Wie was Jezus van Nazareth?
Inleiding
Een timmerman uit een vergeten dorp in het noorden van Israël. Een rabbi zonder formele opleiding. Een veroordeelde misdadiger die stierf tussen twee rovers. En tegelijk: de meest invloedrijke persoon die ooit geleefd heeft, de spil waar de wereldgeschiedenis om draait, de naam waarvoor elke knie zich ooit zal buigen. Wie was Jezus van Nazareth eigenlijk?
Die vraag stelt Hij ook zelf, halverwege zijn bediening, aan zijn leerlingen: "Wie zeggen jullie dat Ik ben?" Het is geen vrijblijvende quizvraag. Het is de vraag waar alles op staat of valt. Op deze pagina ontdek je wie Hij was volgens de Schrift zelf, hoe zijn leven verliep van Bethlehem tot Golgotha en verder, en waarom het antwoord op deze vraag jouw leven raakt, vandaag nog.
De invalshoek van deze uitleg
Veel pagina's behandelen Jezus als religieuze stichter, moreel voorbeeld of mysterieuze figuur uit het verleden. Hier kies ik bewust voor een andere ingang: Jezus is geen tweede hoofdstuk in Gods verhaal, Hij is de hoofdpersoon vanaf bladzijde één. Zijn leven op aarde was geen plan B nadat Israël faalde, maar de openbaring van wie God altijd al was. Deze invalshoek bepaalt hoe we kijken naar zijn geboorte, zijn woorden, zijn kruis en zijn opstanding. Niet als toegevoegde gebeurtenissen, maar als de onthulling van de eeuwige Zoon die zich altijd al gaf.
Wat zegt de Bijbel over Jezus van Nazareth?
De Bijbel begint zijn antwoord op de vraag wie Jezus is niet in een stal in Bethlehem, maar voor de schepping van de wereld. Johannes 1:1 zet de toon: "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God." Dat Woord, zegt Johannes drie verzen later, werd vlees en heeft onder ons gewoond. Jezus is niet een mens die later goddelijke trekjes kreeg, en ook niet een goddelijk wezen dat tijdelijk in een menselijk lichaam gluurde. Hij is het eeuwige Woord van God dat werkelijk mens werd, zonder ooit op te houden God te zijn.
Mattheus 1:23 vangt dit in één naam: "Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en u zult Hem de naam Immanuel geven; vertaald betekent dat: God met ons." Immanuel is geen bijnaam, het is een belijdenis. In Jezus is God zelf naar ons toe gekomen, niet via een telefoonlijn van profeten of via een wetboek op afstand, maar in een baby die honger had, een jongen die viel en zijn knie schaafde, een man die huilde aan een graf.
Paulus zegt het in Filippenzen 2:6 zo: "Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn." Jezus klampte zich niet vast aan zijn goddelijke status, maar legde die als een mantel af om zich te bukken. Hij werd dienaar. Niet omdat Hij moest, maar omdat dat zijn aard is. De God die we in Jezus zien, is geen tiran op een troon, maar een Koning die knielt.
Kolossenzen 1:15 spreekt het uit in kosmische termen: "Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping." Wie God wil zien, kijkt naar Jezus. Niet naar een spiegel die God ongeveer weergeeft, maar naar het exacte gezicht van de Vader in mensenvlees. Alles wat we ooit over God dachten te weten, wordt gecorrigeerd, verdiept of bevestigd door wie Jezus is.
En dan is er Jezus' eigen claim, scherp en zonder ruimte voor compromissen, in Johannes 14:6: "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij." Dit is geen suggestie onder vele wegen. Dit is een claim die Hem ofwel een waanzinnige maakt, ofwel een leugenaar, ofwel precies wat Hij zegt te zijn. De Bijbel laat geen vierde optie open.
In Jezus knielt God zelf naar ons toe.
De rode draad door de Bijbel
Het verhaal van Jezus begint niet bij Lucas 2. Vanaf Genesis 3 fluistert de Schrift al over Hem. Wanneer God na de zondeval tegen de slang zegt dat het Nageslacht van de vrouw zijn kop zal vermorzelen, is dat de eerste belofte van een Verlosser. Vanaf dat moment loopt er een rode draad door de hele Bijbel, met de naam van de Messias erin geweven.
In Abraham wordt beloofd dat in zijn nageslacht alle volken gezegend zullen worden. Mozes spreekt over een Profeet die na hem zal komen en naar wie men moet luisteren. David krijgt de toezegging dat er altijd Iemand uit zijn huis op de troon zal zitten. Jesaja schildert een Kind dat Wonderlijk, Raadsman, Sterke God en Eeuwige Vader genoemd zal worden, en ook een Lijdende Knecht die om onze overtredingen verwond wordt. Micha noemt Bethlehem als geboorteplaats. Zacharia ziet een Koning op een ezel.
Heel het Oude Testament leeft naar Hem toe. De offers in de tabernakel wijzen vooruit naar het ene perfecte Offer. De hogepriester die jaarlijks het heilige der heiligen ingaat, schaduwt de grote Hogepriester die eens en voor altijd binnengaat. Het manna in de woestijn fluistert over het Brood des Levens. De rots waaruit water stroomt, profeteert over de Bron die uit Christus' zijde zal vloeien. Mozes, David, Jozef, Jona, allemaal dragen ze trekken van Hem in zich, soms heel sterk, soms gebroken en ten dele.
Daarom zegt Jezus zelf na zijn opstanding tegen de Emmaüsgangers, beginnend bij Mozes en de profeten, dat heel de Schrift over Hem spreekt. Het Oude Testament is geen voorwoord dat we kunnen overslaan. Het is de symfonie die uitloopt op het thema van de Zoon. En het Nieuwe Testament is geen ander boek, maar de vervulling van wat eeuwen lang werd voorzegd. Vanaf de eerste belofte in Eden tot de laatste roep in Openbaring, "Kom, Heere Jezus", staat alles op Hem gericht.
Dit is waarom de invalshoek van deze pagina ertoe doet. Jezus is geen toevoeging aan een verhaal dat eerst over Israël ging. Hij is degene over wie het altijd al ging. Israël bestond ómdat Hij zou komen, niet andersom.
De kern van zijn leven: drie cruciale momenten
Het leven van Jezus is in elk detail betekenisvol, maar drie momenten dragen alles. Wie deze drie begrijpt, begrijpt wie Hij is en wat Hij kwam doen.
Het eerste moment is zijn geboorte in Bethlehem. Geen koninklijk paleis, geen zachte bevalling met dienaren erbij, maar een voederbak in een uithoek van het Romeinse rijk. Dit is geen ongeluk. Dit is de gestalte van God zoals Filippenzen 2 beschrijft. De Schepper van het heelal wordt afhankelijk van Maria's borstvoeding. De Eeuwige laat zich in luiers wikkelen. Hier wordt zichtbaar wat genade is: niet dat God afdaalde tot een mooi paleis bij ons, maar dat Hij neerdaalde in armoede, kou en bedreiging. Vanaf zijn eerste ademhaling vlucht Hij al voor Herodes. Het kruis werpt zijn schaduw vooruit tot in de kribbe.
Het tweede moment is zijn doop in de Jordaan, en de daaropvolgende verzoeking in de woestijn. Jezus laat zich dopen, niet omdat Hij zonde had, maar om zich te vereenzelvigen met de zondaren die Hij kwam redden. De stem uit de hemel klinkt: "Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik mijn welbehagen heb." Onmiddellijk daarna wordt Hij de woestijn ingedreven om verzocht te worden. Waar Adam in een paradijs viel, blijft Jezus staan in een woestijn. Waar Israël veertig jaar morrend ronddwaalde, vast Hij veertig dagen in gehoorzaamheid. Dit is de Tweede Adam, het ware Israël, dat doet wat wij niet konden doen. Zijn drie jaar bediening die hierop volgen, vol wonderen, gelijkenissen en confrontaties, zijn de uitleving van die gehoorzaamheid.
Het derde moment is het kruis en de opstanding. Op Golgotha hangt de Zoon van God, vervloekt aan een vloekhout, terwijl de hemel verduistert. "Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" Hier draagt Hij wat wij verdienen, opdat wij ontvangen wat Hij verdient. Het is geen tragisch ongeluk dat de plannen van een goede leraar verstoorde. Het is precies waarvoor Hij kwam, vanaf voor de grondlegging van de wereld bedoeld. En op de derde dag breekt het graf open. Johannes 11:25 krijgt zijn definitieve betekenis: "Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven." Hij sprak deze woorden bij Lazarus' graf, en bewees ze drie hoofdstukken later bij zijn eigen graf. De dood is verslagen. De nieuwe schepping is begonnen.
Wat we van Jezus leren
Het is een vreemd kopje, want Jezus is geen voorbeeld waaraan we onszelf moeten optrekken zoals we een coach of mentor imiteren. Hij is allereerst Redder, en pas daarna Voorbeeld. Toch zijn er geestelijke lessen in zijn leven die ons hart en onze handen vormen, juist als we eerst de Redder hebben leren kennen.
De eerste les is de weg naar beneden. Filippenzen 2 schetst een spiraal die altijd naar beneden gaat: van de gestalte van God, naar dienaar, naar mens, naar dood, naar dood aan een kruis. Dit is de logica van Gods koninkrijk, die haaks staat op alles wat onze cultuur ons leert. Wie groot wil zijn, moet dienaar zijn. Wie zijn leven wil behouden, moet het verliezen. We leren van Jezus dat geestelijke groei zelden gevoeld wordt als opklimmen. Het voelt als knielen, als loslaten, als minder worden. En juist daarin worden we meer dan we ooit konden zijn.
De tweede les is dat intimiteit met de Vader alles draagt. Telkens lezen we dat Jezus zich terugtrok om te bidden. Voor zijn doop, voor de keuze van de twaalf, voor zijn lijden in Gethsemane. Als de Zoon van God niet zonder die stille uren met de Vader kon, hoe denken wij dan op eigen kracht door onze dagen te kunnen rennen? We leren dat gebed geen verplichting is naast het echte leven, maar de zuurstof ervan. Zonder die ademhaling smoort onze ziel, ook al lijken onze schema's vol en succesvol.
De derde les is dat liefde concreet wordt, en pijnlijk. Jezus had de mensen niet lief vanuit een veilige afstand. Hij raakte de melaatse aan terwijl niemand dat deed. Hij at met tollenaars terwijl het zijn reputatie kostte. Hij huilde bij het graf van zijn vriend. Hij liet Judas zijn voeten wassen, wetend dat die voeten Hem zouden verraden. We leren dat christelijke liefde nooit abstract blijft. Ze kost ons tijd, comfort, geld, soms gezicht. En juist in die concrete liefde wordt zichtbaar dat we Hem werkelijk kennen.
Wie Hem volgt, leert eerst knielen.
De Spiegel
Misschien las je dit alles tot nu toe als informatie. Interessant, theologisch verantwoord, mooi geformuleerd. Maar Jezus laat zich niet als informatie behandelen. Hij stelt je dezelfde vraag die Hij zijn leerlingen stelde: wie zeg jij dat Ik ben?
Dat antwoord blijkt niet uit wat je zegt op zondag of in een geloofsgesprek. Het blijkt uit waar je je geld aan uitgeeft. Uit hoe je over je collega praat als hij er niet bij is. Uit wat je doet als niemand kijkt en je telefoon je nog één klik aanbiedt. Uit hoe je reageert als je kind voor de vierde keer hetzelfde vraagt en je moe bent. Wie Jezus voor jou is, lekt uit in elke gewone keuze van een gewone dinsdag.
Misschien ben je vermoeid van presteren. Jezus zegt: kom tot Mij. Misschien voel je je veroordeeld door je verleden. Hij zegt: ook Ik veroordeel je niet. Misschien sta je aan een graf en weet je niet hoe je verder moet. Hij zegt: Ik ben de Opstanding en het Leven. Misschien zoek je richting en weet je niet welke weg te kiezen. Hij zegt: Ik ben de Weg.
Maar Hij vraagt ook iets. Hij vraagt je hele leven, niet een zondagochtenduurtje. Hij vraagt je trots, je geld, je relaties, je seksualiteit, je tijd, je toekomstplannen. Niet omdat Hij een veeleisende tiran is, maar omdat halve overgave geen overgave is. De goede tijding is dat wat je aan Hem geeft, je nooit verliest. Wat je voor jezelf houdt, verlies je uiteindelijk altijd. Zijn juk is zacht, juist omdat het van Hem is.
De vraag is niet of je genoeg weet over Jezus. De vraag is of je Hem kent, en of Hij jou bezit.
Voor kinderen uitgelegd
Kinderen begrijpen Jezus vaak beter dan volwassenen, omdat ze nog niet geleerd hebben hoe je iets prachtigs ingewikkeld maakt. Voor een kind kun je het zo zeggen: Jezus is God die mens werd. Hij hield zoveel van ons dat Hij naar de aarde kwam, als baby in een stal. Hij liet zien hoe God is: vol liefde, sterk genoeg om zieken beter te maken, en zo trouw dat Hij aan een kruis stierf om ons te redden van het kwaad. En na drie dagen werd Hij weer levend, want de dood kon Hem niet vasthouden. Nu leeft Hij voor altijd en wil Hij jouw beste Vriend en Koning zijn.
Voor jongere kinderen helpt het om aan te knopen bij wat ze al kennen: een vader die zijn kind redt uit een gevaarlijke situatie. Voor oudere kinderen kun je dieper ingaan op wat het betekent dat Jezus stierf voor onze zonden. Voor tieners is het belangrijk om eerlijk te zijn over de exclusieve claims van Jezus en wat dat betekent in een wereld van vele meningen.
Op Doorgroeien.nl vind je aparte uitleg over Jezus voor peuters van 3 tot 6 jaar, voor basisschoolkinderen van 7 tot 12, en voor tieners vanaf 12 jaar. Zo kun je met elk kind op zijn of haar niveau het verhaal openen.
Veelgestelde vragen
Wie is Jezus volgens de Bijbel precies?
Volgens de Bijbel is Jezus de eeuwige Zoon van God, volledig God en volledig mens, die naar de aarde kwam om zondaren te redden. Hij is geen halve God of bijzondere profeet, maar de tweede Persoon van de Drie-eenheid, door wie alle dingen geschapen zijn. Johannes 1 noemt Hem het Woord dat bij God was en God was, en dat vlees werd in de persoon van Jezus van Nazareth. Hij is Schepper, Redder, Koning en Vriend tegelijk.
Heeft Jezus echt bestaan als historische persoon?
Ja, het bestaan van Jezus van Nazareth is een van de best gedocumenteerde feiten uit de oudheid. Naast de vier evangeliën verwijzen Romeinse historici als Tacitus en Suetonius naar Hem, en ook de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus noemt Hem expliciet. Vrijwel geen serieuze historicus, gelovig of niet, betwijfelt vandaag nog dat Jezus werkelijk geleefd heeft, in Galilea is opgegroeid, een groep leerlingen verzamelde en onder Pontius Pilatus is gekruisigd.
Waarom moest Jezus aan het kruis sterven?
Jezus moest sterven omdat de zonde een werkelijke schuld voor God is die niet zomaar kan worden weggewuifd. God is heilig en rechtvaardig, en de straf op zonde is de dood. Op het kruis nam Jezus die straf op zich in onze plaats, zodat wij vrijgesproken kunnen worden zonder dat Gods rechtvaardigheid wordt geschonden. Het kruis is geen tragisch ongeluk, maar Gods diepste daad van liefde, waar gerechtigheid en genade elkaar ontmoeten en samenkomen in de gekruisigde Zoon.
Is Jezus echt opgestaan uit de dood?
De opstanding is de hoeksteen van het christelijk geloof. Honderden ooggetuigen hebben Hem gezien na zijn dood, het lege graf werd zelfs door zijn tegenstanders niet ontkend, en de leerlingen die eerst angstig wegvluchtten werden moedige verkondigers die voor deze boodschap stierven. Geen enkele theorie verklaart deze feiten zo overtuigend als wat het Nieuwe Testament zelf zegt: Jezus stond werkelijk lichamelijk op uit het graf, als eersteling van een nieuwe schepping die ook ons wacht.
Is Jezus echt de enige weg tot God?
Jezus claimt dit zelf onmiskenbaar in Johannes 14:6, waar Hij zegt dat niemand tot de Vader komt dan door Hem. Dit is geen arrogantie van christenen, maar de claim die Jezus zelf legde. Als Hij werkelijk God in het vlees is, dan is dit logisch: er is geen andere brug nodig wanneer God zelf naar ons toe is gekomen. Andere religies bevatten waarheden, maar alleen in Jezus heeft God zich volledig en definitief geopenbaard en de schuld werkelijk gedragen.
Wat betekent het dat Jezus volledig God en volledig mens is?
Dit betekent dat Jezus niet half God en half mens was, en ook niet afwisselend God of mens, maar tegelijk volledig beide. Hij had honger, dorst en vermoeidheid als mens, en kalmeerde tegelijk stormen en vergaf zonden als God. Deze waarheid, vastgelegd in het concilie van Chalcedon, is essentieel voor onze redding: alleen een mens kon in de plaats van mensen sterven, en alleen God kon een oneindig grote schuld werkelijk verzoenen. Hij moest beide zijn.
Wat bedoelde Jezus toen Hij zei dat Hij de Weg, Waarheid en Leven is?
Met deze uitspraak claimt Jezus dat Hij niet slechts een weg naar God wijst, maar de Weg zelf is. Hij brengt geen waarheid van elders, Hij is de Waarheid in persoon. Hij beschrijft geen leven, Hij is het Leven. Deze drievoudige claim sluit aan op zijn andere Ik ben uitspraken in het Johannesevangelie en knoopt aan bij Gods Naam in het Oude Testament. Het is een directe goddelijke claim, en tegelijk een uitnodiging om bij Hem te schuilen.
Wat is het verschil tussen Jezus en Christus?
Jezus is zijn persoonlijke naam, de Griekse vorm van Jozua, wat betekent "de Heer redt". Christus is geen achternaam, maar een titel, de Griekse vertaling van het Hebreeuwse Messias, wat "Gezalfde" betekent. Wanneer we Jezus Christus zeggen, belijden we dus eigenlijk: Jezus is de Messias, de beloofde Koning uit het Oude Testament. Het is een belijdenis verpakt in een naam, die elke keer dat we hem uitspreken opnieuw uitdrukt wie Hij werkelijk is.
Wat betekent de naam Immanuel?
Immanuel is Hebreeuws voor "God met ons", en wordt in Mattheus 1:23 op Jezus toegepast als vervulling van een profetie uit Jesaja 7. De naam vat de hele betekenis van zijn komst samen: in Jezus is God zelf bij ons komen wonen, niet op afstand, niet via tussenpersonen, maar werkelijk aanwezig in mensenvlees. Deze naam blijft van kracht tot in eeuwigheid, want Openbaring 21 belooft dat God uiteindelijk voor altijd bij zijn volk zal wonen.
Hoe weet ik dat Jezus van mij houdt?
Je weet het niet door je gevoel, dat wisselt met je hormonen en je nachtrust. Je weet het door wat Hij gedaan heeft. Het kruis is het onomkeerbare bewijs van zijn liefde: terwijl wij nog zondaars waren, is Christus voor ons gestorven, zegt Romeinen 5. Hij hoefde niet, Hij wilde. Als je twijfelt, kijk dan niet naar binnen maar naar buiten, naar Golgotha. Daar staat de liefde van God in het bloed van zijn Zoon geschreven, en die getuigenis verandert nooit.
Wat verwacht Jezus van mij als ik in Hem geloof?
Hij vraagt niet allereerst prestatie, maar overgave. Geloven in Jezus betekent je leven aan Hem toevertrouwen, je zonden bij Hem brengen en je laten leiden door zijn Geest. Daaruit groeit een leven van liefde voor God en de naaste, van gebed en Schriftlezing, van betrokkenheid op zijn gemeente en getuigenis in de wereld. Het is geen prestatieplan, het is een relatie die je hele leven doortrekt. Hij vraagt alles, en Hij geeft daarvoor zichzelf en het eeuwige leven terug.
Tot slot
Wie was Jezus van Nazareth? Hij was, en is, de hoofdpersoon van Gods verhaal vanaf de eerste bladzijde. Niet een toegevoegde figuur halverwege, maar de eeuwige Zoon door wie en voor wie alles geschapen is, die op het volmaakte moment mens werd om te doen wat geen mens kon doen. In Bethlehem geboren, in Galilea opgegroeid, op Golgotha gestorven, uit het graf opgestaan, in de hemel verhoogd, en eens terugkomend in heerlijkheid. Dit is de Jezus van de Schrift, niet een afgezwakte versie en niet een opgeklopte legende.
De vraag is nu niet meer wat je weet, maar wat je doet met wat je weet. Begin met het lezen van een van de evangeliën, het liefst Johannes, en lees het langzaam, biddend, hardop. Vraag de Geest om je ogen te openen voor wie Hij werkelijk is. Zoek een gemeente waar Hij centraal staat. En durf de vraag toe te laten die Hij ook jou stelt: wie zeg jij dat Ik ben? Op dat antwoord rust alles wat komen gaat.