de Jood dan voor op anderen? Of wat is het voordeel van het besneden zijn?" Paulus stelt de vraag die zijn lezers denken. Hij ontwijkt hem niet. Misschien mag jij dat ook doen: die knagende waarom-vraag hardop stellen aan God, in plaats van hem weg te slikken uit vroomheid.
Heer, ik weet dat ik het niet zelf kan. Ik struikel, ik faal, ik schiet tekort. Toch kom ik bij U, met lege handen. Dank U dat Uw genade groter is dan mijn onvermogen en dat U mij aanneemt zoals ik ben.
Vader, help mij eerlijk te zijn met mezelf. Ik betrap me erop dat ik mijn fouten soms goedpraat, alsof ze U ergens dienen. Leer mij te leven in waarheid, zonder uitvluchten, en vertrouwen op uw genade in plaats van op mijn eigen redeneringen.
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool