Bijbeluitleg

Exodus 24:9

Lees Exodus 24:9 in de HSV
Tekstgrootte:

De Tekst

Mozes klimt de berg op, en hij gaat niet alleen. Aäron, Nadab, Abihu en zeventig oudsten van Israël stijgen met hem mee. Zij, zo zegt de tekst eenvoudig, zagen de God van Israël. Een zin van zeven woorden die alles openlegt en tegelijk alles gesloten houdt.

De Kern

Zij zagen Hem. Dat is wat er staat, en de tekst weigert verder uit te leggen wat dat betekende. Geen beschrijving van gelaatstrekken, geen poging om in woorden te vatten wat deze mannen aanschouwden. Alleen in het volgende vers krijgen we iets te zien, en dan nog alleen van wat onder Zijn voeten lag: iets als saffier, helder als de hemel zelf. God wordt niet beschreven; de vloer onder Hem wel. Dat is geen tekort van de verteller, dat is eerbied die weet waar ze moet zwijgen. Het hart van deze passage is dat de God die zich in donderwolken had verborgen op Sinaï, zich nu laat zien aan mensen die er levend vanaf komen. Verbond en verschijning raken elkaar. Nadat het bloed is gesprenkeld (vers 8), kan er gegeten worden in Zijn aanwezigheid.

De Rode Draad

Dit moment staat als een eiland in het Oude Testament. Mensen zien God en leven. Later zal Mozes vragen om Zijn heerlijkheid te zien en krijgen te horen: niemand kan Mij zien en leven (Exodus 33:20). Die spanning wordt pas opgelost wanneer Johannes schrijft: niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard (Johannes 1:18). Wat op Sinaï gebeurde was een voorproefje, een glimp, een moment waarin de hemel een kier opende. In Christus wordt die kier een deur. De zeventig oudsten zagen iets wat zich onder Zijn voeten uitstrekte als een hemelse vloer; wij zien iemand die als mens tussen ons liep en de Vader toonde door brood te breken.

De Spiegel

Wij willen God vaak nuttig hebben. Een God die ons helpt, die iets oplost, die een plan heeft dat ons bevalt. Deze tekst biedt niets van dat alles. Er wordt niet gevraagd, niet gesmeekt, niet verklaard. Er wordt gezien en gegeten. Vraag jezelf eens af wanneer je voor het laatst in Gods aanwezigheid bent gewéést zonder iets van Hem te willen. Niet om iets gedaan te krijgen voor je zieke moeder, je spannende gesprek morgen, je kind dat de weg kwijt is. Gewoon zijn, omdat Hij is. Voor de meesten van ons voelt dat ongemakkelijk, bijna verspilling. Terwijl deze zeventig mannen de berg op klommen voor precies dit: niet om een opdracht, maar om een maaltijd in Zijn nabijheid.

De Vraag

Wat zagen zij nu eigenlijk? De tekst zegt het ronduit, maar laat ons tasten. Was het een gestalte, een gedaante, een gloed? Later in de Schrift wordt gezegd dat God een verterend vuur is en dat niemand Hem kan zien. Hoe kan deze passage dan zo nuchter melden dat zeventig mannen Hem zagen, aten en dronken? Misschien is het antwoord dat God laat zien wat Hij wil laten zien, en dat wat Hij toont nooit meer is dan de rand van wie Hij is. De saffieren vloer suggereert het al: zelfs op dit hoogtepunt kijken ze omláág, niet omhoog in Zijn aangezicht. Het mysterie blijft, en moet blijven. Niet alles wat waar is, laat zich uitpakken.

De Intertekst

Jesaja ziet in hoofdstuk 6 de Heere zittend op een hoge en verheven troon, en zelfs daar bedekken de serafs hun aangezicht. Ezechiël ziet aan de rivier de Kebar iets dat lijkt op de gedaante van de heerlijkheid van de Heere, en valt op zijn aangezicht. In Openbaring 4 zit er op de troon iemand die eruitziet als jaspis en sardius, met rondom een regenboog die lijkt op smaragd. Steeds dezelfde terughoudendheid: beelden van stenen, kleuren, licht, maar geen gezicht. De Bijbel laat God zien door niet precies te laten zien. Deze teksten vormen samen een lange, eerbiedige stilte rondom wie Hij werkelijk is.

De Hoofdpersoon

God zelf is hier de hoofdpersoon, en Hij doet iets opmerkelijks: Hij strekt Zijn hand niet uit (vers 11). Dat lijkt een vreemde opmerking tot je beseft hoe spannend het moment is. Deze mannen hadden kunnen sterven. In plaats daarvan eten en drinken ze. De God die kort tevoren met donder en bliksem sprak, zit nu als het ware aan tafel. Zijn heiligheid is niet veranderd, maar Zijn houding wel. Hij laat zich naderen door hen die Hij geroepen heeft, door bloed verzoend, door een verbond verbonden. Hier is iets van de evangelische logica al zichtbaar: nabijheid is mogelijk, niet omdat God minder heilig werd, maar omdat Hij een weg opent om te komen.

Reflectie

Wanneer heb je voor het laatst in Gods aanwezigheid vertoefd zonder iets van Hem te willen?

Welke stilte, welk mysterie rondom God kun jij laten bestaan zonder het te willen invullen?

Deel deze uitleg

Help het evangelie verspreiden. Stuur deze uitleg naar iemand die erdoor bemoedigd kan worden.

WhatsApp Email Facebook X / Twitter

Veelgestelde vragen over Exodus 24:9

Snelle antwoorden op de meest gestelde vragen bij deze bijbeltekst.

Wat betekent Exodus 24:9?
Mozes klimt de berg op, en hij gaat niet alleen. Aäron, Nadab, Abihu en zeventig oudsten van Israël stijgen met hem mee. Zij, zo zegt de tekst eenvoudig, zagen de God van Israël. Een zin van zeven woorden die alles openlegt en tegelijk alles gesloten houdt.
Waar gaat Exodus 24:9 over?
Zij zagen Hem. Dat is wat er staat, en de tekst weigert verder uit te leggen wat dat betekende. Geen beschrijving van gelaatstrekken, geen poging om in woorden te vatten wat deze mannen aanschouwden. Alleen in het volgende vers krijgen we iets te zien, en dan nog alleen van wat onder Zijn voeten lag: iets als saffier, helder als de hemel zelf.
Wat is de historische context van Exodus 24:9?
Dit moment staat als een eiland in het Oude Testament. Mensen zien God en leven. Later zal Mozes vragen om Zijn heerlijkheid te zien en krijgen te horen: niemand kan Mij zien en leven (Exodus 33:20). Die spanning wordt pas opgelost wanneer Johannes schrijft: niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard (Johannes 1:18).
Wat leert Exodus 24:9 ons over Gods karakter?
Wij willen God vaak nuttig hebben. Een God die ons helpt, die iets oplost, die een plan heeft dat ons bevalt. Deze tekst biedt niets van dat alles. Er wordt niet gevraagd, niet gesmeekt, niet verklaard. Er wordt gezien en gegeten. Vraag jezelf eens af wanneer je voor het laatst in Gods aanwezigheid bent gewéést zonder iets van Hem te willen.
Hoe is Exodus 24:9 vandaag nog relevant?
Wat zagen zij nu eigenlijk? De tekst zegt het ronduit, maar laat ons tasten. Was het een gestalte, een gedaante, een gloed? Later in de Schrift wordt gezegd dat God een verterend vuur is en dat niemand Hem kan zien. Hoe kan deze passage dan zo nuchter melden dat zeventig mannen Hem zagen, aten en dronken?

Wat de gemeenschap deelt bij Exodus 24

Inzichten, gebeden en dankzeggingen van lezers en redactie bij deze tekst.

Inzicht Redactie bij vers 13

Jozua staat er, klaar om mee te gaan de berg op. Hij hoort niet bij de zeventig oudsten die halverwege blijven, en hij komt niet zo dichtbij God als Mozes. Hij dient. Wacht. Veertig dagen lang, ergens op de helling. Soms is je roeping niet de top en niet de voet, maar het trouw zijn op de plek ertussenin.

Inzicht Redactie bij vers 12

God roept Mozes: "Klim op de berg, naar Mij toe, en blijf daar." Niet alleen om wetten te ontvangen, maar om bij Hem te zijn. Veertig dagen lang. Soms wil God meer dan jouw snelle bezoekje. Hij wil dat je blijft. Durf jij ergens stil te staan waar je liever doorloopt?

Verken deze tekst op een ander niveau

Beginner, Theoloog, of een andere leesduur? Pas de instellingen aan en genereer jouw versie.

Open in de studie-tool

Disclaimer: Doorgroeien.nl maakt gebruik van geautomatiseerde taalmodellen om bijbeluitleg te genereren. Hoewel we streven naar theologische zuiverheid, kan de software fouten maken. Gebruik deze tool als aanvulling op, niet als vervanging van, je eigen bijbelstudie en het gemeenschapsleven in de kerk.