Johannes 1:2
Lees Johannes 1:2 in de HSVDe Tekst
"Dit was in het begin bij God." Eén korte zin, die op het eerste gezicht niets nieuws toevoegt aan het beroemde vers ervoor. Johannes herhaalt wat hij net gezegd heeft: het Woord was er vanaf het begin, en het was bij God. Waarom deze schijnbare doublure? Omdat Johannes zijn lezer wil laten stilstaan, wil laten inhaken op wat hij niet mag overslaan. Vers 2 is geen loze echo, maar een spijker die dieper wordt ingeslagen.
De Kern
Johannes verankert hier iets wat voor het joodse en Griekse denken van zijn tijd een schok was: de eeuwigheid van het Woord én zijn eeuwige gemeenschap met God. Niet: het Woord ontstond ergens, ook niet: het Woord kwam later bij God wonen. Vanaf het begin, altijd al, was Hij dáár, bij God. Het Grieks gebruikt hier een voorzetsel (pros) dat gerichtheid uitdrukt, aangezicht tegenover aangezicht. Geen statisch naast elkaar, maar een levende betrokkenheid. Wat Johannes zegt raakt de kern van wie God is: God is nooit alleen geweest. Er is van eeuwigheid af relatie, spreken, kennen. En die relatie zal, zo blijkt straks, mens worden.
De Rode Draad
Voor de christocentrische lezing is dit vers een sleutel. Johannes tekent hier de achtergrond waartegen alles wat volgt oplicht: de kribbe, de bruiloft in Kana, het kruis, het lege graf. De Christus die straks als timmermanszoon door Galilea loopt, is niet een goede man die achteraf tot Zoon wordt verklaard. Hij is de Eeuwige die al bij de Vader was voordat de eerste ster ontstoken werd. Dit vers verhindert elke lezing van Jezus als louter profeet of morele voorbeeldfiguur. Het maakt ook zichtbaar wat Paulus in Filippenzen 2 bezingt: Hij die in de gestalte van God was, koos ervoor Zich te ontledigen. De vernedering van de menswording krijgt pas gewicht als je weet vanwaar Hij kwam.
De Spiegel
Wat doet zo'n abstract klinkend vers met jouw dinsdagmiddag? Meer dan je denkt. Als het Woord van eeuwigheid bij God was, dan is Christus niet een reddingsboei die pas in beeld komt als jij in de problemen zit. Hij was er al, voordat jij bestond, voordat je fouten maakte, voordat je iets goeds deed. Dat ontneemt je twee illusies tegelijk. De illusie dat jij het initiatief moet nemen om God te vinden, en de illusie dat God pas in beweging komt als jij genoeg presteert. De Zoon was er al. Voor wie moe wordt van de eigen prestatiedruk, of juist voor wie zich afvraagt of God wel weet dat hij bestaat, ligt hier een merkwaardige rust: de gemeenschap tussen Vader en Zoon ging aan jou vooraf, en jij bent uitgenodigd om er ingetrokken te worden.
Het Profiel
Johannes schrijft, waarschijnlijk tegen het einde van de eerste eeuw, aan gemeenten waarin twee bewegingen de kop opstaken. Er waren joodse hoorders voor wie de gedachte dat een mens goddelijk kon zijn regelrechte godslastering was, en er waren hellenistisch beïnvloede kringen die Jezus wel als een geestelijk wezen accepteerden, maar niet als werkelijk mens, of als een lager wezen dan de hoogste God. Tegen beide fronten zet Johannes zijn proloog neer. Voor de joodse lezer klinkt hier iets van Genesis 1 en van de Wijsheid uit Spreuken 8, die ook al bij God was. Voor de Grieks denkende lezer wordt de logos, dat bekende filosofische concept, ineens geen abstract principe maar Iemand, in relatie.
De Hoofdpersoon
De hoofdpersoon van dit vers is het Woord, maar Johannes laat Hem zien in relatie tot de Vader. Wat opvalt is de rust van deze figuur. Geen ontstaansverhaal, geen worsteling om positie, geen zoektocht naar identiteit. Hij is, en Hij is er, bij God. In het evangelie dat volgt zul je zien dat deze rust Hem niet verlaat als de omstandigheden extreem worden. In Johannes 17 bidt Hij over "de heerlijkheid die Ik bij U had voordat de wereld er was". Dat is geen theologische stelling maar een herinnering, bijna een verlangen. De Christus die in Gethsemane zweet, kent Zichzelf vanuit deze eeuwige gemeenschap. Zijn identiteit hangt niet aan wat mensen van Hem vinden of doen.
De Intertekst
De echo met Genesis 1:1 is onmiskenbaar, en bewust. "In het begin" opent beide teksten. Waar Genesis vertelt dat God schept door te spreken, laat Johannes zien wie dat sprekende Woord is. De schepping was nooit een monoloog. Kolossenzen 1:16 trekt dezelfde lijn door: "in Hem zijn alle dingen geschapen". En Hebreeën 1:3 noemt Hem "de afstraling van Gods heerlijkheid". Al deze teksten bevestigen wat Johannes 1:2 fluistert: voordat er iets was, was er relatie. Voordat er tijd was, was er liefde tussen Vader en Zoon. Alles wat bestaat, is daaruit voortgekomen, en alles wat gered wordt, wordt daarin opgenomen.
Reflectie
Wat verandert er in je gebed als je beseft dat je bidt tot Iemand die er van eeuwigheid af al is, en niet pas sinds jij Hem nodig had?
Waar in je leven probeer je nog een initiatief te nemen dat allang door de eeuwige Zoon is genomen?
Veelgestelde vragen over Johannes 1:2
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Johannes 1:2?
Waar gaat Johannes 1:2 over?
Wat is de historische context van Johannes 1:2?
Wat leert Johannes 1:2 ons over Gods karakter?
Hoe is Johannes 1:2 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Johannes 1
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen." Let op dat er geen 'maar' staat, maar 'en'. De wet blijft goed. Alleen kon zij je niet dragen als je viel. Jezus brengt iets wat Mozes niet kon geven: genade die je overeind houdt, en waarheid die je niet plat slaat.
Dit gebeurde in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes doopte." Een plaatsnaam, meer niet. Toch noteert Johannes hem zorgvuldig. God werkt op concrete plekken, niet in een sprookjeswereld. Ook jouw straat, jouw keukentafel, jouw wachtkamer telt mee. Waar sta jij vandaag, en zie je Hem daar?
Heer, wat raakt het mij dat Johannes, die zoveel mensen doopte, zichzelf niet waardig achtte om de riem van Uw schoenen los te maken. Dank U voor deze diepe nederigheid. Leer mij ook zo klein te worden voor U, zodat U groter mag worden in mijn leven.
En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen." Let op de tegenwoordige tijd: schijnt. Niet scheen, niet zal schijnen. Nu. Ook als jouw week donker voelt, ook als je niets begrijpt van wat er gebeurt. Het licht stopt niet met schijnen omdat jij het even niet ziet.
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool