Johannes 1:5
Lees Johannes 1:5 in de HSVDe Tekst
"En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen." Johannes zet in zijn proloog één zin neer die klinkt als een gevechtsverslag en een raadsel tegelijk. Het licht is niet verdwenen, het schijnt, tegenwoordige tijd. En de duisternis staat er nog steeds, ze is er niet door opgeslokt. Twee werkelijkheden botsen, en de tekst laat de uitkomst opvallend open.
De Kern
Johannes zegt hier iets subtielers dan "licht wint van donker". Hij zegt dat het licht schijnt terwijl de duisternis er nog is. Dat is een andere claim. Het evangelie begint niet met de belofte dat het donker weg zal zijn, maar met de vaststelling dat het licht doorbreekt zonder erdoor te worden gedoofd. Het Griekse werkwoord dat de HSV vertaalt met "begrepen" (katelaben) draagt beide betekenissen in zich: bevatten met het verstand, en overmeesteren met geweld. Johannes speelt bewust met die dubbelheid. De duisternis heeft het licht niet begrepen én niet kunnen grijpen. Dat is één zin waar zowel het onvermogen van de mens als de onmacht van het kwaad in vervat zit.
De Rode Draad
Deze zin is zwaar geladen met echo's. Meteen hoor je Genesis 1:2-3: de aarde was woest en leeg, duisternis lag over de watervloed, en God sprak: er zij licht. Johannes plaatst zijn evangelie bewust in dat scheppingsmoment. Wat toen gebeurde bij het begin van de kosmos, gebeurt opnieuw bij het begin van de nieuwe schepping in Christus. Maar er is meer. Jesaja 9:1 zingt: "Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien". Die belofte vult Johannes in met een naam. En verderop in zijn eigen evangelie, in 8:12, laat hij Jezus zeggen: "Ik ben het Licht der wereld." De ene zin in vers 5 is dus geen losse poëzie. Het is de scharnier tussen Genesis, de profeten en de menswording. Zelfs 1 Johannes 1:5, "God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis", klinkt hier al in de kiem mee.
De Spiegel
Er is een pastorale scherpte in dit vers die makkelijk wordt gemist. Johannes belooft je niet dat het donker uit je leven verdwijnt zodra je gaat geloven. Hij zegt dat het licht schijnt terwijl je nog in de nacht zit. Dat verandert hoe je naar je eigen leven kijkt. De depressie die maar niet wijkt, het huwelijk dat vastzit, het rouwproces dat na drie jaar nog steeds ruw is, de collega die je blijft dwarsbomen, dat is niet het bewijs dat het licht er niet is. Het is precies de plek waar Johannes 1:5 wordt waargemaakt. Tegelijk mag je de zin niet omdraaien tot berusting. Het licht schijnt, actief, aanhoudend. Je hoeft de duisternis niet weg te praten. Maar je mag ook niet doen alsof ze het laatste woord heeft.
De Hoofdpersoon
De hoofdpersoon in dit vers heeft nog geen naam. Johannes noemt Hem "het Licht", en pas verderop in de proloog wordt duidelijk dat dit Licht een gezicht en een lichaam krijgt. Wat opvalt is de rustige onverstoorbaarheid van dit Licht. Er staat niet dat het vecht, dat het worstelt, dat het bijna verliest. Het schijnt, punt. In de vier evangeliën zie je diezelfde eigenschap bij Jezus zelf: als de storm woedt, slaapt Hij; als de menigte Hem van een klif wil gooien, gaat Hij midden tussen hen door; als Pilatus dreigt, zwijgt Hij. Het licht schijnt zonder zich te laten opjagen door het donker. Dat is geen passiviteit, dat is een soort soevereiniteit die het donker niet kent en niet kan pareren.
De Vraag
Als het licht schijnt en de duisternis het niet overmeestert, waarom voelt het dan zo vaak alsof het donker wint? Waarom sterven kinderen aan kanker, waarom houdt de oorlog aan, waarom blijft er zoveel in mij dat niet verlicht raakt? Johannes geeft geen antwoord in dit vers, en het is verleidelijk om er een op te plakken. Maar de spanning die hij hier neerzet, blijft het hele evangelie door staan, tot aan Golgotha, waar de duisternis letterlijk over het land valt van het zesde tot het negende uur. Juist daar lijkt de duisternis het te winnen. En juist daar wordt de zin uit vers 5 waargemaakt op een manier die niemand had zien aankomen: het licht dooft niet, het daalt af. De vraag wordt niet opgelost, ze wordt overtroffen.
Context
Johannes schrijft zijn evangelie waarschijnlijk laat in de eerste eeuw, in een wereld waarin de gemeente onder druk staat. Buiten de kerk botsen Joodse afwijzing en Romeinse macht. Binnen de kerk sluipen leringen naar binnen die het licht willen scheiden van de materie, alsof God alleen in het geestelijke woont en niet in vlees kan komen. Tegen die achtergrond schrijft Johannes zijn proloog. Zijn taal, licht en duisternis, klinkt filosofisch, maar hij hijst die woorden op aan Genesis en aan Jezus van Nazareth. Voor de eerste hoorders was dit geen abstracte poëzie maar een verzet: het Licht is geen idee, het is een Persoon, en Hij is werkelijk gekomen, ook in jullie nacht.
Reflectie
Waar in jouw leven schijnt het licht op dit moment terwijl de duisternis er nog is, en durf je dat zo te benoemen zonder een van beide weg te poetsen?
Wat verandert er als je stopt met bidden dat het donker weggaat, en begint met vragen waar het licht schijnt dat er al is?
Veelgestelde vragen over Johannes 1:5
Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.
Wat betekent Johannes 1:5?
Waar gaat Johannes 1:5 over?
Wat is de historische context van Johannes 1:5?
Wat leert Johannes 1:5 ons over Gods karakter?
Hoe is Johannes 1:5 vandaag nog relevant?
Wat de gemeenschap deelt bij Johannes 1
Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.
Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen." Let op dat er geen 'maar' staat, maar 'en'. De wet blijft goed. Alleen kon zij je niet dragen als je viel. Jezus brengt iets wat Mozes niet kon geven: genade die je overeind houdt, en waarheid die je niet plat slaat.
Dit gebeurde in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes doopte." Een plaatsnaam, meer niet. Toch noteert Johannes hem zorgvuldig. God werkt op concrete plekken, niet in een sprookjeswereld. Ook jouw straat, jouw keukentafel, jouw wachtkamer telt mee. Waar sta jij vandaag, en zie je Hem daar?
Heer, wat raakt het mij dat Johannes, die zoveel mensen doopte, zichzelf niet waardig achtte om de riem van Uw schoenen los te maken. Dank U voor deze diepe nederigheid. Leer mij ook zo klein te worden voor U, zodat U groter mag worden in mijn leven.
En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen." Let op de tegenwoordige tijd: schijnt. Niet scheen, niet zal schijnen. Nu. Ook als jouw week donker voelt, ook als je niets begrijpt van wat er gebeurt. Het licht stopt niet met schijnen omdat jij het even niet ziet.
Verken deze tekst op een ander niveau
Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.
Open in de studie-tool